Leeuwardens toekomst ligt in het verleden

Alleen al vanwege Slauerhoff, Paaltjens, Vestdijk en zelfs Havank is een wandeling door Leeuwarden de moeite waard. Maar Leeuwarden is meer dan literaire stad....

Waarom een wandeling door de hoofdstad van Friesland niet beginnen bij het einde? Althans, Het Einde zoals Leeuwardens favoriete zoon, Jan Jacob Slauerhoff, dat voor ogen had. 'Naar 't verre, vaste, bruine land. . . / Nu weet ik: nergens vind ik vree, / Op aarde niet en niet op zee, / Pas aan die laatste smalle ree / Van hout in zand.'

Het gedicht is opgenomen in de in 1994 ter gelegenheid van het afscheid van burgemeester John te Loo aangelegde poëzieroute in de stad. Slauerhoffs gedicht ligt in de Vismarktpijp, schuin tegenover zijn geboortehuis aan de Voorstreek. De vraag is gerechtvaardigd of 'Slau' zich in zijn eigen hout in zand niet heeft omgedraaid toen het gedicht werd onthuld. Want 'de Rimbaud van Leeuwarden' had het niet zo op zijn geboorteplaats en -provincie.

Leeuwarden had voor hem 'geen attracties' en de Friese schrijver Anne Wadman concludeerde later dat Slauerhoff 'niet een van ons' was. Auteur en Slauerhoff-kenner Gerrit Jan Zwier dook zelfs een ingezonden brief uit de Leeuwarder Courant op, waarin de schrijver slechts één antwoord mogelijk achtte op de vraag of de dichter wel in Leeuwarden paste: 'Als een vis in een fuik!'

Alleen al uit literair oogpunt is een wandeling door Leeuwarden de moeite waard. Naast Slauerhoff werden er onder meer ook François HaverSchmidt (Piet Paaltjens) - aan de Voorstreek - en de populaire detective-schrijver H.F. van der Kallen (Havank) - aan de Wirdumerdijk - geboren, en ging de in Harlingen geboren Simon Vestdijk er naar dezelfde HBS als Slauerhoff. Vestdijks meest Leeuwarder roman is uiteraard De Koperen Tuin oftewel de Prinsentuin met muziekkoepel en restaurant, dat is vernoemd naar de roman waarin koper als 'mooier, eenvoudiger en vrolijker dan goud' wordt omschreven.

Het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum (FLMD) heeft een handige literaire stadswandeling geschreven onder de titel In Slach troch de Stêd. Overigens is een bezoek aan het FLMD de moeite meer dan waard. Het bevindt zich midden in de Couperus-achtige Grote Kerkstraat, in historisch en architectonisch opzicht het pièce de résistance van Leeuwarden. In dit deel van de stad bevinden zich ook sommige van de fraaiste gebouwen als het Princessehof, de kosterij van de Grote of Jacobijnerkerk, de Waalse Kerk en het Sint Anthony Gasthuis. Wat hier ook opvalt, is de aandacht die Leeuwarden aan kleur besteedt.

Aan het gebouw van het FLMD is duidelijk te zien dat het vroeger een stins is geweest die op het hoogste punt stond van de noordelijke stadsterp. Stadskenner Hendrik ten Hoeve heeft onderzoek gedaan naar de bewoners. 'In 1883 kocht ene Adam Zelle het pand van de koopman Bredemeyer. Apotheker Zelle verhuisde met zijn gezin van de Kelders naar de Grote Kerkstraat. Een van zijn kinderen was het meisje Margaretha, dat later bekend én berucht werd onder de naam Mata Hari (Oog van de dag).'

Mata Hari zou zelf het volgende gezegd hebben over het huis waar ze een deel van haar jeugd doorbracht: 'Het oude kasteel Cammingha State, op een heuvel gebouwd, welke een veilig toevluchtsoord was als de Noordzee haar golven het land opdreef en alles met verwoesting bedreigde; dit schoone kasteel, eertijds de residentie van de Friesche Stadhouders, met zijn heerlijke omgeving, bood mij alles wat ik wenschen kon.' Volgens Ten Hoeve slaat het verhaal nergens op. 'Het past prachtig in de mythe die Mata Hari zelf en anderen zo vlijtig rond haar persoon en leven hebben geweefd.' De stins heeft nooit een naam gehad en is ook nooit bewoond geweest door Friese stadhouders.

Nee, de Friese stadhouders woonden in het Stadhouderlijk Hof aan het Hofplein tegenover het oude stadhuis. Het tegenwoordige stadslogement symboliseert de verbondenheid van Leeuwarden met het huis van Nassau-Dietz, de voorouders van de Oranjes. Nadat Willem III, de Hollandse stadhouder en koning van Engeland, kinderloos was gestorven, werd de Friese stadhouder Willem Carel Hendrik Friso in 1747 onder de naam Willem IV tot erfstadhouder van alle Nederlandse gewesten benoemd. Hij was de vader van stadhouder Willem V, die op zijn beurt weer de vader was van koning Willem I, bet-bet-overgrootvader van Beatrix.

Hoofdstad. Hofstad. Cultuurstad. Monumentenstad (er zijn er liefst 450 en een dubbel aantal kenmerkende gebouwen). Leeuwarden heeft alles mee om een toeristische attractie van formaat te zijn. En toch is er iets mis met het imago van Leeuwarden, dat zich alleen bij een Elfstedentocht even het centrum van de wereld mag wanen. ''t Wurdt nooit wat', zeggen de inwoners in hun onvervalste, onderkoelde 'stadsfries'. Bredanaar Ed Nijpels, de relatief nieuwe commissaris der koningin in Fryslân: 'Wat Leeuwarden nodig heeft, zeg ik onbarmhartig, is een nieuw elan. De structuur van de binnenstad is schitterend, maar het schort aan allure. (. . .) En de plaatselijke bevolking moet veel trotser op de eigen stad zijn.'

Antropoloog en Leeuwarden-kenner Yme Kuiper is het slechts ten dele met Nijpels eens. 'Leeuwarden heeft inderdaad een tragische dimensie', zegt hij. 'Het probleem van Leeuwarden is het probleem van de onbekendheid. Leeuwarden heeft geen universiteit zoals Groningen. En in tegenstelling tot de stad Groningen wordt Leeuwarden weggedrukt door Friesland. Zo groen, zo Fryslân, zo SC Heerenveen. Leeuwarden moet zich breder maken. In het provinciehuis zetelt de vijand. Daar wint het platteland het als vanouds van de stad. De ontwikkeling van de stad wordt gefrustreerd door Provinciale Staten.'

Maar lopend door de Grote Kerkstraat, de oude Joodse Buurt, over de Voorstreek naar de Tweebaksmarkt en via de Nieuwestad naar het Oldehoofster-kerkhof (over onbekendheid gesproken: de Oldehove staat vast en zeker schever dan de toren van Pisa) praat Kuiper in bijna lyrische termen over de historie van de stad en over historische gebouwen als het Stadhuis, de Beurs, de Waag, het Provinciehuis, de Kanselarij (thans het Fries Museum), de nieuwe cultuurtempel De Harmonie en Centraal Apotheek aan de Voorstreek, volgens W.F. Hermans het fraaiste pand van Leeuwarden.

En ook over de economische dimensie van de stad, die vooral de laatste tien, vijftien jaar aan dynamiek heeft gewonnen. Zoals wordt gesymboliseerd door het financieel centrum Klein Manhattan vlak bij het station. Maar op economisch terrein dreigt de stad de boot te missen. Leeuwarden is niet het agri-nutricentrum geworden waarover het gemeentebestuur enkele jaren geleden nog zo optimistisch was. Leeuwarden ligt excentrisch, buiten de economische as Rotterdam-Amsterdam-Lelystad-Groningen, een as waarvan plaatsen als Heerenveen en Drachten wel steeds meer profiteren.

Voor Leeuwarden betekent het dat de kansen van de stad naast dienstverlening vooral liggen in recreatie en cultuurtoerisme. De aantrekkingskracht zit voornamelijk in het middeleeuwse centrum met zijn fraaie, klassieke structuur. Een bescheiden binnenstad, zonder pompeuze pleinen, maar wel met een grachtengordel (Voorstreek, Nauw, Kelders, Tuinen). Pieter Jelles Troelstra noemde Leeuwarden, waar hij als advokaat werkte, 'een stijve en deftige stad'. En inderdaad lijkt het alsof er iets is blijven zweven van de oude Hofsfeer. Maar volgens Kuiper hindert dat niet, want 'de toekomst van Leeuwarden ligt in de geschiedenis'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden