Lee Teng-hui geeft Taiwan plaats in de wereld

Een van zijn idealen heeft president Lee Teng-hui boven verwachting gerealiseerd: hij wilde Taiwan een plaats in de wereld geven....

ZIJN verkiezingscampagne is intensief, zijn reisschema meedogenloos. Niet wat men verwacht van een kandidaat die een straatlengte voor ligt op zijn concurrenten. Maar Lee Teng-hui weet waar zijn kracht ligt: het platteland van Taiwan moet hem op 23 maart de meeste stemmen brengen. Daarom kan de bevolking hem in alle uithoeken van het eiland beluisteren.

De plattelanders herkennen Lee meteen als een van hen. Zijn taalgebruik, gevoel voor humor, openheid en jongensachtige branie slaan aan. Hoffelijke omgangsvormen, brede kaken en zilvergrijze strepen in het haar maken hem tot een heuse ladykiller.

De toespraken zijn zelfverzekerd. De ene keer zegt hij: 'China weet best dat ons democratische systeem het beste van de twee is.' De volgende keer reikt hij Peking een olijftak aan: 'De liefde voor onze landgenoten verandert niet door politieke geschillen.'

Dit weerspiegelt zijn dubbelhartigheid tegenover hereniging. In het openbaar heeft niemand Lee ooit kunnen betrappen op de geringste afdwaling van de officiële partijleer dat er uiteindelijk één China komt. Maar het woordje 'uiteindelijk' is cruciaal.

Het politieke systeem in de Volksrepubliek is zo anders, dat hereniging op korte termijn uitgesloten is. Lee eist dat China zich eerst democratiseert. Op Taiwan is de politieke lente een feit. Deze maand kiest de bevolking voor het eerst rechtstreeks haar eigen president.

Lee is de held die de overgang van dictatuur naar democratie mogelijk maakte. Hoewel de dooi onder zijn voorganger Chiang Ching-kuo is ingezet, was het Lee die in hoog tempo het autoritaire eiland tot een democratische staat omvormde.

Bij de parlementsverkiezingen in december ontstond zelfs de mogelijkheid dat de Kuo Min Tang (KMT) gewipt zou worden. De partij bleef nipt aan de macht. De meerderheid is echter zo klein, dat het maar ternauwernood lukte een KMT-kamervoorzitter gekozen te krijgen.

Begin jaren zestig liet de landbouweconoom Lee zich al in met politiek, toen dat nog streng verboden was. Volgens zijn huidige politieke tegenstander en oude vriend Peng Ming-min mochten ze in die tijd graag discussiëren over de uitbuiting van de Taiwanese boeren. De politie zocht Peng eind 1964, want hij had in een pamflet gepleit voor democratie en onafhankelijkheid. De hoogleraar rechten verdween niet achter tralies, maar werd het land uitgezet.

Lee koos eieren voor zijn geld en werd lid van de KMT. Daar maakte hij bliksemsnel carrière. In 1978 werd hij burgemeester van de hoofdstad Taipei. Toen hij in 1984 het vice-presidentschap in de wacht sleepte, werd duidelijk dat hij de eerste president van Taiwanese komaf zou worden.

Lee koketteert graag met zijn afkomst. Zijn vader en grootvader waren boeren in de buurt van Taipei. Zijn vrouw, Tseng Wen-fui, komt uit hetzelfde dorp. Hij kan door deze achtergrond het volk beter begrijpen, zegt hij.

Lee's politieke instincten zijn goed ontwikkeld. Hij schaamt zich niet voor politiek opportunisme: 'Dit is een democratisch land. Ik moet de wil van het volk uitvoeren.' Opiniepeilingen gaven begin jaren negentig aan dat de rijke Taiwanese bevolking helemaal niet meer wilde samensmelten met de communistische armoedzaaiers.

Lee nam snel afstand van de oude garde in de KMT, die afkomstig is van het vasteland en in de beginjaren de autochtone Taiwanezen bloedig had onderdrukt. Voor hen was hereniging een axioma. Hun wraak kwam enkele jaren later met de oprichting van de Nieuwe Partij, die wel nauwe banden met het vasteland bepleit.

Ter linkerzijde was de Democratische Partij (DPP) in de jaren tachtig snel komen opzetten. Die streefde onverbloemd naar onafhankelijkheid en eiste een einde aan de corrupte politieke praktijk. Lee zag het gevaar en nam snel programmapunten van zijn oude vriend Peng over.

Waar zijn KMT moeite heeft kiezers aan zich te binden, slaagt Lee zelf met het grootste gemak. Zijn doorzettingsvermogen is legendarisch. Hij stopte met roken omdat hij een goed voorbeeld wilde zijn voor zijn kleindochter, nadat zijn zoon aan kanker was overleden.

Dat hij bewondering heeft voor de Japanners, die Taiwan van 1895 tot 1945 bezetten, steekt hij niet onder stoelen of banken. Dat maakt hem voor China extra verdacht. Peking is bovendien als de dood dat hij zijn goede banden met de Amerikaanse Republikeinen weet uit te buiten om zijn land VN-organen binnen te loodsen. Het aantal landen dat Taiwan erkent in plaats van China, is onder Lee zachtjes gegroeid tot 31.

Een grote doorbraak was zijn bezoek aan de reünie van de Amerikaanse Cornell-universiteit van afgelopen zomer. Maar critici vonden het een stommiteit. Dat het afvallige Taiwan opeens welkom was in Washington stuitte China zo tegen de borst, dat het bereid was de eigen betrekkingen met de Verenigde Staten op het spel te zetten.

De trip had makkelijk een jaar later gehouden kunnen worden, na de verkiezingen. Maar Lee is een man van daden. Hij weet dat zijn volk hunkert naar internationale erkenning en grijpt daarom iedere kans.

Toine Berbers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden