Leerling als hond die door hoepel springt

De Nederlandse taal: sááái! Volgens jongeren dan, uit Nederland, Vlaanderen, Suriname en Aruba, die daarover zijn ondervraagd door de Nederlandse Taalunie. Een suf schoolvak. Dat kan stukken creatiever en aantrekkelijker, vinden de jongeren en de Taalunie. Er deden maar honderd jongeren tussen 15 en 24 jaar mee, maar ik vrees dat ze representatief zijn. Ze hebben gelijk, die jongeren. Niet dat taal saai is. Maar het schoolvak vaak wel.


Dat ligt niet aan de docenten, op dat handjevol na dat denkt dat frisse onderwijsvernieuwing betekent dat je kinderen dagenlang achter de computer zet met hun taakjes. De meesten willen met hun klas debatteren, krantenartikelen lezen en interviewen, poëzie lezen en schrijven, toneelstukken en documentaires maken en rap-battles houden. In de eerste leerjaren doen ze dat ook. Leraren Nederlands weten dat alleen eindeloos en vindingrijk de taal gebruiken de taalvaardigheid vergroot. Ze weten ook dat actieve en levendige lessen leerlingen uit de slaapstand halen. Pas door dingen te doen, door jezelf te verbazen, ga je ergens lol in krijgen.


Zelfs voor spelling kun je leerlingen warm maken door er een 'battle' van te maken. De jongeren in het Taalunie-onderzoek zeiden juist op Facebook en in sms'jes op spelling te letten, omdat ze zich voor vrienden schaamden voor stomme fouten. Nou leraar, maak gebruik van die gêne!


Maar in de laatste twee jaar havo en vwo moeten leraren hun leerlingen klaarstomen voor het eindexamen, helemaal nu bij de verscherpte eisen één onvoldoende fataal kan zijn. Het eindexamen Nederlands heeft twee onderdelen: vragen naar aanleiding van een tekst en een samenvattingsopdracht. Natuurlijk, wie verder wil studeren, moet op z'n minst teksten kunnen begrijpen en samenvatten. Na vijf, zes jaar middelbare school moet je kijken of 18-jarigen een redenering kunnen volgen en helder en foutloos kunnen formuleren. Het gekke is: dat toetst het eindexamen Nederlands nauwelijks. Ieder beroep op creativiteit, zelfstandig nadenken en formuleren is er zorgvuldig uitgewied.


Ik ben getrouwd met een leraar Nederlands die examenklassen heeft, dus elk jaar zie ik de opgaven op tafel liggen. Soms probeer ik het examen te maken. Dat valt niet mee. Hoewel ik bevoegd leraar Nederlands ben en van lezen en schrijven mijn beroep heb gemaakt, bak ik er zelden meer van dan een zesje. Zelfs die ene keer dat een stuk van mij examentekst was, maakte ik fout op fout; kennelijk begreep ik mijn eigen verhaal niet.


Dat kan aan mijn domheid liggen. Maar sinds de leraar hier thuis heeft uitgelegd waarop ik moet letten, lukt het beter. Het gaat om trucjes, legde hij uit. Om verwijswoorden, herhalingen, vooraf erin geramde kenmerken. Bij het onderdeel samenvatten hoeft de kandidaat zelf niet na te denken en niets zelf samen te vatten en: de punten die hij moet verwerken staan gegeven. 'Geleidingspunten' heten die. Maak van de vragende vorm een stellende zin en kijk waar die wordt aangevuld in de tekst, en klaar ben je. Een kind kan de was doen. Maar hé, bij de teksten die eerstejaars aan de universiteit te lezen krijgen, staan géén geleidingspunten.


Correct spellen doet er amper toe op het examen. Ook dat is straks de zorg van hogescholen en universiteiten, die steevast klagen over slechte spellers. Wie geen leestekens gebruikt en álle woorden fout spelt, krijgt maximaal 4 van de te behalen 48 punten aftrek; dat is nog niet één punt op het eindcijfer. Op overschrijding van de lengte staat wel zware straf: wie 60 woorden te veel gebruikt, ook al is de samenvatting briljant en foutloos, krijgt 16 punten aftrek; het cijfer gaat dan bijna vier punten omlaag.


Er bestaat een opdracht die álles toetst. Taal- en denkvermogen, fantasie, stijl, spelling en woordenschat, een toets die een beroep doet op hoofd en hart: het opstel. Een mooie afsluiting van levendig literatuur- en taalonderwijs. Maar het opstel werd al jaren geleden afgeschaft omdat het 'niet toetsbaar' zou zijn.


Daar gaat het dus om. Het huidige eindexamen toetst geen begrip, maar toetsvaardigheid en nakijkbaarheid. Richt de leerling af als een hond die door een hoepel springt, maak van de leraar een saaie afturver, en de school, het Cito en Van Bijsterveldt zijn tevreden.


Het opstel, dat álles toetst, is afgeschaft. Het was 'niet toetsbaar'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden