'Leerkrachten roepen al snel: adhd'

Jongeren met delinquent gedrag maken het de samenleving knap lastig. Is het dan niet vreemd dat er voor een hoogleraar in de forensische jeugdpsychiatrie geen opvolger is?

Op de voicemail hoor je hem, overduidelijk hard trappend op de fiets: 'Ik ben er bijna!' Regenjack, petje, rugzakje, brede glimlach. Gisteravond tot laat vergaderd, over een paar dagen een congres in Dublin. 'Hoezo pensioen?' Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Theo Doreleijers, gespecialiseerd in forensische jeugdpsychiatrie en pas emeritus, zag als kinderpsychiater vierduizend kinderen.


U hebt geen opvolger. Sterker nog, over drie jaar is er nog maar één hoogleraar jeugdpsychiatrie in Nederland. Hoe kan dat?

'We hebben tien, vijftien jaar geleden nagelaten om over onze opvolging na te denken. Iets anders is dat een hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan absurde eisen moet voldoen. Hij moet dertig internationale publicaties op zijn naam hebben. Maar in ons vak is onderzoek ingewikkeld. Voordat wij bijvoorbeeld driehonderd kinderen met vroege politiecontacten bij elkaar hebben, ben je een jaar verder. Die kinderen willen we jaarlijks opnieuw interviewen en testen om zicht op hun ontwikkeling te krijgen.'


Hoe zit dat bij andere universiteiten?

'Universiteiten lopen momenteel niet hard om nieuwe hoogleraren aan te trekken, omdat ze moeten bezuinigen. De taken van de vertrekkende hoogleraren worden verdeeld en bij anderen ondergebracht. In Utrecht heeft René Kahn de kinderpsychiatrie erbij genomen. Frank Verhulst van het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum, die over een paar jaar met pensioen gaat, heeft een enorme bijdrage aan ons vak geleverd, maar toch heeft zelfs hij Nederland niet kunnen wakkerschudden. In het algemeen geldt voor de kinder- en jeugdpsychiatrie dat we wetenschappelijk flink aan de weg timmeren, maar te weinig voor onze patiënten opkomen bij politici, media en financiers.'


Tegelijkertijd staat de kinderpsychiatrie onder druk door de decentralisatie van de jeugdzorg en de jeugd-ggz naar de gemeenten, per 1 januari 2015.

'Ik vind het heel goed dat het volstrekt langs elkaar heen werken van allerlei zorginstellingen wordt aangepakt. Maar universitaire centra voor psychiatrische zorg moeten wel blijven. Zonder centra als de Bascule (aan de VU en de UvA gelieerd centrum voor behandeling en opleiding) en De Jutters (in Den Haag) was het me niet gelukt om honderd kinderpsychiaters op te leiden. Met wijkteams is dat uitgesloten.'


Waarom?

'Wij zien elk jaar tientallen kinderen met pseudo-epileptische aanvallen, ingewikkelde combinaties van autisme en adhd, mislukte suïcides, anorectische kinderen die op sterven na dood zijn. In een wijkteam zie je er misschien jaarlijks drie. Daar kun je geen opleiding op bouwen. Anorexia is bovendien een multidisciplinaire stoornis. Daarvoor heb je een kinderpsychiater nodig en een maagdarm-arts. Daarom is het belangrijk dat de specialistische kinderpsychiatrie bij de kindergeneeskunde blijft. Borderliners die 's nachts bellen dat ze er een eind aan willen maken, daar kan een wijkteam écht niet mee omgaan. Voor 24-uursbeschikbaarheid voor deze kinderen, en voor onderzoek heb je gespecialiseerde centra nodig.'


Lang werkte u in het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag. Wat is eigenlijk de meerwaarde van een kinderpsychiater in een gewoon ziekenhuis?

'Dat zit hem in het multidisciplinaire. We zagen bijvoorbeeld kinderen die zich met hun eczeem totaal kapot krabden. We behandelden die samen met de dermatoloog. Er waren ook kinderen wier astma-aanvallen sterk psychogeen bepaald waren. Zij hebben een pufje van de kinderlongarts nodig, maar ook een gezinstherapeut en een kinderpsychiater.


'Niemand weet - vaak ook niet kinderartsen die het voorschrijven - dat kinderen van methylfenidaat (de werkzame stof in onder meer ritalin, red.) depressief kunnen worden als ze het veel slikken. En omgekeerd: bij een kinderdepressie moet je altijd eerst aan bloedarmoede denken. Je moet kinderpsychiater zijn om dat te kunnen bedenken; die heeft een medische opleiding gehad.'


Wat zijn de belangrijkste successen van de kinderpsychiatrie?

'Op de eerste plaats denk ik aan de vroege herkenning van kinderpsychiatrische stoornissen. Toen ik 35 jaar geleden in Den Haag begon, werd - op de klassieke autisten na, die in een zwakzinnigeninrichting verdwenen - autisme niet herkend. We hadden het over vreemde snuiters: de huidige pdd-nos'ers (pervasieve ontwikkelingsstoornis niet nader omschreven, red.) en ass'ers (autisme spectrumstoornissen). Dat is enorm verbeterd.'


Er zijn ook mensen die vinden dat die vreemde snuiter wel erg is gemedicaliseerd...

'Professionals die niet in de ggz zijn opgeleid, zoals leerkrachten, roepen heel vaak dat een kind autisme heeft of adhd. Maar een diagnose met zoveel gewicht moet in een multidisciplinair team worden gesteld. En dan nog: ik heb tientallen kinderen gezien bij wie ik het echt niet in één keer kon vaststellen. Wereldwijd is vastgelegd dat een probleem pas een stoornis genoemd mag worden als er sprake is van lijden en disfunctioneren. Iemand met trekjes die we ook zien bij autistische kinderen, mogen we dus geen autist noemen.'


Hoe zit dat met adhd?

'Daarvoor geldt hetzelfde. Nog steeds krijgen meer kinderen ten onrechte niet dan wel medicatie. Maar het zijn niet alleen kinderpsychiaters die recepten uitschrijven. Dat doen kinderartsen en huisartsen ook. Er worden tonnen antidepressiva voorgeschreven, maar niet door psychiaters.'


Tijdens uw afscheid zat criminoloog Wouter Buikhuisen in de zaal - bekend van zijn onderzoek naar de biologische wortels van delinquent gedrag. U bent daarmee eind jaren negentig ook begonnen - onderzoek waarvoor Buikhuisen is weggepest.

'En hoe! Hij kreeg letterlijk de stront door de brievenbus. Heel ernstig.'


Maar inmiddels is het weer bon ton om de relatie tussen biologische factoren en misdaad te onderzoeken?

'Mijn collega Arne Popma liet in 2006 zien dat Amsterdamse straatschoffies van 12 tot 14 jaar met politiecontacten en een antisociale gedragsstoornis, gemiddeld minder stress hebben wanneer ze onder druk staan, dan schoffies zonder stoornis. Dat gebrek aan angst maakt ze ongevoeliger voor straf. Terwijl hen straffen juist is wat de samenleving wil.


'Momenteel willen we driehonderd jongens die voor de rechter moeten verschijnen uitvoerig in kaart brengen. Over drie, vier jaar hebben we de resultaten. We willen aantonen dat het zinvol is om al die boefjes niet alleen standaard een batterij psychologische tests af te nemen, maar ook de stress te meten.


'Ik ben ervan overtuigd dat dat scherpere diagnostiek oplevert, een scherpere behandelindicatie en misschien ook een ander strafrechtelijk beleid. Dat rechters zien: deze jongen heeft veel risicofactoren waaraan hij écht niets kan doen. De maatschappij zal altijd om genoegdoening vragen, maar moeten we er vooral niet ook voor zorgen dat deze jongens niet opnieuw in de fout gaan?'


CV

1948 Geboren


1975 Geneeskunde, Universiteit Nijmegen


1979 Specialisatie kinder- en jeugdpsychiatrie, Rotterdam


1980-1997 Kinder- en jeugdpsychiater Juliana Kinderziekenhuis Den Haag


1997-2013 Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie VUmc


1997-2012 Opleider academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie de Bascule


2007-2013 Hoogleraar forensische psychiatrie Universiteit Leiden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden