Laveren tussen Lao en Thai

De tweedaagse boottocht van de Gouden Driehoek naar Luang Prabang staat hoog genoteerd bij (jeugdige) ruzaktoeristen. Hier geldt maar één advies: maak die tocht zo snel mogelijk....

In april wordt het Thaise plaatsje Chiang Khong uit zijn slaap gehaald wanneer de pla buk, 's werelds grootste zoetwatervis, stroomopwaarts door de Mekong trekt om in Zuid-China kuit te schieten. Dan staan de schijnwerpers gericht op de rituelen en festiviteiten van een vissersgemeenschap en de vangst van deze giant catfish die al in oude kronieken en talloze legenden genoemd wordt. De pla buk is symbool voor de visrijkdom van de rivier die in biodiversiteit alleen voor de Amazone onderdoet. Mekong-vis is de voornaamste eiwitbron van een hele regio; een stroomgebied van zo'n 800 duizend vierkante kilometer. Een deel van de kuit en hom van gevangen dieren staan de vissers af, zodat jaarlijks tienduizenden kweekvisjes van de zeldzaam geworden gigant kunnen worden vrijgelaten.

Ook de vissers aan de overkant in Laos doen mee. Jarenlang was Huay Xai een spookstad, omdat de Pathet Lao de bewoners dwong zich in het binnenland te vestigen. Maar sinds de glasnost zijn de betrekkingen met Grote Broer Thailand voorbeeldig. Onder het motto van de voormalige slagvelden markten te maken, penetreren Thaise zakenlieden de Laotiaanse economie. Huay Xai is nu een bedrijvig stadje en tevens springplank voor een reis door een van de armste landen ter wereld. In 1994 zakten de eerste toeristen er af naar de oude hoofdstad Luang Prabang. Milton Osborne schrijft in zijn recente Mekong-studie dat in 1996 bandieten op de route nog iedereen neerschoten die zich tegen hun wensen verzetten. Maar nu is de tweedaagse tocht in een kampan (vrachtbootje met houten opbouw) veilig en populair bij de rugzaktoerist.

Van onze kampan zijn dak en ruim afgeladen met kratjes lege flessen Beer Lao. Na wat kunst- en vliegwerk met planken en platen triplex worden er toch nog zo'n dertig passagiers bijeengepakt - op een paar Laotianen na overwegend jonge, westerse rugzaktoeristen. Wanneer we uitvaren, liggen de meesten te dutten over hun rugzak of zijn verdiept in een boek of een spelletje kaart. Uit een raam hangend zie ik het pla buk-monument op de Thaise oever voorbijtrekken en ernaast het restaurant waar de onophoudelijke attenties van de in korte glitterrokjes gestoken zangeressen het mij onmogelijk maakten van het sublieme uitzicht over de weidse rivier te genieten.

Al gauw contrasteert de bebouwing op de rechter, Thaise oever met de afwezigheid daarvan links in Laos. Laos' onderontwikkeling wordt wel toegeschreven aan de Thais die in de 19de eeuw een groot deel van de bevolking als slaven naar Siam dreven. Maar ook de Verenigde Staten droegen hun steentje bij. Vanuit Thailand werd Laos platgebombardeerd. In Laos zelf financierde de CIA een geheime oorlog met de inkomsten van heroïnehandel. Maar met overwegend bergen en geen zeehavens had Laos natuurlijk ook een slechte uitgangspositie. Des te belangrijker is levensader Mekong. 'Zonder de Mekong,' schreef Fransman Pierre Lefèvre-Pontalis in 1894, 'zouden er geen Lao zijn. Ze zijn geboren navigators en de prauw is hun broodwinning.' Geen wonder dat ze de Mekong 'Moeder Water' noemen, al is het een van de ongetemdste rivieren.

De rechteroever is inmiddels ook Laotiaans territorium geworden. Kleine prauwen, meestal bemand door een peddelende visser die zijn lijnen inhaalt, zijn vrijwel de enige tekenen van leven. Bij een stroomversnelling danst onze kampan tussen de draaikolken en schuimkoppen langs een haag van rotsblokken. We varen door een van de dunst bevolkte delen van Zuidoost-Azië, maar bergvolkeren hebben overal sporen achtergelaten. Maagdelijk bos is er nauwelijks. De berghellingen zijn lapjesdekens van secundair bos, bamboe en wat maïsvelden. Sporadisch wijst een hutje of bultrund op een zandbank ook op bewoning. Van de apen, pauwen en neushoornvogels uit de oude reisverslagen geen spoor.

Tot 1867 was dit deel van de rivier voor westerlingen terra incognita. Ze veronderstelden dat de grote rivieren van Zuidoost-Azië, evenals de Ganges, alle hun oorsprong hadden in hetzelfde meer in Tibet. Koopman Gerrit van Wuysthoff meende zelfs dat de (Menam) Chao Phraya een arm van de Mekong was. In de 17de eeuw trok hij de Mekong op tot aan Vientiane, waarbij het nemen van enkele stroomversnellingen soms weken tijd kostte. Maar toen de VOC zijn handelspost in Cambodja sloot, verdween de belangstelling voor de rivier. Pas in de 19de eeuw werd die op initiatief van de door de Mekong geobsedeerde Fransman Francis Garnier opnieuw verkend in de hoop een handelsroute met China te vinden. Maar tijdens de tragische expeditie van 1866-1868 bleek al gauw dat stroomversnellingen onneembare obstakels vormen voor grootschalige handel. Tot aan Vientiane verliep de tocht nog redelijk voorspoedig, hoewel Garnier soms zijn revolver moest trekken om de bootmannen te dwingen een stroomversnelling te nemen. De laatste honderden kilometers vóór Vientiane waren zelfs vervelend vanwege hun eentonigheid. Garnier meende dat iets nieuws zien essentieel was voor de ontdekkingsreiziger en daardoor was 'een dag zonder zo'n emotionele ervaring een teleurstelling'.

We passeren het kalksteenmassief van Pha Ki Ta waar de geest rondwaart van een monnik die er door een draak is verzwolgen. In het verleden prevelden de bootmannen hier angstig hun preken, maar onze schippers schijnen geheel te vertrouwen op de voor de boogspriet geofferde christusdoorn, wierook en stukjes suikerriet. In dit gedeelte van de rivier, van Luang Prabang stroomopwaarts tot ver in Zuid-China, werden de vijf Franse expeditieleden voortdurend geplaagd door ziekte. Leider Doudart de Lagre stierf onderweg en Louis de Carn later, terug in Frankrijk, aan de gevolgen van dysenterie.

Wij moeten nog door de gevreesde stroomversnelling van Keng Le en bereiken 's avonds Pak Beng, een voormalige tolplaats voor de handelskaravanen uit China, waar we aanmeren. Het oprukkend toerisme heeft er zo'n twintig goedkope guesthouses in het leven geroepen. In een stoet klimmen we met rugzak omhoog, terwijl mannen in versleten legerjasjes met marihuana leuren. In de houten huizen kijkt men naar de soap van de Thaise televisie.

Een uur later klinken in de piepkleine restaurantjes de reisverhalen. Voor velen blijkt het Laos-avontuur deel uit te maken van een wereldreis met ook landen als Nepal, Nieuw-Zeeland of Argentinië op het programma. Om een uur of negen valt de stroom uit en pruttelen de avonturen door in het donker.

De volgende dag varen we zelfs even omgeven door ongerept bos. Hier en daar priemen indrukwekkende kalksteenformaties uit het groen. 's Middags bereiken we de monding van de Ou-rivier met de Pak Ou-grotten, die zijn afgeladen met ruim zesduizend houten boeddhabeelden. Traditioneel is de koning van Luang Prabang beschermheer van het heiligdom. Tijdens het Laotiaanse nieuwjaar, een onstuimig vruchtbaarheidsfestival, brengen de mensen hun boeddhabeeld naar de grot om het te laten zegenen met heilig water. De koning liet nooit verstek gaan. Tijdens de oorlog ging de Pathet Lao - hun troepen lagen aan de overkant van de Ou - zelfs akkoord met een staakt het vuren zodat het koninklijk ritueel kon plaatsvinden. Maar na hun machtsovername in 1975 rekenden ze af met het koninklijk huis.

Een uur later bereiken we de oude koninklijke hoofdstad. Luang Prabang werd alom geprezen als 'juweel aan de Mekong'. Zelfs de meest geplaagde Mekong-verkenners vergaten er hun tegenslagen, niet in het minst door de lieftallige jonge vrouwen die er met blote borsten rondliepen. Nog steeds is het kleine stadje een juweel en door de Unesco uitgeroepen tot de best gepreserveerde stad van Zuidoost-Azië. De provinciaalse gemoedelijkheid doet me denken aan de alledaagse taferelen op sommige honderd jaar oude tempelmuurschilderingen in Thailand.

De wereldreizigers verspreiden zich er na het Mekong-avontuur over de vele pittoreske guesthouses. Nog dagenlang zie ik ze in de internetcafé's en op de terrasjes van banketbakkerijen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden