Leed krijgt een gezicht

Slachtoffers van ernstige geweldsdelicten en verkeersongevallen mogen sinds kort tijdens de rechtszaak vertellen over de gevolgen die het gebeurde voor hen heeft gehad....

Door Margreet Vermeulen

'Ik stond met een klant over de stratengids gebogen toen drie gemaskerde overvallers binnenkwamen. De alarmknop moest ingedrukt, maar één van de overvallers zette zijn pistool tegen mijn hoofd. ”Als je dat doet, schiet ik je kapot”, zei hij.'

In het najaar van 2004 werd de 59-jarige pompbediende Gijs Klaver het slachtoffer van een gewapende roofoverval. Nog altijd is Klaver van slag. 'De fut is eruit. Mijn humor is weg. Ik slaap slecht. Mijn vrouw klaagt dat ik een ander mens ben geworden. Tot overmaat van ramp dreig ik nu ook nog mijn baan kwijt te raken door alles wat er is gebeurd.'

Jaarlijks worden zo'n 800 duizend Nederlanders het slachtoffer van een geweldsmisdrijf (waarvan de helft bedreigingen). Het zijn gebeurtenissen die vaak diep ingrijpen in een mensenleven. Toch speelde het slachtoffer nauwelijks een rol bij de vervolging en berechting van de dader. Het strafproces was een zaak tussen de overheid en de verdachte waarbij alle aandacht uitging naar de verdachte. Voor het slachtoffer en het leed dat hem was aangedaan, bestond op de rechtszitting geen plek.

In heel schrijnende zaken gaf de rechter de laatste jaren slachtoffers of nabestaanden wel eens spreektijd tijdens de rechtszaak. De vader van Joes Kloppenburg bijvoorbeeld mocht op de zitting vertellen hoe de gewelddadige dood van zijn zoon zijn leven had ontwricht. De vader van Froukje Schuitmaker, het meisje dat voor de deur van discotheek Bacchus in Gorinchem werd doodgeschoten, kreeg die kans niet.

Maar sinds 1 januari 2005 hebben alle slachtoffers (of één nabestaande) van ernstige geweldsdelicten

en verkeersongevallen het recht tijdens de rechtszaak te vertellen over de gevolgen van het delict. Daarmee heeft het slachtoffer voor het eerst een rol in het strafproces. Dat past in de trend om de positie van slachtoffers in het strafrecht te versterken en daarmee het vertrouwen van de slachtoffers in de rechtsstaat te vergroten.

Toen pompbediende Gijs Klaver hoorde dat hij ook zijn zegje mocht doen tijdens de rechtszaak, aarzelde hij geen moment. 'Ik wilde dat de daders en de rechter uit míjn mond hoorden hoe die overval mijn leven overhoop heeft gegooid. Ik had het ook bij een schriftelijke verklaring kunnen laten, maar wat zijn nou twee velletjes papier in een dossier van een halve meter? Dat maakt toch geen indruk op de rechter?'

Tot nu toe bleef de aanwezigheid van het slachtoffer in rechtszaken beperkt tot papier. Tot tevredenheid overigens van de meeste rechters. 'Ook op papier gaat een zaak heus wel voor ons leven. We zijn gewend aan papier. Dat past ook in de formele en klinische manier waarop wij ons strafproces hebben ingericht', vertelt de Utrechtse strafrechter Vivienne van Amstel.

'Ik moet eerlijk bekennen dat er best commotie onder rechters is geweest over deze nieuwe wet. Want we hadden de emotie juist naar de achtergrond gedrongen. Te veel emotie kan de procesgang verstoren. Als een verdachte overstuur raakt, kun je hem niet meer ondervragen. En wat als de officier van justitie gaat huilen, zoals onlangs bij een moordzaak in hoger beroep? Dat is echt een schrikbeeld voor magistraten. Je denkt toch bij jezelf: o god, als dát je overkomt... Maar als het spreekrecht een bijdrage kan leveren aan de verwerking van het leed, is dat natuurlijk een groot goed .'

Hoeveel slachtoffers gebruik maken van het spreekrecht, wordt nergens geturfd. In Utrecht gaat het om ongeveer één keer per maand. Toch vindt Van Amstel dat de emotie in de rechtszaal daarmee al behoorlijk is toegenomen. 'Soms kan het heftig zijn. Ouders van wie een kind is vermoord. Een zoon van wie de moeder is overleden als gevolg van een mishandeling. Laatst legde zelfs een 14-jarig meisje een verklaring af als slachtoffer van een zedenzaak. Nou, dan houdt iedereen zijn adem in.'

Slachtofferhulp Nederland, de organisatie die slachtoffers bijstaat na een misdrijf of een ongeval, is erg blij met het spreekrecht en de in mei 2004 ingevoerde mogelijkheid als slachtoffer een schriftelijke verklaring af te leggen. 'Het dossier van een zaak eindigde vroeger vaak met het slachtoffer dat wordt afgevoerd naar het ziekenhuis', aldus Mia Butler, die zelf slachtoffers begeleidt. 'Maar durf je nog over straat? Heb je er een ernstige handicap aan overgehouden? Dat zijn allemaal dingen die erbij horen. De rechter wordt nu geïnformeerd.'

erreweg de meeste slachtoffers kiezen ervoor hun verhaal alleen op papier te zetten. Dat gebeurt altijd samen met Nederland. Het spreekrecht is voor veel mensen een brug te ver. De emoties kunnen het spreken bemoeilijken. Men komt oog in oog te staan met de verdachte en wordt veelal geconfronteerd met familie en vrienden van de dader. Dat overkwam Gijs Klaver ook. Vooral zijn vrouw raakte daardoor flink geïntimideerd op de zitting. Tot slot kan het verhaal in de krant komen, zoals ook bij Gijs Klaver gebeurde. 'Mijn naam stond er niet bij. Maar insiders weten natuurlijk om welke zaak het gaat. En als ze kwaad willen, weten ze je toch wel te vinden.'

Ria Pels, slachtoffer in een stalkingzaak, koos daarom uitdrukkelijk voor een schriftelijke verklaring. 'Ik ontplof als ik iets moet zeggen', vertelt Pels vlak voor de zitting. 'Ik ben zo boos. Zo boos. Ik ben bang dat ik over het hek spring van woede.'

Haar vriendin, slachtoffer van dezelfde stalker, besloot juist wel te spreken in de rechtszaal. 'Beste rechtbank', leest Trees Holterman met schorre stem vanaf een papiertje voor. 'Ik ben al vier jaar nergens veilig. Niet in mijn huis. Niet in mijn auto. Niet op mijn werk. Ik leef voortdurend in angst. Ik word elke ochtend oververmoeid wakker van het nadenken over een oplossing. (...) Verhuizen of emigreren heeft geen zin. Deze man weet mij altijd en overal te vinden.'

De slachtoffers mogen alleen spreken over de gevolgen van het misdrijf. Hun spreektijd mag niet langer dan een minuut of tien in beslag nemen. Dat is niet veel als je bedenkt dat de rechter een verdachte soms wel twee uur doorzaagt over zijn moeilijke jeugd. 'Het doel van het strafproces is en blijft waarheidsvinding', zegt de Utrechtse rechter Van Amstel. 'Heeft de dader het wel of niet gedaan? Daarna moet een passende straf worden opgelegd.' Dat betekent, zegt ze, dat voor het slachtoffer toch weinig ruimte op de zitting is – spreekrecht of niet. 'Het laatste wat we willen is de slachtoffers blij maken met een dode mus', zegt Van Amstel. 'Vergeet niet dat wij als rechters altijd objectief moeten blijven. Wij kunnen moeilijk sympathie tonen voor het slachtoffer zolang de schuld van de verdachte is aangetoond.'

e intensieve begeleiding van Slachtofferhulp moet voorkomen dat de slachtoffers te hoge verwachtingen koesteren spreekrecht en gefrustreerd raken. Dat lijkt het eerste halfjaar dat de wet in werking is, aardig te lukken. En zo omzichtig als de rechters reageren op de nieuwe ontwikkeling, zo enthousiast zijn de meeste officieren van justitie.

Jouke Osinga, officier van justitie in Amsterdam: 'Ik vind het alleen maar principieel juist om het slachtoffer en het leed een plek te geven in de rechtszaal. Als officieren van justitie vertegenwoordigen wij de samenleving, en daarmee ook het slachtoffer. Maar wij spreken niet alle slachtoffers persoonlijk. Als ze daartoe in staat zijn, kunnen ze het beter zelf zeggen. Dat is ook beter voor de verwerking. Ik hoor nergens dat het tot problemen leidt. Hoewel het leed soms bodemloos is. En dan vinden rechters het natuurlijk moeilijk om zo'n slachtoffer af te kappen.'

Het is niet de bedoeling dat het spreekrecht invloed heeft op de strafmaat. Maar al tijdens het debat in de Tweede Kamer erkende het D66-Kamerlid Boris Dittrich, de indiener van het wetsvoorstel, dat dat niet met zekerheid is uit te sluiten. 'Het was natuurlijk altijd al zo dat het effect van de misdaad een rol speelt bij het bepalen van de strafmaat', meent rechter Van Amstel. 'Het kan zijn dat dat nu sterker wordt. Want het leed krijgt nu een gezicht. Rechters zijn ook maar mensen.'

Uit voorlopige evaluaties van de schriftelijke slachtofferverklaring door het Pompe Instituut blijkt dat de helft van de rechters zich laat beïnvloeden door deze informatie. Slachtofferhulp Nederland ziet dat niet als een probleem. 'Waarom zouden de omstandigheden van de verdachte er wel toe doen en die van het slachtoffer niet?'

De drie overvallers die pompbediende Gijs Klaver de schrik van zijn leven bezorgden, kregen onvoorwaardelijke gevangenisstraffen variërend van vijf tot tien jaar, voor een hele serie overvallen. 'Hoge straffen', meent Gijs Klaver. 'Precies wat de officier van justitie had geëist. Ik heb natuurlijk geen bewijs, maar ik heb wel het gevoel dat mijn verhaal daaraan bijgedragen heeft.'

In de stalkingzaak van Trees Holterman moet nog uitspraak worden gedaan. Maar Holterman kan zich zich gewoonweg niet voorstellen dat de rechters níet beïnvloed worden door haar verklaring. 'Ik heb verteld dat ik een wrak wordt van die geestelijke terreur. Die man heeft me mishandeld, bedreigd, leugens verspreid, me honderd keer per nacht gebeld. Zodra hij vrijkomt, begint het opnieuw.'

De stalker is vorig jaar veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en zit nu vast, maar heeft de rechter in hoger beroep gevraagd zijn detentie om te zetten in een taakstraf. 'Hij heeft zogenaamd spijt', smaalt Holterman. 'Maar als hij zijn dagelijkse dertig pilsjes en pilletjes op heeft, is het een beest. Hij pleegt nog eens een moord.'

Zo ingehouden als Holterman haar verklaring aflegde in de rechtszaal, zo emotioneel wordt ze als de zitting eenmaal voorbij is. 'Gelukkig had ik het allemaal van tevoren op papier gezet', zucht ze. 'Het is toch goed gegaan?'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden