Leeg land, vol hoofd

Vakantie! Wat waren we daar aan toe! Maar waarom eigenlijk? Zo hard wordt er nou ook weer niet gewerkt in Nederland....

1. De verlossing komt in zicht

Het is juli en het land loopt leeg als een lekke fietsband. Niks doet het nog. Elke afspraak die je nu nog wilt maken is voor na de vakantie. See you in september! Alleen de boer en de kleine kruidenier blijven op hun post, als laatste boegbeelden van het Nederland van voor de stresscultuur.

Ik dacht zondag: even kijken wat Buitenhof heeft. Buitenhof had niks. Er was geen Buitenhof meer. Vanwege de kosten kan het niet zijn. Drie camera’s en een houten tafel. Vanwege de wereld die zou stilvallen evenmin: Zimbabwe, de embryo’s, de commissie-Bakker over de nieuwe arbeidsverhoudingen in de nieuwe tijd.

Ik dacht: weet je wat, neem VPRO Boeken weer eens mee (twee camera’s, een keukentafeltje). De onvolprezen Wim Brands was in gesprek met de bioloog Tijs Goldschmidt over Kloten van de Engel. Een mooi boek, alleen een beetje laat. Was het niet al vorig jaar verschenen? De uitzending bleek een herhaling van 30 december. Vakanties vormen het hoogtij van het lezen. Aan de vooravond ervan komt de VPRO met een herhaling.

Aan de televisie kun je nog het beste zien dat we er geen zin meer in hebben, in de bedrijvigheid van alledag. Het parlement doet goed mee. Acht weken sluit de Tweede Kamer zijn tent. Er was het zogeheten ‘meireces’ van twee weken, het ‘krokusreces’ van een week. Voor het herfstreces, dat aanbreekt vijf weken nadat men terug is van het zomerreces, is ook een week uitgetrokken. Het kerstreces mag drie weken duren. Ze zeggen dat het is om onder de gewone mensen te kunnen zijn. Van zoveel afwezigheid word je als gewoon mens vanzelf een populist.

Een van de meest gehoorde argumenten ten faveure van vakantie is de wenselijkheid te breken met de sleur. De laatste keer dat Nederland massaal brak met de sleur, rondom Koninginnedag en Hemelvaartsdag, is inderdaad alweer twee maanden geleden.

De televisie en het parlement zetten de trend: werken wordt een hinderlijke onderbreking van wat standaard wordt: vrij! In de jaren zestig werkten de Nederlanders nog 2000 uur per jaar; nu ligt het gemiddelde onder de 1400. De verlossing komt in zicht.

Het bewijst niks, maar omdat het in de redenering past is het leuk meegenomen: wie het trefwoord ‘inspannen’ op Google intikt, krijgt 185 duizend hits (waarbij inbegrepen ‘inspannen’ in de betekenis van het vastmaken van een lastdier). Wie naar ‘ontspannen’ informeert bij Google, mag kiezen uit drie miljoen 120 duizend mogelijkheden.

2. Het ideaal: meer dan een jaar vakantie per jaar

Laat ik voor één keer mijzelf als illustratie nemen, een eenvoudige loonslaaf. Ik heb 28 vakantiedagen per jaar. Om redenen die ik niet ken, heb ik twaalf ADV dagen. Om redenen die ik niet wil kennen, heb ik twintig seniorendagen. Op zaterdag en zondag ben ik vrij, in elk geval officieel. Het is dat ik niet meer rook – volgens recent Belgisch onderzoek mogen we voor de rookpauzes tijdens het werk voor de modale paffer op jaarbasis 24 dagen noteren. (Ter verdediging van de rokers moet worden aangetekend dat de niet-rokers 24 dagen verkwanselen aan lummelen en oudehoeren). Het is dat mijn voortplanting zijn grenzen van het redelijke heeft bereikt – van GroenLinks moet ik aanspraak mogen maken op tien trotse vaderverlofdagen. Bijna zou ik vergeten dat we negen, in sommige jaren tien officiële vrije dagen hebben in dit land. Baaldagen laten we aan ieders beleefdheid.

Laat ik conservatief tellen: bijna de helft van het kalenderjaar ben ik vrij, althans volgens de cao. Ik moet aan mijn vader denken. Acht kinderen bracht hij voort. Dat waren dus acht bevallingen. Hij was bij nul bevallingen aanwezig. Mijn moeder mocht er graag over vertellen. Dat hij, verwittigd van de komst van zijn jongste zich naar huis spoedde, zijn hoofd om de hoek van de deur stak en informeerde naar het welbevinden. Ze vertelde het met voldoening, het was zeker geen aanklacht. Ze was er trots op dat ze het alleen aankon. Mijn vader deed de andere kant van het gezin. Hij werkte.

De commissie-Bakker kwam drie weken geleden met de boodschap dat we langer moeten doorwerken en meer uren per week moeten maken. Anders ontstaan forse tekorten aan arbeidskrachten, vooral in de zorg en het onderwijs.‘Die boodschap wil niemand horen’, schreef deze krant. Nu we met z’n allen ouder worden en langer gezond zijn, meent Bakker - op kousevoeten zo voorzichtig - dat de pensioengerechtigde leeftijd verhoogd kan worden naar 67. Niet ineens natuurlijk. We beginnen in 2016 en dan zijn we in 2040 bij het gestelde doel.

Je zou zeggen: wie dan leeft, dan zorgt. Niks daarvan. Vier vijfde van de huidige werknemers moet er nu al niet aan denken, aan doorwerken tot je 65ste.

Werken wordt de onderbreking, vrij wordt de regel.

‘Dat vind ik veel te simplistisch’, straft professor Peter Ester af. Hij is cultuursocioloog, met name op het gebied van de arbeid, en als zodanig hoogleraar in Tilburg. Hij zal nog omstandig uitleggen waar de schoen wringt: dat in onze hyperactieve cultuur tegenwoordig een maatschappelijke dwang en persoonlijke drang bestaat tot excelleren. In alles. Als werknemer, als geliefde, als vader of moeder, als klusjesman, als jogger, ja zelfs als Sinterklaas. Altijd en overal moet je schitteren. We maken elkaar gek, en om te beginnen onszelf.

En om die gekmakende druk te bezweren, moeten we eruit, er even helemaal uit. Al wil professor Ester niet verhelen dat het zijns inziens langzamerhand een beetje veel wordt.

Hij heeft een tijdje in Amerika gewoond. ‘Amerikanen hebben twee, drie weken per jaar en that’s it. Ik herinner me dat een vriend tegen me zei: ik ga fijn op vakantie. Vier dagen later trof ik hem weer. Ik zei: ik dacht dat jij op vakantie zou gaan? Ja, zei-die, was ik ook, ik ben weer terug.’

Aangeboden op www.tweedehands.net: ‘Deze 39-jarige, gebonden man heeft te veel vrije tijd. Ben jij die 25-45 jarige dame die wel in is voor een paar uurtjes ontspanning?’

Peter Ester: ‘Het is een beetje uit de hand gelopen in Nederland. Ik denk dat iedereen dat wel beseft.’

3. Het vakantievocabulaire

Interessant is het nieuwerwetse vakantievocabulaire: de accu opladen, even uitblazen, even bijtanken, op adem komen, even bijkomen en – de ergste – even helemaal niets en: het hoofd leegmaken. Het is de litanie van het zachte kreunen. Een zekere verongelijktheid voert de boventoon.

Tot ver na de oorlog hielden we ons aan het arbeidsethos zoals dat in het begin van de 20ste eeuw was geformuleerd door Max Weber, de Duitse socioloog. In Die protestantische Ethik und der Geist des Kaptalismus beschreef Weber hoe Calvijn was doorgedrongen tot op de werkplek: ‘Rusteloze en methodische vlijt, nuchterheid en een gevoel van individuele verantwoordelijkheid’ kenmerkten de arbeider. Die arbeider is dood en begraven, toch?

Professor Ester gelooft er niets van; het calvinistische ethos is nog steeds het bepalende ethos. Het probleem is alleen dat de ‘rusteloze en methodische vlijt’ zich verspreid heeft over alle domeinen van het menselijk bestaan.

Ester: ‘Ik noem het de combinatiedruk. Het is essentieel in het hele verhaal. Alles moet. Alles moet perfect. Het werk, de opvoeding, de liefde, het gezin, de vrienden, de vrije tijd. Uw en mijn vader gingen uit werken, van ’s ochtends vroeg tot diep in de middag, dan kwamen ze thuis, ze waren moe, alles hield op. Tegenwoordig begint het dan pas. Het arbeidsethos heeft zich verbreed tot alle domeinen van het menselijk leven en die domeinen, al die wensen en verlangens concurreren volop met elkaar. Dan zie je hoe mensen over de rooie gaan.

‘Wat ik zelf het meest pijnlijke vind is het volgende: vroeger zag je overspanning bij mensen die tegen de vijftig liepen. Het was de midlife crisis. Nu zie je hoe mensen die nog maar aan het begin van hun loopbaan staan, ze zijn vaak niet ouder dan eind twintig, worstelen met een enorme stress.

‘Belangrijk is om te begrijpen dat die stress niet in de eerste plaats voortkomt uit de noodzaak hard te werken. Daar kunnen mensen wel tegen, ook jonge mensen. Fnuikend is dat ze in het begin van hun loopbaan allerlei dingen moeten combineren: carrière, huwelijk, kinderen, vriendschappen. Bij een aantal breekt het lijntje.’

4. De zucht naar perfectie

Tijd voor een uitstapje. Washington DC, een boekwinkel. Een frêle, oudere dame introduceert de schrijfster. De dame is in donkerblauw broekpak – zelfbewuste Amerikaanse vrouwen gaan altijd in broekpak. Zie Clinton, Hillary en Bush, Laura. ‘Ik voel enorm veel pijn’, zegt de oudere dame, ‘voor al de vrouwen die vandaag de dag kinderen moeten opvoeden.’

Dan komt de schrijfster naar voren, klein en donker. Haar boek heet Perfect Madness. ‘Ik heb een onaangenaam gevoel onderzocht’, zegt ze. ‘Het heeft geen naam, het kent veel gezichten. Het gaat om het beklemmende gevoel van heel veel moeders dat ze het altijd fout doen. Wat ze ook doen, uiteindelijk schieten ze tekort. Het leidt tot een giftig mengsel van schuld en spijt, van wrok en angst. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat het een gevoel is dat voor veel Amerikaanse vrouwen het moederschap verpest.’

In haar woonbuurt ontmoette de schrijfster moeders die volledig in beslag werden genomen door de kinderagenda. ‘Ze raceten met hun kinderen van paardrijden naar verjaardagspartijtjes naar Franse les. Ze deden niet meer aan seks.’ Het is het verhaal over de combinatiedruk en de zucht naar perfectie. De schrijfster: ‘Van kust tot kust keren moeders in dit land zich binnenstebuiten om perfecte kinderen op te voeden, die naar perfecte scholen gaan, naar perfecte universiteiten, die perfecte carrières maken. Het maakt moeders perfect ellendig.’

In Kinderen voor Kinderen is ooit een lied ten gehore gebracht met de strijdbare titel Recht op vrije tijd. De verzuchting van een jong scholiertje: ‘Wat zou het heerlijk zijn om eens een middag niets te moeten/Lekker buiten spelen/Of zomaar in de modder wroeten.’

Iets soortgelijks, maar dan op het niveau van de volwassen werknemer is aan te treffen op Leren.nl. Het biedt gratis cursussen, met beloftevolle titels als ‘Nee zeggen’ en ‘Je baas eist teveel van je’. De cursus leert je tegen te spreken: ‘Nee zeggen is normaal’.

Hoge aanspraken, met als uitkomst illusies die aan scherven liggen – daar ligt volgens prof. Ester een kern van de roep om meer vrije tijd. Naarmate er meer scherven liggen, wordt de roep om meer vrije tijd groter. De remedie is tegelijkertijd de kwaal. Zo is ook de vakantie tot de stresscultuur gaan behoren.

Voor een deel, zegt Ester, is het een semantische kwestie. ‘Het is niet dat mensen letterlijk meer vrije tijd willen. Ze gaan niet tennissen, ben je gek. Ze gaan zorgtaken doen, thuis. Het is eigenlijk een noodkreet. Ze zeggen: jongens, ik krijg het niet meer voor elkaar alles te combineren.

‘Alles in ons leven moet tegenwoordig voldoen aan hoge maatstaven. Elk uur van extra vrije tijd moet extra leuk zijn. Vanwege de stress op het werk gaan we vier dagen uitwaaien op Ameland. Maar het regent op Ameland en de kinderen zijn lastig en zelf ben je ook humeurig. Enfin, u begrijpt wat ik zeggen wil: het probleem wordt alleen maar groter.’

5. De verloren tijd

De socioloog Dick Pels schreef maandag in NRC Handelsblad dat ‘onze hele economische en politieke elite in feite bestaat uit werkverslaafde stresskippen’. Pels zoekt een ontspannen samenleving. Ester wil weten hoe we dat betalen: ‘Veel alternatieven zijn er niet.’ Hij denkt aan meer Polen of toch langer werken.

Cultuursocioloog Peter Ester zoekt een oplossing in terugkeer naar de Weberiaanse arbeidsethos. Niet in zijn rigide versie, maar in een flexibele, moderne variant. Soms is in een levensloop het privéleven aan bod, soms kunnen alle kaarten worden gezet op arbeid. ‘Dat werk van u, dat kun je toch makkelijk doen tot je zeventigste? Dat is toch hartstikke leuk?’

Maar wat moet de bouwvakker met dit verhaal?

‘Als je veertig jaar bouwvakker bent geweest, heb je het helemaal gehad. Maar waarom kun je niet acht jaar bouwvakker zijn en dan acht jaar opzichter en vervolgens weer bouwvakker – ik noem maar iets? We moeten zorgen dat we werknemers fit houden. Dat besef is slecht ontwikkeld bij het Nederlandse bedrijfsleven. Als mensen gedurende een levensloop in verschillende mate van intensiteit verschillende dingen doen, gaan ze veel langer mee.’

Is er niet een derde alternatief: minder welvaart, meer soberheid?

Ester: ‘Thuisblijven als hoogste vorm van ontspanning? Gaat u dat maar eens uitleggen aan het volk dat nu massaal op vakantie gaat. Ik wens u sterkte.’

Vier jaar geleden probeerde prof. Theo Beckers het uit te leggen, in zijn afscheidsrede als eerste hoogleraar vrijetijdswetenschappen aan de universiteit van Tilburg. Beckers was op zoek naar ‘de verloren tijd’. ‘Burgers worden steeds meer geconfronteerd met de onmogelijkheid om alles wat ze willen en moeten een plaats in de tijd te geven.’ Hij schetste een doodlopende weg; volgens hem hebben we vier levens nodig om onze ambities waar te maken.

Beckers: ‘We zullen structureel teleurgesteld en gefrustreerd blijven over de plannen die we niet realiseren, afspraken die we niet nakomen, verwachtingen en ambities die we niet waarmaken, dromen die bedrog blijken te zijn.

‘Wordt het niet tijd om het democratisch nut van een lagere versnelling te erkennen?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden