Column

Leerlingen die goed lezen en nuances zien worden gestraft

En? Hoeveel vragen had u fout? Drie, vier? Alle vijf? Het 'eindexamen Nederlands' dat Rik Kuiper vorige week aan de lezers van de Volkskrant voorlegde was profetisch. Het echte examen, met name dat van het vwo, bleek 'discutabel', zoals het goede antwoord op een meerkeuzevraag luidde. Maar antwoord A, 'verschrikkelijk' zou ik ook goed rekenen. De leraar Nederlands hier thuis, die het hele Pinksterweekend vloekend zat na te kijken, slingerde antwoord B de kamer in: 'Rampzalig!'

null Beeld anp
Beeld anp

Dat vonden ook de examenkandidaten: bij scholierenorganisatie LAKS kwamen 22.264 klachten binnen, waarmee het record van 2015 werd gebroken. Het merendeel van de 38.581 vwo'ers die examen deden had dus geklaagd. Hun bezwaren: te lang, te moeilijk, onduidelijke vragen.

Het eindexamen havo was goed te doen, vond ik. Er werd ook weinig over geklaagd. Het voornaamste minpunt was volgens de havisten dat de teksten vreselijk saai waren. Wat wil je, ze kwamen allemaal uit de Volkskrant en NRC Handelsblad. Voor het havo eens één keer een goedgeschreven stuk kiezen uit een (online) magazine dat ze wél lezen, durven ze bij het Cito nog steeds niet aan.

Ik maakte het havo-examen deze week omdat het mij werd gestuurd door het Cito: bij een van de vragen zat een fragment uit een column van mij. Dat riep een traumaatje wakker: een jaar of tien geleden was een verhaal van mij hoofdtekst op het havo-examen. Ik maakte het examen, de leraar hier thuis keek het streng na en ik scoorde een krap zeventje. Ik, sukkel, begreep mijn eigen tekst niet helemaal. En dan was ik ook nog eens, als eerstegraads leraar Nederlands, bevoegd om dat examen af te nemen. Mooie boel. Tot mijn opluchting had ik dit keer 'mijn' vraag goed, zij het na lang aarzelen.

Bij het eindexamen Nederlands-vwo van dit jaar scoor ik waarschijnlijk een onvoldoende. Maar dat neem ik mezelf niet kwalijk. Het is echt een heel slecht examen, met onduidelijke vragen en twijfelachtige antwoorden. Arme leerlingen.

Aan de gekozen teksten lag het niet, die waren interessant en helder. Ik denk dat alle leraren Nederlands met mij, en hun beste leerlingen, deze teksten volkomen begrijpen. Maar dan de vragen. Ik had er zeker tien fout, en kan mijn antwoorden goed verdedigen.

Eén voorbeeld. Een vraag bij een boekbespreking, door Chris van der Heijden, van een boek van David Weinberger. 'Op een aantal plaatsten wordt in de tekst ondubbelzinnig afstand genomen van het gedachtegoed van Weinberger' staat er, en dan moeten de leerlingen die woorden citeren. De antwoorden volgens het antwoordmodel zijn: 'We staan opnieuw op een keerpunt, beweren zij', 'Die tijd zou voorbij zijn' en 'Zonder het meteen met zijn radicale conclusies eens te zijn'. Die antwoorden ('beweren', 'zou', 'zonder het eens te zijn') duiden niet op ondubbelzinnig afstand nemen. Leerlingen die goed lezen en nuances zien worden hier gestraft.

Tegen het opstel als eindexamenopdracht was het grootste bezwaar dat het onmogelijk zou zijn om het objectief na te kijken. Maar dat bezwaar is bij dit examen even groot. Welke antwoorden komen in de buurt van wat de toetsmakers bedoelen?

Al zouden de vragen en antwoorden wél eenduidig zijn, dan nog vind ik het een slecht examen. Mijn antwoord op de meerkeuzevraag bij Kuipers artikel is C: dit examen is irrelevant. Het toetst niet wat het moet toetsen: of iemand de tekst begrijpt, erover heeft nagedacht en erop kan reageren. Deze examens, ook het havo-examen, zijn te neerlandistiekerig. Het gaat vaak om benoemen, om de functie van een alinea of argument, niet om de betekenis. De vorm, niet de inhoud. Dat is makkelijker te leren en te toetsen. Belangrijker dan of een alinea 'weerleggend' is of 'concluderend' is dat je snapt wát er wordt weerlegd of geconcludeerd.

Het moet anders. Aan geschreeuw aan de wal heeft niemands iets, dus ik doe graag een voorzet: maak een examen dat een beroep doet op hoofd en hart, op analytisch en creatief vermogen, op kennis, woordenschat, taalgevoel en empathie, en terloops ook spelling en interpunctie toetst. Dan kom je al gauw uit op een schrijfopdracht. Als duidelijk wordt vastgelegd waarnaar de beoordelende docent - en de tweede beoordelaar - moet kijken, dan krijgen leerlingen een eerlijker kans dan nu, met die idiote voorgekauwde antwoorden.

Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden