Lees de krant, maar geloof hem niet

Toen ik ging studeren werd mij tijdens m'n allereerste college, verzorgd door professor Ringeling, de Twee Wetten van Ringeling bijgebracht....

Mohammed Benzakour

Ofschoon Willem-Alexander zou zeggen dat dat een mening is, hebben kranten, om die geloofwaardigheid toch enigszins te bewaren, daar iets op bedacht: De Rectificatierubriek.

Tussen haakjes: u zult begrijpen dat sinds mijn column Mohammed Ali als Mascotte (twee weekeinden terug) abusievelijk toegedicht werd aan Joost Zwagerman, ik tamelijk geïnteresseerd ben geraakt in deze krantenrubriek.

NRC Handelsblad noemt het Correcties & Aanvullingen, Trouw geeft het de prozaïsche titel Feilen (voorheen eufemistisch Over- en onderbelicht) en mijn krant kiest ondubbelzinnig voor de naam Abuis. En ik moet zeggen dat, na twee weken consciëntieus bijhouden, de hoeveelheid correcties - gelet op die geweldige woordenbrij die kranten dagelijks over ons heen storten - mij alles meevalt; de rectificatierubrieken worden weinig gebruikt, soms zelfs helemaal niet. Temeer wonderlijk daar een vergissing, door alle hectiek die inherent is aan krantenredacties, die permanent zuchten onder de kletsende zweepslagen van de deadline, er gauw ingeslopen is: één druk- of zetfout in een datum en je zit er een halve eeuw naast. Ja, dan is zo'n rubriek wel handig

Bovendien, sinds kranten het belang zijn gaan inzien van lezersbinding, is de rubriek een must. Het staat professioneel en beschaafd, klantgericht heet het. Het is ook uit dit besef dat er ombudslieden in het leven zijn geroepen, en sinds korte tijd - vermeld ik graag - krijgt u zelfs een net antwoord als u reageert via onderstaand e-mailadres.

Tegelijkertijd dringt zich de vraag op of een rectificatierubriek in álle gevallen het adequate antwoord is op een erratum. Als bij een interview een verkeerd fotoportret is geplaatst, is dat lullig maar rectificeerbaar. Als er in een sympathiek artikel 'Dordrecht' staat in plaats van 'Zwijndrecht' is dat jammer voor alle Zwijndrechtenaren, maar er is geen man overboord.

Toch blijft het een rare rubriek, omdat feitelijk de lezer er weinig mee opschiet: hij leest de rubriek niet of heeft hem niet gezien of hij is het artikel allang vergeten. De facto is het veeleer een tegemoetkoming jegens de direct gedupeerde; de auteur, de fotograaf of de verkeerd geciteerde, die ziedend aan de telefoon hing. De rectificatie als douceurtje dus, als goedmakertje. Maar wel een met een bitter smaakje, want hoe goed maakt eigenlijk dit goedmakertje?

Welbeschouwd is een rectificatie niet meer dan een nederige buiging, en wel een die voor de buitenwacht nogal onzichtbaar is, gelet op de weinig prominente plek die de rubriek toebedeeld wordt - weggestopt onder aan een tussenpagina, zonder loep nauwelijks opmerkbaar. Begrijpelijk, je wilt als krant je stommiteiten niet van de daken schreeuwen. Evenwel: de buitenwacht was onwetend en die zal dus onwetend blijven, maar ging het de auteur nu niet just om die buitenwacht?

In de meeste gevallen is die onzichtbaarheid niet zo erg, maar het wordt anders wanneer er sprake is van een naamsverwisseling. Dat is van een andere orde, een die in essentie slecht of zelfs, dat is mijn stelling, onherstelbaar is.

Ik zal trachten dat uit te leggen.

Er bestaan drie vormen van onwetendheid: 1. weten dat je iets niet weet, 2. niet weten dat je iets niet weet, 3. niet weten dat je iets weet. In geval van opmaakfouten is vooral die tweede vorm ter zake. En die is niet eenvoudig te verhelpen, omdat er bij de lezer geen besef is van een kennistekort dat hem ertoe kan nopen om op zoek te gaan. Als het lezersoog op een stuk tekst valt neemt hij gedachteloos aan dat de vermelde auteur de rechtmatige is, en dat is maar goed ook. Maar juist op dat ene, oninwisselbaar moment gebeurt er iets wat achteraf niet of minimaal te herstellen valt. Er ontspint zich in het lezershoofd een (voor-)oordeel, op grond waarvan de lezer besluit de tekst wel of niet te lezen. Het is algemeen bekend dat bepaalde columnisten door bepaalde lezersgroepen pertinent worden overgeslagen, en anderen juist weer niet. Toch is het goed hieraan te herinneren, omdat bij een naamsverwisseling zelfs het auteursrecht in een bedenkelijk daglicht komt te staan, daar de lezer, onwetend als hij is, zijn waardering of afkeuring koppelt aan de verkeerde auteur, of zelfs, even kwalijk, de column ongelezen bij het oud papier deponeert. En dáár wringt de schoen.

Een auteursnaam werkt dus als de Eerste Indruk: de eerste sensatie, de glimpopvang, de eerste geur en trommelvliestrilling, oppermachtig is het.

Van dit mechanisme wordt vooral handig gebruik gemaakt door politici, Bolkestein als grootgebruiker. Ze roepen publiekelijk iets ongeleids, en corrigeren of nuanceren het een dag later in een achterafprogramma op een achteraftijdstip. Maar het (kwade) psychologische effect heeft allang zijn onomkeerbare uitwerking gehad; het leed is geschied.

Bij naamsverwisselingen aangaande foto's, een vaker voorkomend euvel, ligt dat anders. Je kunt als krantenlezer moeilijk besluiten om een foto wel of niet te zien. Die overvalt je stomweg. En daarbij, met alle respect, hoeveel lezers zijn geïnteresseerd in de maker van een foto?

Afijn, of de rectificatie nu op hoge poten wordt geist of zalvend wordt betoond, het blijft een rituele bezwering van een verongelijktheid: een symbolische Wiedergutmachung met een hoog macht-der-gewoonte-gehalte.

Kortweg: wat moeten we met het rubriekje Abuis? Voorlopig maar even naar een andere plek - groot & vetgedrukt op de voorpagina, zou ik zeggen. En tezelfdertijd het auteursrecht aanpassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden