Leefbaar Rotterdam

In een speciaal onderdeel van het IFFR staat overleven centraal. Personages trotseren een app, een bloedgletsjer en zelfs de apocalyps.

Overleven is hip in de bioscoop, met astronaut Sandra Bullock die in Gravity een weg terugzoekt naar de aarde en Tom Hanks (Captain Phillips) en Robert Redford (All Is Lost) die er op zee het beste van proberen te maken. Het IFFR-onderdeel Signals: How to Survive... sluit aan bij deze trend en boort even actuele als tijdloze angsten aan, met een stapel films waarin de overlevingsstrijd van de vaak op zichzelf teruggeworpen personages centraal staat. Wat valt er te overleven en hoe moet dat, volgens de films in het programma?


Hoe overleef ik in de natuur?

Vooral door je verstand te gebruiken. Klinkt logisch, maar de milieuwetenschappers die in de Oostenrijkse monsterfilm Blutgletscher op een plakkerige, bloederig rode gletsjer stuiten, lijken deze survivalbasisregel niet te kennen. Ook wanneer ze door gemuteerde dieren (reuzeninsecten, boomluisvossen) worden aangevallen, laten ze zich te veel door hun professionele ambities en ontdekkingsdrift meeslepen. Dan komt de inkeer al snel te laat. Wetenschappers hebben in horrorfilms meestal een vrij lage levensverwachting, dus in die zin beantwoordt het met rubberen ongedierte volgepropte Blutgletscher volledig aan de genrewetten.


Die wetten zijn ook in Alfredo Montero's La cueva dwingender dan de regels van het overleven. Kan wel zijn dat het ongelooflijk dom is om zonder ervaring, voldoende lichtbronnen, watervoorraad en navigatiemiddelen af te dalen in een alsmaar vertakkende grot , maar als dit groepje Spaanse vakantiegastjes naar de stem van de rede had geluisterd, had dat een saaie, brave film opgeleverd. Nu is La cueva een claustrofobische nachtmerrie en waarschijnlijk de IFFR 2014-film met het hoogste 'Doe dat nou niet!'-gehalte.


Hoe overleef ik de maatschappij?

In elk geval niet door je tegen de gevestigde orde te keren en lekker te doen waar je zelf zin in hebt. Die houding wordt door het How to Survive-programma niet bepaald aangemoedigd. Aanpassen, daar komt het hier op aan. Kijk welke martelingen en waanzin de jonge vrouw Ghazal moet doorstaan, wanneer ze in From Tehran to Heaven zoekt naar haar vermiste man, biochemicus Farhad. Dan kan ze beter accepteren dat Farhad niet meer terugkomt en weer gewoon naar haar yogaklasje gaan, aldus de bittere moraal van Abolfazl Saffary's surrealistische samenzweringsthriller.


Aanpassing is ook het toverwoord voor Eric, de opvliegende jeugddelinquent die in David MacKenzie's Starred Up in de gevangenis belandt. Al vlak na aankomst in deze ongure micromaatschappij heeft Eric zich letterlijk vastgebeten in de ballen van een bewaker. Zo kan het natuurlijk niet doorgaan. Zijn vader, die in hetzelfde cellencomplex zijn straf uitzit, hamert erop dat Eric meedoet aan de therapeutische praatgroep en dat hij ook in de pikorde van bewakers, hulpverleners en medegevangenen zijn plaats leert kennen.


En dan de Noord-Koreaanse spionnen die in Jang Cheol-soo's maffe stripverfilming Secretly Greatly infiltreren in de Zuid-Koreaanse maatschappij. De een vermomt zich als dorpsgek, de ander doet zich voor als hulpje bij een tankstation, omdat de benzinepomp 'tenminste nog op een pistool lijkt'. Uiteindelijk voelen ze zich bij de vijand veel fijner dan ze ooit waren in hun kille vaderland en dat geluk willen ze best betalen met een valse identiteit. Wat je noemt integratie.


Hoe overleef ik mijn medemens?

Eet hem op, bijvoorbeeld. Kannibalisme staat in maar liefst twee How to Survive-films op het menu, waaronder Shahram Mokri's bijna mystieke slasherfilm (een horrorfilm waarin personages op gruwelijke wijze worden vermoord) Fish & Cat. Alle moorden blijven in deze in één shot opgenomen en door de tijd cirkelende film buiten beeld. Een simpele tekst aan het begin, over mensenvleestoestanden in een wegrestaurant, volstaat om je vanaf de eerste seconde in de gruwelstand te zetten. Daar zijn de vadsige mannen in hun desolate, morsige wegrestaurant, die met een bloederige plastic zak het bos inlopen waar net wat argeloze jongeren hun kamp hebben opgeslagen. Zonder zulke gemakkelijke prooien zouden ze het als horecaondernemers waarschijnlijk nooit bolwerken, op zo'n mistroostige plek.


Wat ook helpt als de mens je grootste bedreiging vormt, is goed en aandachtig luisteren. Dat punt wordt op fantastische wijze gemaakt door de lowbudgetoorlogsthriller Canopy, van de Australische regisseur Aaron Wilson. Wanneer een jonge piloot anno 1942 per parachute in de jungle van Singapore neerstort, redt hij zich door met een roofdierachtige concentratie op pad te gaan. Daarbij vertrouwt hij nog het meest op zijn gehoor: in de groene chaos en duisternis van het woud blijkt het oor een betere gids dan het oog. De film kruipt in de huid van de soldaat door de aanwezigheid van vijandige Japanse soldaten vooral hoorbaar te maken, met een soundtrack vol nabije en verre geweerschoten, gefluister, krakende takken en naderende stappen. Weinig films die zozeer over de akoestische kunst van het overleven gaan als Canopy.


Hoe overleef ik het digitale tijdperk?

Hangt ervan af wat je bedoelt met overleven. De aan internet verknochte dames uit de korte, niet bijster overtuigende experimentele film #PostModem hangen bijvoorbeeld niet zo aan het aardse, vleselijke bestaan. Ze bepleiten vooral het eeuwige virtuele leven en leggen de kijker uit hoe je die paradijselijke staat van zijn bereikt. 'Wat is nog de zin van een leven offline?' zingen ze, terwijl ze sinaasappelsap door het gat van een cd-rom drinken en een printplaat in hun voorhoofd steken. Dat alles ter voorbereiding op de 'mega-megaupload' van hun identiteit.


Twee andere titels uit het How to Survive-programma suggereren dat je maar beter een grote boog om de hedendaagse digitale technieken kunt maken. In de Zuid-Koreaanse kortfilm App Sapiens vertrouwt een handelsreiziger te veel op zijn manipulatief ingestelde navigatiesysteem en laat zich door de gluiperige app richting zijn eigen ondergang sturen. In White Bear, een aflevering uit de Britse fantasythrillerserie Black Mirror, verandert iedere gsm-bezitter in een passieve, antisociale idioot. Terwijl het door geheugenverlies geplaagde hoofdpersonage wegvlucht voor schietgrage maniakken, staan tientallen omstanders het tafereel doodgemoedereerd met hun mobieltjes te filmen.


Een beetje zoals in het echt, meent bedenker Charlie Brooker, die met White Bear een zombiefilmachtige nachtmerrie wilde creëren 'waarin 90 procent van de bevolking uit emotieloze voyeurs bestaat'. Missie geslaagd: de met een mobieltje opgeheven arm transformeert in White Bear tot een griezelig, Hitlergroet-achtig symbool voor hersenloze onderwerping.


Hoe overleef ik de apocalyps?

Door vooral heel erg hard te hopen dat hij komt. Dat lijkt in elk geval een zinvolle strategie als je naar Dominic Gagnons Hoax_Canular kijkt. Deze ironische found-footagedocumentaire bestaat uit tientallen internetfilmpjes die pubers van over de hele wereld postten terwijl ze zich gereedmaakten voor 21 december 2012 - de dag dat volgens velen de aarde zou vergaan. Ze zwoegen voor de webcam omdat ze 'niet dik willen sterven' tijdens de 'coolste gebeurtenis van de wereld' en noemen de apocalyps 'de dag waarop ik al mijn hele leven wacht'. Intussen spelen ze zombiefilms na, dossen ze zich uit met overlevingsgarnituur en zingen ze zoveel mogelijk liedjes met 'The end of the world' als zinsnede.


Ontgoocheling, verbijstering en teleurstelling bij de tieners wanneer 21 december aanbreekt en de zon gewoon weer opkomt. Ontroering en vooral ook dankbaarheid bij de kijker: wie weet wat er die vrijdag was gebeurd als als die apocalypsaanbidders zich niet zo ontzettend druk hadden gemaakt.


Hoe overleef ik het festival?

1 Weet wat je wilt zien Bedenk waar je voor in bent en kijk ook eens naar de locaties waar de films draaien. Handig is de volgende vuistregel: hoe groter de zaal, hoe publieksvriendelijker de film. Hou je van verrassing of experiment, laat Pathé 1 op zaterdagavond dan links liggen en duik in de kleinere zalen van Lantaren/Venster of Cinerama. Kijk daarnaast op de website van het festival voor uitgebreide filmbeschrijvingen (en nuttige informatie over tickets kopen en reserveren) en download de IFFR-app voor up-to-date programmainformatie. Kom je er nog steeds niet uit? Het festival biedt ook 'eerste hulp bij filmkeuze', te vinden op de website en in de mobiele versie.


2 Plan tijd in om te eten Films kijken kost meer energie dan je denkt. Het ligt voor de hand, maar wordt toch vaak vergeten: plan een flinke eetpauze in je dagschema. In de buurt van het Schouwburgplein zijn prima Chinese restaurants te vinden, waar het altijd zwart ziet van de festivalgasten. Probeer het ook eens wat verderop, bijvoorbeeld in de omgeving van de Meent, de Pannekoekstraat of de Witte de Withstraat.


3 Ga doordeweeks In de weekends is het druk, maar op doordeweekse dagen - vooral overdag - is het festival bezoeken een eitje. Geen reserveerstress, maar gewoon rustig een film uitkiezen. Veel vaste festivalgangers beschouwen een dagje IFFR als vakantie en nemen ervoor vrij. En terecht: je reist makkelijk in een dag de hele wereld rond.


4 Kijk ook eens verder dan het filmprogramma Achter elkaar films kijken kan slopend zijn. Gelukkig biedt het festival meer dan dat. Er zijn debatten en openbare interviews, maar ook tentoonstellingen en workshops. Wil je echt leren survivallen? Rondom het How to Survive-programma organiseert het IFFR dit jaar een cursus worst maken (altijd handig) en een kickboks-demonstratie door Khalid Chennouf.


5 Dans & drink Het is volledig toegestaan om na de laatste film direct in bed te kruipen, maar eigenlijk hoort uitgaan bij het festival zoals de Erasmusbrug bij Rotterdam. Van een beschaafd biertje in festivalhang-out De Doelen, via dansen in de Schouwburg of op experimentele dj-sets tijdens de Mind the Gap-avonden in WORM, tot het grote slotfeest op 1 februari; er is keuze genoeg. Meer info: weownrotterdam.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden