Le Carré

In naam van 'Queen and Country' mocht hij ooit inbreken in huizen, en hij vond het prachtig. 'Het geeft een heerlijk gevoel als iemand je vertelt dat je vanavond illegaal een woning mag betreden....

Spioneren was voor de inmiddels 69-jarige schrijver in zijn jonge jaren een ware roeping. 'Alsof je priester werd.' In het tv-interview verontschuldigde hij zich voor het feit dat hij al als student op het Lincoln College in Oxford zijn medestudenten in de gaten had gehouden. 'Eind jaren veertig dacht iedereen dat de Sovjets hun mensen rekruteerden onder Oxford-studenten.'

Voorheen had Le Carré (zijn werkelijke naam luidt David Cornwell) nimmer willen toegeven dat hij echt voor de geheime dienst had gewerkt, maar in het BBC-interview onthulde hij dat hij wel degelijk actief was geweest voor MI5 en MI6. De ervaringen die hij opdeed, leverde stof voor zijn mooiste boeken - nog steeds denken veel lezers met heimwee terug aan George Smiley. Maar na de val van de Muur droogde die bron snel op.

In recente boeken van Le Carré waren Rusland en het oosten nog vaak aanwezig, in zijn nieuwste en achttiende roman heeft hij zijn speelveld verlegd. Ditmaal voert hij de lezer naar Kenia, Italië, Londen, Canada en Soedan, en hij doet het met verve. In The Constant Gardener (Hodder & Stoughton, import Nilsson & Lamm; fl 49,95), dat bij Luitingh-Sijthoff in de vertaling De toegewijde tuinman heet (fl 39,90), begeeft de Britse auteur zich in de wereld van de grote farmaceutische bedrijven die nieuwe geneesmiddelen dumpen op de Afrikaanse markt zonder die afdoende getest te hebben.

Het is een onderwerp dat al eerder in misdaadromans is opdoken, nimmer echter werd het met zoveel kracht beschreven. In dit boek is Le Carré opnieuw een opmerkelijk waarnemer, die de corruptie en de feilen van de grote bedrijven - maar ook die van de Britse diplomatieke dienst - pijnlijk nauwkeurig beschrijft.

En dan doet hij de realiteit zelfs nog geweld aan, schrijft hij in een nawoord: 'Naarmate mijn tocht door de farmaceutische wereld vorderde, kwam ik tot de ontdekking dat mijn verhaal in vergelijking met de werkelijkheid zo saai is als een prentbriefkaart.'

Het verhaal in het kort: in West-Kenia wordt Tessa Quayle vermoord, de echtgenote van diplomaat Justin Quayle. Laatstgenoemde ontpopt zich pas op eenderde van het boek als hoofdpersoon; eerst is daar nog de diplomaat Sandy Woodrow, door wiens ogen we de heerlijk-hypocriete wereld van het Britse establishment mogen aanschouwen.

Vervolgens neemt Quayle zelf het roer over. Hij wordt de eenling, de eenzame wolf die wel vaker opduikt in de boeken van Le Carré. Hij reist de halve wereld over op zoek naar de motieven die tot de moord op zijn vrouw geleid hebben. Tessa, zo blijkt, had ontdekt dat het bedrijf KVH 'Dypraxa', een middel tegen tuberculose, zonder de verplichte testen in Afrika op de markt had gebracht - met desastreuze gevolgen.

Voor dit boek hoefde hij niet in te breken in woningen, wel verdiepte Le Carré zich weer volop in de menselijke psyche: zijn karakterbeschrijvingen zijn fenomenaal. En jawel, spannend is het boek ook, al zal het einde niet iedereen bekoren. The Constant Gardener is een echte thriller zowel als een meesterlijke roman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden