Leerschool Ajax en hoe het verder ging

ALS VOETBALLER stelde ik niet veel voor, helaas. Tot misvorming en wanhoop heeft het echter niet geleid, hoewel anderen dat waarschijnlijk beter kunnen beoordelen dan ik....

Voormalig voetbalverslaggever Matty Verkamman van Trouw verklaarde ooit plechtig dat hij zijn hele sportjournalistieke loopbaan graag had willen inruilen voor één interland.

Niet voor niets maakt hij nu voor het programma Na Elven van de NOS reportages over eenmalige internationals. Ik niet, dan zij maar, zal hij hebben gedacht.

Dat romantische gevoel is mij geheel vreemd. Ik ben het dan ook niet eens met de vaak gehoorde stelling dat voetbalverslaggevers gemankeerde voetballers zijn die op zoek zijn gegaan naar surrogaat en uit arren moede de bal hebben ingeruild voor een blocnote. Ik ben liever journalist dan profvoetballer.

Voetbal, althans het voetbal dat ik zelf speelde, is nostalgie geworden, een foto in De Roodbroek, het clubblad van HFC Haarlem, uit mei 1970. Jongens waren we, en ik geloof wel aardige jongens die iedere tegenstander vermorzelden en door de club werden gekoesterd als een zeer talentvolle lichting pupillen.

Voetbal was vooral leuk, totdat Haarlem ernst maakte met de jeugdopleiding en we in de A-junioren plotseling werden weggedrukt door patserige Amsterdammertjes met een grote bek en gouden kettingen die voor een onkostenvergoeding wel naar dat suffe Haarlem wilden komen. Om over de plotseling blèrende en zeer veeleisende trainers maar te zwijgen.

Intussen hadden we gemerkt dat de afstand tussen de bijvelden en het stadion voor ons veel te groot was. Het deed even pijn, de erkenning van het gebrek aan talent, maar in het café bleek het net zo leuk te zijn.

Voor één van de jongens op de foto, Roger Schouwenaar, kwam de droom uit. Hij speelde betaald voetbal bij AZ'67, Beerschot, FC Den Bosch en Vitesse. De anderen werden leraar, fysiotherapeut of journalist, ook heel mooi.

In een boek van de Amsterdamse journalist Rik Planting dat gisteravond werd gepresenteerd, Leerschool Ajax, is de werkelijkheid aanmerkelijk rauwer. Planting heeft twaalf mannen geïnterviewd die ooit werden geschoold door Ajax, en getracht te onderzoeken in hoeverre dat hun verdere leven heeft beïnvloed.

Zijn stelling is, gechargeerd gesteld, dat wie ooit bij Ajax heeft gespeeld, daarvan een beter mens is geworden. In het voorwoord schrijft Planting:

'Wie bij Ajax onderworpen is geweest aan de hoge eisen en de straffe discipline, weet wat het is om wilskracht, motivatie en doorzettingsvermogen te tonen. Wie is gewend om onder druk te presteren, zal daarna van weinig meer opkijken (...). Wie is geschoold om te winnen zal nooit verliezen.'

De uitdagende beweringen worden gelukkig gerelativeerd: 'Of niet dan?'

De een is het beter vergaan dan de ander. Harry Sacksioni (junior) bijvoorbeeld maakte naam in de muziekwereld, Leo van Wijk schopte het tot president-directeur van de KLM en Viggo Waas werd cabaretier.

In Leerschool Ajax wordt in scherpe contouren een kleurrijk beeld geschetst van de onderwereld van een ambitieuze voetbalclub. In sommige opzichten is het een onthutsend boek. Op militaristische wijze worden (werden?) kinderen onderwezen.

Wie niet voldoet, dient onmiddellijk te verdwijnen. Complimenten worden niet uitgedeeld, falen wordt niet getolereerd. Soms waan je je in een strafkamp, een verzamelplaats van een sekte waarvan de leiders afwijkend gedrag met harde hand bestrijden.

Eén fragment uit de documentaire Ajax - Daar hoorden zij engelen zingen van Roel van Dalen vertelt het hele verhaal.

'Wat zeggen we bij Ajax altijd?', vraagt de trainer van de D 2-pupillen aan de jongetjes. 'Wij zijn de besten', antwoordt een van hen, waarop hij streng wordt gecorrigeerd: 'Nee, wij zijn nooit tevreden.' Niet voor niets was We are the Champions van Queen, met de zin 'No time for losers', in de jaren negentig het officieuze clublied van Ajax.

(De vraag of er ook een andere weg naar de top bestaat voor jeugdspelers, dus of er voor een club als Ajax een alternatief bestaat, laat ik in het midden. Ik denk het niet, eigenlijk.)

Het zijn de voorbeelden van menselijk falen, van gebroken illusies en niet waargemaakte verwachtingen, die in Leerschool Ajax het meest tot de verbeelding spreken. Al meteen in het eerste hoofdstuk, een verhaal over Nordin van Schuppen, wordt de stelling weerlegd dat een paar jaar Ajax je een ferme basis voor het leven geeft.

Even tragisch zijn de lotgevallen van Ton Blanker en Sjoerd Ruiter. Ze werden geschoold om te winnen, maar verliezen tot op de dag van vandaag.

Van Schuppen, Blanker en Ruiter waren uitzonderlijk getalenteerd en werden vergeleken met Johan Cruijff. Iets ergers kan een jonge voetballer niet overkomen, lijkt het, als hij althans op geen enkele manier aan de verwachtingen kan voldoen.

Tegelijkertijd maakt Planting duidelijk dat niet slechts Ajax schuldig is. Leerschool Ajax leert ons een oude les: talent, hoe uitzonderlijk ook, is bij lange na niet voldoende om de top te halen. Net zo belangrijk zijn de wilskracht en het karakter van de jonge voetballer.

Goed idee, prachtig boek. Maar hoe anders, idyllischer als ik er aan terugdenk, ging het er godzijdank in de jaren zeventig aan toe aan de Jan Gijzenkade in Haarlem-Noord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden