Legendarisch polemist (1949-2011)

Polemist Hitchens was meer dan een brallende ruziezoe-ker.

Op 15 december overleed de van oorsprong Britse, maar al jarenlang in de VS residerende polemist, journalist, criticus en mediapersoonlijkheid Christopher Hitchens. In de necrologieën keerden steeds dezelfde wapenfeiten terug.


Eén: zijn bijna titanische alomtegenwoordigheid in de Britse en Amerikaanse pers en talkshows, waarbij hij in zijn latere jaren meer dan eens duidelijk beschonken in de tv-studio's zijn opwachting maakte.


Twee: zijn trotskistische jonge jaren, uitmondend in een totale politieke gedaantewisseling, die zich het schrilst openbaarde in zijn adhesie aan de regering-Bush junior, tijdens het arglistig verbinden van Osama Bin Laden aan Saddam Hoessein.


Drie: zijn luidkeels beleden atheïsme, culminerend in het triomfantelijk getoonzette boek God is not Great (2007), met als veelzeggende subtitel: 'Hoe religie alles vergiftigt.' En vier: zijn soms spectaculaire participerende journalistieke experimenten, waarbij telkens weer het YouTubefilmpje terugkeert waarop is te zien hoe Hitchens vrijwillig de methode van het zogeheten waterboarding ondergaat, waarbij iemand die wordt verhoord en weigert te spreken eens flink met zijn hoofd in een bak met water wordt geduwd - niet kortdurend, dat spreekt voor zich. Hitchens schreef voor Vanity Fair een indringend artikel over die verhoortechniek, met als uitkomst: it is torture, and nothing less.


Het beeld van Hitchens, na lezing van al die necrologieën, is dat van een in crescendo bassende godloochenaar en zwaar drinkende heuler met de Amerikaanse neo-conservatieven, die tussen de bedrijven door zijn polemische artikelen schreef, die steeds vaker grote, dikke woorden bezigde, op de grens van getetter en gebral. Altijd briljant gebral, dat wel - maar toch: gebral.


Ik werd wat droevig van dat beeld. Een heel leven bezig geweest met onvermoeibaar lezen en schrijven, met een hartstochtelijke zoektocht naar het juiste evenwicht tussen litteraire soevereiniteit in non-fictie en een onverschrokken engagement, en wat is na je overlijden de teneur in de necrologieën? Er is ons een even getalenteerde als alcoholische ruziezoeker annex atheïsme-fundamentalist ontvallen.


En dat terwijl enkele maanden voor zijn dood Arguably was verschenen, naar mijn smaak hét boek dat ons, veel meer dan zijn memoires Hitch 22 (2010) en God Is Not Great, de Hele Hitchens toont, de onvermoeibare en superbe stilist; de eeuwig nieuwsgierige meester-essayist.


Achter de bijna griezelig welsprekende talkshowgast ging ook altijd de padvinder-achtige knul schuil, die handenwrijvend een nieuwe Engelse vertaling van Flauberts Madame Bovary aan een minutieuze lees-inspectie kon onderwerpen en er dan over schreef op een manier die vrij zeldzaam is (en steeds zeldzamer wordt): met autoriteit en belezenheid, maar nooit dor, schools of steriel.


Hitchens' literaire criterium luidde: een essay, kritiek of polemiek moet sexy en swingend zijn, ook voor de lezer die niet in het onderwerp is geïnteresseerd. Als je geen boodschap hebt aan de huwelijkse perikelen van Emma Bovary, mag je toch de artikelen van Hitchens niet overslaan, omdat er op stilistisch niveau zoveel valt te genieten. Streetwise en smeuïg schrijven over onderwerpen die veel lezers misschien associëren met academisme en verstofte bibliotheken - dat was Hitchens' ambitie.


The New York Times riep Arguably uit tot een van de beste boeken van 2011, mede vanwege de 'bijna belachelijke' diversiteit aan onderwerpen. De woorden 'bijna belachelijk' zijn niet zomaar gekozen. Hitchens-haters (en die waren er veel, vooral in Engeland) serveerden zijn tomeloze nieuwsgierigheid af als een tot oppervlakkigheid en versplintering gedoemde allesvreterij. Helaas zagen velen Hitchens' zelfspot over het hoofd. Als hij snoefde (bijvoorbeeld over zijn appartement in Washington en de handen die hij had geschud met wereldleiders en het tikje op zijn kont dat Margaret Thatcher hem ooit had gegeven), ging dat snoeven altijd gepaard met een subtiele vorm van self-mocking.


Hitchens had van jongs af aan de neiging in gezelschap van vrienden en geestverwanten naar een taboe-onderwerp te zoeken - dat hij dan direct en met graagte ter sprake bracht. Het misverstand is dat hij dit deed om conflicten uit te lokken. Het aanzwengelen van debat was zijn manier om affectie voor zijn geestverwanten te benadrukken.


Veelzeggend is de anekdote van boezemvriend Martin Amis in diens memoires Experience uit 2000: de jonge honden Amis en Hitchens gingen op bezoek bij hun beider held en mentor, Saul Bellow. Vooraf had Amis zijn vriend nog geïnstrueerd: praat over alles, maar niet over het Israël-Palestinaconflict. Indirect kwam het conflict toch ter sprake doordat Hitchens welgemoed begon over de kwaliteiten van de Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Saïd, voorvechter van Palestijnse autonomie. Als een schooljongen schopte Amis onder tafel tegen de schenen van zijn vriend, als in een variatie op de aflevering van Fawlty Towers, waarin Basil Fawlty het personeel op het hart drukt: 'Don't mention the war!'


Met smaak vertelt Amis in Experience hoe de avond bij het echtpaar Bellow niet meer te redden was. De mentor Bellow viel stil - en bleef stil. En dat terwijl Hitchens uit enthousiasme dacht te handelen en ondanks het vooraf overeengekomen 'spreekverbod' meende dat Bellow toch niet zo preuts kon zijn dat bepaalde debatten op voorhand niet gevoerd mochten worden.


Hitchens vroeg veel van zijn literaire vrienden - inclusief een onbegrensd incasseringsvermogen. Een andere literaire held en mentor was Gore Vidal. In Arguably besteedt Hitchens een essay aan Vidal, en roemt hem als misschien wel de enige opvolger van Oscar Wilde als het gaat om diens welbespraaktheid en dandyisme. En passant worden ook Vidals essayistische kwaliteiten geprezen. Op dat punt aangekomen houdt de lezer de adem in, want men voelt een radicale kentering aankomen. De lof voor Vidal blijkt de opmaat te vormen voor een genadeloze afstraffing voor diens - inderdaad krankjorume - reactie op de aanslagen van 2001.


Vidal beweerde dat de regering-Bush zélf achter die aanslagen zat, en volgde daarin de lijn van paranoïde bloggers en met de wichelroede schrijvende obscurantisten. Zelden eerder dan in Arguably droogde een leerling een meester zo hardhandig af - maar zelfs in die schrobbering schuilt affectie voor al het andere, eerdere nonfictie-werk van Vidal.


Zelfs de vriendschap met Amis moest worden beproefd. De lakmoesproef voor die vriendschap vormde Amis' studie Koba the Dread (2003), over de blinde vlek van westerse intellectuelen voor de massaslachting onder het communistisch regime van Joseph Stalin. Martin Amis: Lightness at Midnight heet het stuk in Arguably, en Hitchens spendeert twintig bladzijden vol van minutieuze formuleringen om deze studie door zijn boezemvriend zo niet te fileren dan toch te onderwerpen aan een intimiderend uitgebreide fact checking. Natuurlijk zit er iets (heel veel 'iets') rivaliserends in Hitchens' uitvlooisessie van het werk van zijn boezemvriend. Amis kwam er tenslotte mee op zíjn, (wereld)politieke terrein. De teneur is: als Amis half zoveel huiswerk had gedaan over het onderwerp als ik, terwijl ik er zelf niet eens een boek over heb geschreven, dan was het misschien allemaal nog verteerbaar geweest.


Andere vriendschappen zouden misschien door een publieke 'afstrafing' à la Hitchens zijn gesneuveld. Zo niet die tussen Amis en Hitchens. Voor The Quotable Hitchens leverde Amis een van liefde overvloeiend voorwoord. Dat voorwoord is des te ontroerender in het besef dat de man die hier Hitchens bewierookt dezelfde is als degene die hardhandig terecht is gewezen vanwege Koba the Dread. Amis rept er met geen woord over in zijn voorwoord, maar spreekt wel zijn verdriet uit over het feit dat Hitchens - daar is 'ie weer - zo meedogenloos schreef over latere - en volgens Hitchens meelijwekkend slechte - romans van Bellow, Updike en Roth. 'Je walst niet over de literaire vaders heen van wie je zoveel hebt geleerd', is Amis' stelregel, maar die stelregel deelden de beide vrienden overduidelijk niet. De vriendschap zelf had er niet onder te lijden. Sterker, Amis was zo groots Hitchens als volgt te typeren: 'Christopher Hitchens is een van de angstaanjagendste polemisten die je je maar kunt voorstellen.'


Hier sprak niet slechts de boezemvriend, maar ook de ervaringsdeskundige.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden