Leer Oost-Afrika zelf voedsel verbouwen

In de Volkskrant van 14 en 15 juli schenkt Kees Broere aandacht aan het naderende onheil van massale honger in Oost-Afrika. Grote groepen ondervoede mensen trekken naar vluchtelingenkampen in Kenia en Ethiopië. Extreme droogte is de oorzaak dat veel boeren hun gewassen zien vergaan. Er is voor mens en dier een groot gebrek aan drinkwater en voedsel.


De vluchtelingenkampen in de regio hebben een permanent karakter gekregen vanwege de slechte politieke situatie in Somalië en het beleid van de Keniaanse overheid om vluchtelingen niet te assimileren maar in de kampen te houden. Langdurige voedselhulp met voortdurende dumping van buitenlandse graanoverschotten houdt deze ongewenste situatie in stand.


Anders dan het stimuleren van de binnenlandse graanproductie, zoals het World Food Program nastreeft, ontwricht deze vorm van voedselhulp de lokale economie. Bewoners van de kampen verkiezen zekerheid en afhankelijkheid boven het teruggaan naar hun eigen gebieden. Hier zijn ze afgesloten van steun bij het heropbouwen van hun landbouwproductie. Daarbij drijft het dumpen van graan de prijs naar beneden. Dat is goed voor de consumenten in de steden, maar slecht voor lokale graanboeren.


Nederland heeft onlangs het aantal hulplanden teruggebracht tot 15. Hieronder zijn ook Kenia en Ethiopië. Nederlandse hulp richt zich op vier thema's, waaronder voedselzekerheid, water, seksuele en reproductieve gezondheid en veiligheid. Deze zijn gekozen omdat Nederland hierover veel expertise bezit, maar er is ook een eigenbelang voor het Nederlands bedrijfsleven.


De vier thema's zijn belangrijk in Oost-Afrika, maar hoe kan de huidige noodsituatie hiermee aangepakt worden? Ontwikkelt Nederland hiervoor een heldere strategie? Hoe kunnen we eraan bijdragen dat de ruim 400.000 bewoners van de vluchtelingenkampen en de nog steeds toestromende massa's ondervoede mensen een waardig bestaan gaan opbouwen? Het nieuwe Nederlandse beleid wijst eerder in de richting van het stimuleren van groente- en bloemensectoren dan dat het bijdraagt aan het verbeteren van de voedselzekerheid in de regio.


De Nederlandse kennis van voedselproductie geniet wereldfaam. Nederlandse kennisinstellingen en bedrijven kunnen een grote bijdrage leveren aan het verbeteren van de voedselzekerheid in Oost-Afrika en daarmee hongersnood in de toekomst uitbannen. Dit vraagt om harmonisering van buitenlandse interventies waarbij voedselhulp wordt afgebouwd ten behoeve van structurele verbetering van de binnenlandse voedselproductie. Hierbij moet het primair gaan om het maatschappelijke doel van armoedebestrijding en niet om het commerciële belang.


Veel Nederlandse bedrijven hebben aangetoond maatschappelijk te kunnen ondernemen. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid moet hierbij de juiste prikkel geven. Dat houdt in dat we in een crisis zoals in Oost-Afrika geen publieke middelen moeten inzetten voor de export van groente en bloemen, maar juist voor lokale voedselproductie. Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kunnen daar een grote rol in spelen. Voedselzekerheid die door lokale boeren wordt bereikt, is ook een beter uitgangspunt voor de export van boontjes en bloemen.


Bart de Steenhuijsen Piters is teamleider duurzame economische ontwikkeling bij het Tropeninstituut. Eric Smaling is hoogleraar duurzame landbouw aan de Universiteit Twente.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden