Leblanc wereldkampioen op één en driekwart been

Lub Leblanc is geen man die de wereld in een houdgreep neemt en vervolgens genadeloos tot overgave dwingt. Hij behandelt hem met zachtheid en is blij met wat hem wordt toebedeeld....

Van onze verslaggever

Bert Wagendorp

AGRIGENTO

Zoals zondag in Agrigento, waar hij met een indrukwekkende tijgersprong eerst Rolf Sörensen greep en vervolgens ook Massimo Ghirotto op de knieën dwong. Leblanc werd er de zevende Franse wereldkampioen mee sinds het WK voor profs in 1927 voor de eerste maal werd georganiseerd.

De laatste voorganger van Leblanc heette Bernard Hinault. Hij won in 1980 in Sallanches. Met die zege, en natuurlijk die in vijf Tours de Frances, werd hij de held van de jonge Luc Leblanc, uit Limoges in de Perigord, zoon van een garagehouder. Die jongen was op zijn elfde met fietsen begonnen, zij het niet uit vrije wil.

Behalve misdienaar, was Leblanc in zijn jeugd een fanatiek voetballer. Tot hij op zijn elfde betrokken raakte bij een auto-ongeluk dat het leven kostte aan zijn tweelingbroer Gilles. Luc lag een tijd in coma, van zijn linkerknie was weinig meer heel en operatieve ingrepen veroorzaakten dat zijn linkerbeen korter werd dan zijn rechter.

Om de kracht in het geschonden been te herwinnen, kreeg Leblanc fietstherapie voorgeschreven. Die hielp, maar niet voor honderd procent. Nog steeds blijkt uit testen dat zijn linkerbeen 25 procent minder krachtig is dan het rechterbeen. Maar die handicap weerhield Leblanc er niet van te gaan werken aan een mooie loopbaan op de fiets.

Daarbij werd hij aangemoedigd door een man die uit dezelfde stad afkomstig was als hij, Raymond Poulidor. Poulidor greep zelfs eigenhandig in toen Leblanc, die het misdienaarschap kennelijk goed beviel, het plan opvatte priester te worden. 'Waarom', vroeg Poupou. 'Omdat ik de mensen wil dienen', antwoordde Leblanc. 'Dat kun je op de fiets ook doen', zei Poulidor en na ampel beraad besloot Leblanc dat in die woorden wel enige waarheid stak.

Zijn menslievende instelling komt ook in zijn huidige beroep, dat hij uitoefent sinds 1987, naar voren. Leblanc strooit immer met handtekeningen, glimlacht vrolijk in het rond en praat vol overgave met zijn fans. 'Ik herinner me nog goed hoe verschrikkelijk blij ik was toen ik zelf een handtekening kreeg van Poulidor', zei hij daar ooit over. 'Als ik de mensen een goede dag kan bezorgen, waarom zou ik het dan niet doen?' In de Franse wielerpers bezorgde die vriendelijke instelling hem de bijnaam de humanist, hoewel Leblanc nog steeds een overtuigde katholiek is.

Maar als de koers voorbij is, struint Leblanc toch het liefst, ver van alle hectiek en aanhankelijkheidsbetuigingen, in zijn eentje door de bossen rond zijn huidige woonplaats, Saint-Yrieux la Perche, in de buurt van Limoges. In Saint-Yrieux heeft hij enkele jaren geleden even buiten het dorp een boerderijtje gekocht, van waaruit hij de natuur intrekt om paddestoelen te zoeken, of een hengeltje uit te gooien. Hij woont er met zijn Madrileense vrouw Maria. Zijn grootste hobby is de kookkunst. Van een meesterkok in Limoges leerde Leblanc de geheimen van het bereiden van een exquise paté de foie gras de canard .

Leblanc kwam, hoewel hij tot dat jaar acht overwinningen boekte, pas in 1991 volop in het licht van de schijnwerpers. Dat gebeurde op een bloedhete dag in het Spaanse Jaca, waar hij de gele trui mocht aantrekken na een Touretappe door de Pyreneeën.

Het eerste wat hij deed nadat hij van het podium was gekomen, was op zoek gaan naar zijn oude vriend Poulidor. Toen hij die had gevonden overhandigde hij hem de leiderstrui. 'Omdat hij die zelf nooit had gedragen.'

Leblanc had wellicht wat zuiniger met het tricot omgesprongen, als hij had geweten wat hem in zijn loopbaan allemaal nog te wachten stond. Gele truien waren daar in elk geval niet meer bij. Zijn leiderstrui raakte hij een dag na Jaca alweer kwijt, aan Indurain. Hij werd nog wel vijfde, wat hem een jaar later de titel van dark horse in de Tourprognostieken opleverde. Daarvan kwam niet veel terecht. Op l'Alpe d'Huez werd de gebroken Leblanc uit de strijd genomen wegens tijdsoverschrijding.

Een jaar later nam zijn Castorama-ploegleider Cyrille Guimard hem niet eens mee naar de Tour, zo bedroevend was het gesteld met Leblancs vorm. Dat had te maken met de nog immer voortdurende ongemakken met zijn been, maar ook met psychische problemen. Zijn huwelijk met de mondaine Maria en een verhuizing naar de Festinaploeg van Bruno Roussel maakten aan de laatste een eind. Het moederskindje Leblanc werd eindelijk een beetje een kerel.

In de laatste Tour liet hij dat merken. Hij won de etappe naar Luz Ardiden en eindigde als vierde in het algemeen klassement. Hij was met Virenque de hoofdverantwoordelijke voor de renaissance van het Franse cyclisme in de Tour van dit jaar. Waar een dergelijke opstanding ook in psychisch opzicht toe kan leiden, bleek zondag in Agrigento.

Daar presenteerden de Fransen zich als de enige ploeg die de favoriete Italianen tegenspel kon bieden. Behalve Leblanc speelden ook Virenque, De las Cuevas, Madouas en Heulot een hoofdrol rond de Griekse tempels van Sicilië.

De Italianen hadden, zoals de laatste jaren steeds het geval was, vooraf maar één probleem. De grote kracht van de ploeg in de breedte was tegelijkertijd haar zwakte. Fondriest, Chiappucci, Bortolami en Furlan waren vooraf al aangewezen als beschermde renners. Waarbij het nog een geluk bij een ongeluk was dat koffieleut Bugno niet mocht meedoen. Maar naast het kwartet leiders koesterden ook renners als Cassani en Ghirotto heimelijk aspiraties, wat het teamverband niet ten goede kwam.

Niettemin was het de Italiaanse ploeg die in de twaalfde van de negentien rondjes het mes op tafel zette. De tempoverhoging kostte bijna de helft van het peloton, tot dan dank zij het tamelijk lage tempo nog vrij compleet, de kop.

De inleiding tot de finale voltrok zich in de zeventiende ronde. Sörensen, Breukink, Cassani en Virenque meldden zich op kop en kregen even later gezelschap van acht anderen, onder wie de Italianen Ghirotto en Chiappucci - vooraf het hoogst genoteerd - en de Fransen Madouas en Leblanc.

Een ronde later ontstond het trio dat de finale strijd zou gaan uitvechten, Sörensen, Ghirotto en Leblanc. Het kwartet renners dat zich in de laatste ronde nog bij hen zou voegen, Chiappucci, aftredend wereldkampioen Armstrong, Konisjev en Virenque, kon dat niet voorkomen. Chiappucci kreeg problemen met zijn derailleur waardoor hij te zwaar moest trappen.

Op de laatste klim opende Sörensen het bal en het had er even de schijn van dat, na Alex Pedersen afgelopen dinsdag bij de amateurs, opnieuw een Deen met de regenboogtrui aan de haal zou gaan. Maar dat vond Leblanc een onverdraaglijke gedachte. De wijze waarop hij binnen een paar tellen naar Sörensen toesprong deed denken aan de manier waarop een tijger een gazelle bespringt.

In het wiel van de ontketende Fransman deed Ghirotto dappere pogingen mee te gaan. Dat lukte, tot Leblanc op het laatste deel van de klim ook hem met een formidabele krachtsinspanning loste. Helemaal opgeblazen moest Ghirotto daarna ook nog toestaan dat Chiappucci en Virenque over hem heenkwamen.

Direct na de finish veranderde de nietsontziende moordenaar weer in een vriendelijk mens. Leblanc zei het niet te betreuren dat hij al voor het WK een contract had getekend met de nieuwe Franse profploeg Le Groupement. 'Geld is niet belangrijk voor mij. Waar het mij om gaat zijn sportieve prestaties en een goed karakter. Ik doe wat ik denk dat ik moet doen.'

Zondag was dat wereldkampioen worden, maar met evenveel plezier plukt Leblanc de komende dagen weer paddestoelen of slaat hij een visje aan de haak. Een regenboogforelletje, bij voorkeur.

AGRIGENTO: WK profs: 1. Leblanc (Fr) 251,8 km. in 6.33.54 (38,347 km/u), 2. Chiappucci (It) 0.09, 3. Virenque (Fr), 4. Ghirotto (It), 5. Konisjev (Rus) 0.15, 6. Sörensen (Den) 0.42, 7. Armstrong (VS) 0.48, 8. Cubino (Sp) 0.52, 9. Riis (Den), 10. Oegroemov (Lit) 0.59, 11. De las Cuevas (Fr) 1.04, 12. Puttini (Zwi) 1.27, 13. Madouas (Fr) 1.40, 14. Breukink (Ned) 1.55, 15. Cassani (It) 2.41, 16. Casagrande (It) 3.49, 17. Sunderland (Aus) 6.07, 18. Bölts (Dui), 19. Heulot (Fr), 20. Dufaux (Zwi) 6.09, 21. Cenghialta (It), 22. Furlan (It) 6.10, 23. Fondriest (It) 6.11, 24. Dekker (Ned) 10.00, 25. Bortolami (It), 56. en laatste Lino (Fr) 13.50. Er vertrokken 170 renners.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden