Leerlingen houden van gekke lessen

De Nederlandse School, een vervolgopleiding voor leerkrachten, wil het onderwijs van binnenuit moderniseren.

Leerlingen van Bredeschool de Zuiderbreedte verkleed als holbewoners voor de Canon van de Nederlandse geschiedenisBeeld anp

Op het IJburg College in Amsterdam scheren binnenkort buizerds door de gangen. Althans, leerlingen die doen alsof ze buizerds zijn. Deze buizerds moeten jacht maken op de muizen - andere leerlingen die speuren naar 'voedsel' dat ligt verstopt in de school. 'Zo leren de kinderen spelenderwijs hoe het ecosysteem op de Oostvaardersplassen in elkaar steekt', zegt Michel Freriks, docent Mens & Natuur.

Freriks (30) ontwierp zijn dierenrollenspel tijdens zijn opleiding aan de Nederlandse School, een vervolgopleiding voor leerkrachten in het voortgezet onderwijs. Hij is een van 42 docenten die in september toetraden tot de eerste lichting studenten van de zelfverklaarde 'beweging van onderwijspioniers'.

Enkel bijscholing geven is niet genoeg - de Nederlandse School wil het onderwijs van binnenuit klaar maken voor de 21ste eeuw. 'Wij kunnen vaak niet bevatten hoe snel de techniek zich ontwikkelt, terwijl het voor kinderen allemaal heel normaal is', zegt directeur Ilja Klink (39). 'De docent zou een rolmodel moeten zijn. Daarom vind ik dat hij interesse moet hebben in de snel veranderende wereld waarin kinderen leven. Alleen dan kan hij snappen wat de moderne leerling bezighoudt.'

Natuurlijk, er zijn meer plaatsen waar docenten terechtkunnen voor nascholing. Onder meer de universiteiten in Leiden en Amsterdam bieden vervolgopleidingen aan, net als een keur aan particuliere instellingen. Maar de Nederlandse School is anders. Er zijn geen toetsen. Er zijn geen vastgestelde leerdoelen. Er is geen diploma. Het eigen initiatief van de docenten staat voorop. Zij bepalen wat ze willen leren en hoe ze dat doen.

'Wij willen af van het idee: jij betaalt geld, dus ik leer jou iets', zegt Klink. 'Natuurlijk faciliteren wij de opleiding en begeleiden we de docenten. Maar voor het echte leren zijn zij zelf verantwoordelijk. Ze kunnen zich goed zelf redden.'

Voortrekkers

Zeker in de eerste lichting vergt dat volgens Klink een bijzonder slag docent. 'Nu hebben we voortrekkers nodig. Mensen die het aandurven en hun zaken op orde hebben.' Oftewel: leraren die goed zijn in hun vak en een goede band hebben met hun collega's en leerlingen. 'Stevige mensen', vat Klink samen.

'We hebben bewust gekozen voor een hoge positionering', beaamt Hans van der Wind. Hij stond samen met compagnon Map Nihom aan de wieg van de Nederlandse School. Uit eigen zak betaalde hij een deel van de oprichtingskosten. 'Voor sommigen is de opleiding best zwaar. Deelnemers met wat meer levenservaring zijn er wel iets meer geschikt voor.'

Van der Wind denkt desondanks niet dat het effect van zijn opleiding beperkt blijft tot een clubje topdocenten. 'Onze deelnemers zetten iets in gang, zodat er een aanzuigende werking ontstaat naar andere leerkrachten.'

De opleiding werkt samen met zeventien middelbare scholen en daar komen er in september volgens Klink vijftien bij. 'Over twee jaar willen we 120 deelnemers hebben.' Van der Wind zegt dat er bovendien wordt nagedacht over aparte opleidingen voor bijvoorbeeld basisschoolleraren of hbo-docenten.

Stroomlijn

De tweede lichting Nederlandse School-studenten wacht hoe dan ook een meer gestroomlijnde ervaring, zegt docent en deelnemer Freriks. 'Nu zijn de opdrachten nog weleens ongelukkig getimed of komt een college niet helemaal over. Daar leert de opleiding van, zodat het volgend jaar beter gaat.'

Freriks heeft na zes maanden Nederlandse School naar eigen zeggen al veel geleerd. 'Ik sta anders in mijn schoenen. Voor de klas ging het altijd al goed, maar ik ben denk ik beter geworden in de omgang met collega's. Ik durf wat meer te zeggen wat ik denk, zonder dat ik bang ben iemand op de tenen te trappen.'

Voor zijn leerlingen blijft het ook niet onopgemerkt dat Freriks aan de Nederlandse School meedoet. Het levend stratego met de muizen en buizerds is niet de eerste zelfverzonnen lesvorm die hij in zijn klassen introduceert. De docent doet veelvuldig een beroep op gamification: het in de les inbrengen van spelelementen, zoals die in de videogames die zijn pupillen graag spelen.

Zo bedacht Freriks de les 'Een 10 voor M&N'. Op hun iPads vullen de leerlingen tien vragen in. Als een antwoord fout is, mogen ze de bijbehorende informatie opzoeken en de vraag opnieuw proberen. Aan het einde van de les moet achter elke vraag een digitale krul staan. 'Bij een gewone toets krijgt een leerling maar één kans', legt Freriks uit. 'Maar in games mag je telkens opnieuw beginnen als je het level niet haalt. Dat geeft veel meer voldoening.'

De actieve lesvorm zorgt er volgens Freriks bovendien voor dat de leerlingen de stof beter opnemen. En ze hebben het naar hun zin. 'De kinderen zeggen dat ze de 'gekke lessen' een stuk leuker vinden.'

Wat als een nieuwe les in de praktijk niet zo leuk en leerzaam blijkt als gedacht? 'Dat geeft niet, falen hoort erbij. Daarna probeer je gewoon snel weer wat anders.'

jelmer Evers over De Nederlandse School:

'Er is veel te doen over lerarenopleidingen - ze zouden slecht zijn en los staan van de onderwijspraktijk. Om die reden heb ik meegeholpen bij het opzetten van een nieuwe opleiding voor docenten, de Nederlandse School. Het is echt baanbrekend wat daar gebeurt.'


De drie O's van de Nederlandse school

Tijdens het achttien maanden durende programma begeleidt de Nederlandse School de deelnemers in drie onderdelen op weg naar het moderne docentschap. In de module Onderzoek kijken de leerkrachten kritisch naar hun persoonlijkheid en de invloed daarvan op hun onderwijs. Bij Ontwerpen maken de docenten kennis met nieuwe principes die ze kunnen gebruiken als ze eigen lesvormen ontwikkelen. Een voorbeeld is gamification, dat gaat over spelelementen.

Dan is er nog het onderdeel Ondernemen, waarvoor de deelnemers op netwerkborrels of bij lezingen mensen en bedrijven van buiten het onderwijs ontmoeten. Het idee is dat de onderwijzers zo in aanraking komen met voor hun vakgebied relevante vernieuwingen en ideeën. Een vaste locatie hebben de bijeenkomsten niet. Ze vinden plaats op plekken als het Instituut Beeld en Geluid in Hilversum of de TU Delft.

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) is enthousiast over het initiatief. 'Leraren kunnen de innovatieve motor in hun lerarenteam zijn, dat is de kracht van deze opleiding.' Bussemakers ministerie vergoedt voor de scholen van deelnemende leraren de helft van de 7.500 euro aan opleidingskosten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden