Legaliseer cannabis, maar dan niet zoals in Uruguay

In Uruguay blijft cannabisteelt kwetsbaar voor misbruik en slechte kwaliteit. Wij moeten dat beter doen.

In Uruguay is vorige week cannabis gelegaliseerd - zowel de verkoop, de teelt als de handel. De Verenigde Naties reageerden 'teleurgesteld', maar zijn vooralsnog niet van plan in te grijpen. Tegelijk stak er onder voorstanders van gelegaliseerde cannabis een luid geweeklaag op over het Nederlandse beleid. Ook de Volkskrant meldde, ten onrechte, dat Nederland nu mijlenver zou achterlopen op de rest van de wereld (Ten eerste, 12 december). Het is verstandig cannabis te reguleren of zelfs te legaliseren, maar laat Nederland dat verstandiger doen dan Uruguay.


In 1961 besloten de VN tot het Verdrag van New York en werden alle drugs wereldwijd verboden. Meteen was er al kritiek op deze 'one size fits all'-benadering . Toen in 1963 het verdrag in de Tweede Kamer werd behandeld, werd daar het medisch tijdschrift The Lancet geciteerd dat stelde dat cannabis vanuit wetenschappelijk oogpunt niet op de lijst van verboden middelen thuishoort. De Abraham Kuyper-stichting, de denktank van de Anti-Revolutionaire Partij (een voorloper van het CDA) kwam begin jaren zeventig zelfs met het advies cannabis daarom geheel te legaliseren.


Die visie paste overigens uitstekend in het beleid dat Nederland al voor de Tweede Wereldoorlog op het gebied van verdovende middelen voerde. Zowel liberalen als christendemocraten stelden dat een 'regie-stelsel' rond drugs beter was dan een algeheel verbod. Door drugs bovengronds te houden, konden misstanden en verslaving beter worden bestreden, was de gedachte. Toen in 1976 werd besloten het gebruik en de verkoop van cannabis te 'gedogen' (geheel legaliseren kon niet meer vanwege het VN-verdrag uit 1961) werd dat als revolutionair gezien, maar feitelijk was het dus een voortzetting van een al veel ouder beleid.


Het Nederlandse gedoogbeleid heeft sindsdien een grote verandering doorgemaakt. Mensen mogen voor eigen teelt maar 5 cannabisplanten bezitten. Aan coffeeshops zijn har-de eisen gesteld: Er wordt streng gehandhaafd op de minimumleeftijd van 18 jaar, er mag geen alcohol worden geschonken, geen reclame worden gemaakt en ook de uitbaters worden onderworpen aan strenge integriteitseisen. Door al deze pseudoregelgeving kun je eigenlijk niet meer spreken van een 'gedoogbeleid': De overheid knijpt immers geen oogje toe, maar heeft de ogen juist wijd opengesperd. Ook is er tegenwoordig gelukkig veel aandacht voor de gezondheidsproblemen die bij frequente, kwetsbare en jonge gebruikers optreden. Cannabis is geen harddrug, maar zeker niet onschadelijk.


Uruguay heeft niet veel anders gedaan dan het meeste van het Nederlandse beleid overnemen en dat formeel legaliseren. Zelfs de in Nederland fel bekritiseerde 'wietpas' wordt in Uruguay toegepast: cannabis mag alleen worden verkocht aan de eigen inwoners.


Wel gaat Uruguay verder rond de teelt van cannabis. De illegale teelt heeft in Nederland geleid tot veel georganiseerde criminaliteit en overlast. Bovendien is er weinig zicht op de kwaliteit van de wiet en worden goedwillende coffeeshopeigenaars gedwongen zaken te doen met criminelen. Uruguay legaliseert de teelt nu door individuele gebruikers een vergunning te geven zelf, of in groepsverband, cannabis te telen en te leveren aan een soort cannabisclub. Die methode wordt al in verscheidene Amerikaanse staten toegepast voor medicinale cannabis, maar is kwetsbaar gebleken voor misbruik. Illegale telers kunnen zich makkelijk mengen in deze leveringen aan de cannabisclubs, en omdat de teelt in handen blijft van amateurs is de kwaliteit ervan instabiel. We maken cafés toch ook niet afhankelijk van door amateurs gebrouwen bier? De weg van Uruguay moeten we als Nederland dus niet inslaan.


Geheel in lijn met het aloude Nederlandse regiestelsel zouden we een aantal professionele telers moeten certificeren om de coffeeshops te voorzien van cannabis. Zo kan de kwaliteit worden gegarandeerd, de sterkte van de cannabis worden bepaald, en tasten de coffeeshophouders niet in het duister met wie ze zaken doen.


Minister Opstelten (VVD) zegt steeds dat zo'n stap internationaal 'niet kan', maar de reactie van de VN op het besluit van Uruguay laat zien dat het verbod niet zo heet gegeten wordt als het in 1961 werd opgediend. Laat Nederland dus ook overgaan tot regulering of zelfs legalisering van de cannabisteelt. Maar dan goed.


Boris van der Ham is auteur van het boek De Vrije Moraal, over het vrijgevochten Nederland.


BORIS VAN DER HAM

is voorzitter van het Humanistisch Verbond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden