Leerlingen worden steeds slimmer

Vandaag beginnen in het hele land de eindexamens. Geklaagd wordt er altijd over de opgaven, maar wie maken die eigenlijk?...

Vanaf vandaag zitten de 120 examenmakers van het Cito (Centraal Instituut Toetsontwikkeling) op het puntje van hun stoel. Want zelf doen ze ook examen. Ze zijn pas met vlag en wimpel geslaagd als zo'n 80 procent van de leerlingen een voldoende haalt. 'Als er extra leerlingen zakken omdat het examen te moeilijk was, vind ik dat vreselijk. Dat moet eigenlijk niet kunnen', verzucht Joop Hendricx, de man achter het natuurkunde-examen vwo.

Een jaar lang hebben ze op 'hun' examen gezwoegd, in de hoop dat alle leerlingen tot hun recht zullen komen. Toch blijken de opgaven soms achteraf aan de makkelijke kant. Dan hebben de leerlingen geluk. Vallen de opgaven tegen, dan hebben de leerlingen pech.

Pas als het onvoldoendes regent, wordt de normering aangepast. Dan hebben de examenmakers gefaald. In het ene jaar gebeurt dat bij wel vijf of zes van de twintig examenvakken mavo/vbo. En het andere jaar niet of nauwelijks.

De examenmakers maken er geen geheim van: examenopgaven bedenken is mensenwerk, soms zelfs nattevingerwerk. Er is geen garantie dat de vragen precies op het juiste niveau liggen. 'Echt moeilijke vragen haal je er wel uit. De echt makkelijke ook. Maar vragen met een gemiddelde moeilijkheidsgraad kunnen lastige onderdelen bevatten. Daarvan moet je er niet te veel in één examen hebben', weet Hendricx. 'Dan ga je de fout in.'

In eerste aanleg worden de opgaven bedacht door een groepje van drie vakdocenten die gedeeltelijk zijn vrijgesteld van het lesgeven. Door hun dagelijkse contact met eindexamenleerlingen hebben zij een goed beeld van de denk- en leefwereld van de leerlingen. Uiteindelijk maken de wetenschappelijk medewerkers van het Cito, de eigenlijke examenmakers, een samenhangend geheel van de aangeleverde opgaven op hun vakgebied. Zij verwerken ook de laatste schriftelijke en mondelinge commentaren van de Cevo (de Centrale Examencommissie Vaststelling Opgaven) in de examenteksten.

Zorgvuldiger kan 't haast niet. Toch slaat het Cito de plank weleens mis. Om de eindexamenkandidaten te vrijwaren van fouten, werkt het Cito al vijf jaar aan een systeem om de moeilijkheidsgraad van de opgaven objectief vast te stellen. Daartoe worden nieuwe opgaven gekoppeld aan oude examenvragen waarvan bekend is hoe leerlingen er op scoorden. Het geheel wordt uitgetest op vijftig proefpersonen die op de oude vragen ongeveer even goed of slecht moeten scoren als op de nieuwe.

Het leuke van deze 'normering' is dat het Cito hierdoor ook objectief kan vaststellen of leerlingen dommer of juist slimmer worden. Wat blijkt? De afgelopen vijf jaar zijn de leerlingen steeds beter geworden in Engels. In vijf jaar tijd liep de gemiddelde score op van 3,2 naar 3,4. In Frans en Duits presteren de leerlingen minder. Daar liep het gemiddelde cijfer met 0,3 punten terug naar 6,3. De scores in de exacte vakken blijven gelijk. Voor andere vakken, zoals Nederlands, begint de normering in 2001.

Joop Hendricx is in zijn nopjes met deze vernieuwing. 'Het vergroot de billijkheid. En het voorkomt dat je zoiets krijgt als goede en slechte wijnjaren.' Dat je ermee kunt uitrekenen of leerlingen slimmer worden, zegt hem niet veel. 'Dat antwoord weet ik zo ook al: er wordt al sinds Plato geklaagd dat de leerlingen elk jaar dommer worden. Hoe kan het dan dat we 2000 jaar later op de maan kunnen landen? Leerlingen worden steeds slimmer, neem dat maar van mij aan. De lesmethoden verbeteren voortdurend. Het lesmateriaal ook, dat werpt zijn vruchten af.'

Soms komen leerlingen in zak en as de examenzaal uit omdat ze de opgaven te moeilijk vonden. Dat gebeurde de laatste jaren vaak bij biologie. Toch bleek achteraf dat het examen best goed was gemaakt. 'Biologie is verschrikkelijk breed. Van plantjes en beestjes tot milieukunde, nare ziekten, klonen en DNA. Het is een enorme hoeveelheid stof. Daardoor ervaren leerlingen het vak als heel zwaar', onderstreept Mariëtte Lieverse, die bij het Cito verantwoordelijk is voor het examen biologie. 'Maar meestal valt het gelukkig mee.'

De examens van nu verschillen hemelsbreed van die van pakweg 20 jaar geleden, toen de examenmakers zelf aan de beurt waren. 'We kregen een half A4tje met vragen', lacht Kees Lagerwaard, de maker van het wiskunde-examen. 'Nu telt het wiskunde-A examen acht kantjes. Dat komt doordat we onze vragen realistisch maken. Dat werkt veel motiverender dan dat gegoochel met abstracte wiskundige formules.'

Vorig jaar moesten de havo-kandidaten bijvoorbeeld uitrekenen wat bij een bepaald belgedrag het voordeligste telefoon-abonnement was. Is het wiskunde-examen daarmee ook makkelijker geworden? 'Oh nee. Die oude examens kon je eindeloos oefenen tot je alle mogelijke formules een keer voorbij had zien komen. Nu heb je echt inzicht nodig', meent Lagerwaard.

Ook door de techniek is het wiskunde-onderwijs sterk in ontwikkeling. 'Het uitvoerende werk hoef je niet meer zelf te doen. Voor staartdelingen heb je rekenmachientjes, voor grafiekjes zakcomputertjes. Je wordt een schakel tussen het probleem en het apparaatje dat de technische uitvoering regelt. Maar je moet natuurlijk wel weten wat je dat apparaatje moet vragen. En je moet ook enig benul hebben van wat ongeveer de uitkomst moet zijn.'

De zaakvakken, zoals aardrijkskunde en biologie, hebben eveneens een nieuwe gedaante gekregen. Twintig jaar geleden hoefden de leerlingen slechts hun kennis van de feiten te etaleren. 'Vroeger bestond aardrijkskunde vooral uit kennis over landen. Maar dat soort kennis veroudert heel snel', vertelt Bruno van Erp Taalman Kip, verantwoordelijk voor aardrijkskunde bij het Cito. Hij vindt dat zijn vak is veranderd in een doe-vak. 'Leerlingen moeten op het examen zelf kaarten maken of aan de hand van kaarten bewijzen dat de Randstad nog steeds een expulsie-gebied is. Ze krijgen tabellen, foto's en kaarten voorgeschoteld en uit dat oerwoud van informatie moeten ze selecteren wat belangrijk is.'

Makkelijker is het aardrijkskunde-examen niet geworden. 'We vragen minder feitenkennis, maar om de economische en ecologische voordelen van het transport over water af te wegen tegen het wegtransport, moet je natuurlijk wel wat wéten.'

Ook de kennis van moderne vreemde talen wordt anders getoetst. Vroeger kregen de leerlingen voor Engels een klein fragment uit een roman waarna een waslijst aan detailvragen volgde. 'Eigenlijk was het een veredelde vorm van vertalen', vindt Nout van Zuijlen, één van de mensen achter het examen Engels.

'Nu krijgen de kinderen hele lappen tekst. Geen romanfragmenten, maar webteksten, folders en andere taaluitingen die ze elke dag tegen kunnen komen. Tegenwoordig gaat het erom dat ze met die teksten wat kunnen doen. Dat ze bijvoorbeeld uit al die informatie kunnen destilleren of ze het Vrijheidsbeeld kunnen bezoeken met hun invalide moeder.'

De vroeger zo bekritiseerde multiple- choice-vragen zijn op de terugtocht. De voorkeur gaat uit naar open vragen. 'Dat is logisch', vindt Ed Kremers, die bij het Cito verantwoordelijk is voor de examens havo en vwo. 'We vragen leerlingen steeds meer iets te dóen: samenvattingen maken, vergelijkingen trekken of kaarten tekenen. En de komst van het studiehuis versterkt die trend.' Prettige bijkomstigheid is dat het eerlijker is als een examen verschillende vraagtypen bevat. Sommige kandidaten zijn nu eenmaal handiger in meerkeuze-vragen dan anderen.

De examen-teksten worden met grote zorgvuldigheid gekozen. Teksten die de tere kinderziel kunnen ontregelen zijn taboe. Dood, verdriet en niet te vergeten het uiterlijk zijn geen geschikte examenthema's. Ook mag een tekst niet te economisch of te geschiedkundig zijn, want dan worden leerlingen met een bepaald vakkenpakket bevoordeeld. De onderwerpen mogen niet te jongensachtig of juist te meisjesachtig zijn en al helemaal niet kwetsend voor bepaalde bevolkingsgroepen.

De huidige discussie over de bevoegdheden van de monarch, dát lijkt een mooi examen-thema. 'Maar dat is juist linke soep. Een erg teer thema', zegt Alex van de Kerkhof, examenmaker Nederlands. 'Het koningshuis ligt bij sommige bevolkingsgroepen erg emotioneel. Niet doen.'

Hoe lager de onderwijssoort, hoe dichter de teksten bij de belevingswereld van het kind moeten liggen. VWO-kandidaten mogen hun tanden best stukbijten op een dorre tekst. Ook voor de Antillen moeten aansprekende thema's worden gezocht. 'Geen ijsbeer in het examen voor de Antillen dus', lacht Hendricx. Een tekst over de verwarming van huizen werd vorig jaar ongeschikt verklaard. 'Maar de reserve-tekst ging over ligfietsen. Op de Antillen wordt nauwelijks gefietst. En een ligfiets is er nog nooit gesignaleerd.'

De doorsnee Volkskrantlezer die straks probeert de examen-opgaven te maken, krijgt het overigens moeilijk. 'Iemand die tien jaar of langer geleden eindexamen vwo heeft gedaan, moet afhaken bij de vakken waar hij al die jaren niets meer mee heeft gedaan', voorspelt Cito-directeur Ed Kremers. 'Je haalt een twee, schat ik. Misschien een drie. Maar meer zeker niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden