Leer die zinnetjes nou maar gewoon

'MEIDEN, LAAT eens wat zien! Dit is een hoerenberoep. Gevoelens die fatsoenlijke mensen binnenhouden zal je buiten moeten zetten. Daar betalen de mensen voor aan de kassa'..

Dat riep Cor Hermus begin jaren veertig tegen zijn toneelschoolleerlingen, de klas van Hella Haasse en een zekere Annie de Bruyn die zich later Elizabeth Andersen ging noemen. De jonge Egbert van Paridon, die een klas lager zat, viel af en toe in als mannelijke tegenspeler. Hij herinnert zich nog goed dat Hermus een markante leraar was. De enige. Want van enige systematiek in het lesprogramma was in die oorlogsdagen geen sprake. Na de oorlog was dat nauwelijks beter. Remmelts kwam als leraar gewoonlijk met een enorme kegel op school, rechtstreeks van kunstenaarssociëteit De Kring.

In het hoofd van de nu 78-jarige Van Paridon (acteur/regisseur/directeur) ligt ruim vijftig jaar toneelgeschiedenis opgeslagen. De verhalen waarmee hij je na afloop van een voorstelling kon bestoken, heeft hij nu opgeschreven. Geen slecht idee, want de lezer tuimelt van de ene anekdote in de andere en krijgt ongemerkt een indruk van de toneelwereld vlak na de oorlog - toen een onschuldige vrijscène al genoeg was voor een fel protest.

Bij de gezelschappen vierde de hiërarchie hoogtij. Als jonkie kreeg je alleen een schriftje met de regels die je moest zeggen. Wilde je het hele stuk lezen, dan was het antwoord: 'Leer die zinnetjes nou maar gewoon en hou verder je mond.'

Met een paar lotgenoten besloot Van Paridon in 1950 een nieuw gezelschap op te richten, Puck, waarin jonge acteurs speelden voor een jong publiek. Carmiggelt juichte in Het Parool, maar de schuldenlast was hoog. Van Paridon leerde er het lobbyen en onderhandelen dat hem later, toen hij directeur bij Toneelgroep Centrum was, van pas zou komen. Allengs bleek zijn talent als organisator en bestuurder dat van de acteur en de regisseur te overtreffen. Al zou hij tot na zijn pensionering af en toe een rolletje blijven spelen.

In zijn drang te vertellen hoe het werkelijk was, neemt de schrijver geen blad voor de mond. Met de toneelleider Rob de Vries, na de oorlog alom gerespecteerd voor zijn verzetswerk, raakte hij ooit slaags toen hij opstond in de bus voor een oudere collega, die tijdens de oorlog had doorgespeeld. De Vries noemde dat een demonstratie en stroopte zijn mouwen op. Van Paridon is dan wel zo eerlijk om de passage droog te besluiten met: 'Ik verloor.'

Onovertroffen is de manier waarop het boek je geheugen opfrist. Wie weet nog dat Piet Römer, Leen Jongewaard en Adèle Bloemendaal bij Puck hun toneelloopbaan begonnen? Albert van Dalsum blijkt een bezeten regisseur te zijn geweest die nooit op tijd klaar was met zijn voorstellingen. Tijdens een première in de jaren vijftig werd in de pauze het decor voor het laatste bedrijf nog binnengedragen. Daar moest bovendien nog in worden gerepeteerd, zodat de pauze tot bijna anderhalf uur werd opgerekt en de acteurs na afloop met verf aan hun mouwen het applaus in ontvangst namen.

Over Guus Oster, de directeur van de Nederlandse Comedie, geen kwaad woord, maar de auteur schildert hem wel af als een dandy die na de jaarlijkse Gijsbrecht afreisde naar de wintersport om bruinverbrand aan de tweede helft van het seizoen te beginnen. Of de legendarische actrice Fien de la Mar. Twee maanden voordat ze een eind aan haar leven zou maken, ze was toen 67, was ze bij de begrafenis van Herman Bouber, de grote man uit het volkstoneel. Het was 1963, een koude februarimorgen, haar hoge naaldhakken zakten weg in de sneeuw. 'Een dun zwart rokje tot boven de knie liet haar prachtige benen zien, gehuld in zwartzijden kousen. Ze rookte een sigaret uit een heel lange dunne sigarettenpijp. Fien had zich er niet van af gemaakt.'

Van Paridon is een onderhoudend verteller. Dat hij af en toe de gelegenheid aangrijpt voor persoonlijke ontboezemingen zij hem gegund, temeer omdat hij ook veel behartigenswaardigs opmerkt. Over het mislukken van de toneelspreiding, over het overdreven belang dat groepen hechten aan de ideale toneelzaal. Ze zouden naar zijn bloemenman moeten luisteren die altijd zei: 'Een clivia hoort in een te nauwe pot. Hij bloeit uit nijd.'

Marian Buijs

Egbert van Paridon: Liever geen bloemen. Terugblik van een theaterman. Eindredactie: Paul Blom. Theater Instituut Nederland; 235 pagina's, * 25,-.

ISBN 90-70892-51-0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden