Lavaland

Het gaat goed met Angahuan, Mexico. Dankzij een ramp. Of natuurwonder? De babyvulkaan Paricutín begroef de buurdorpen onder de lava....

Cees Zoon

De tortilleria heeft een gloednieuwe machine die in hoog tempo de maïs-tortillas uitbraakt. De houten huisjes van het dorp staan lekker in de verf. De kerk van de Apostel Santiago, met het curieuze balkon schuin boven de ingang, is pico bello opgeknapt. En het winkeltje waar de plaatselijke bevolking zijn kunstnijverheid aan de man brengt, ruikt nog naar vers hout.

Zelfs de begraafplaats ligt er feestelijk bij. De laag ommuurde dodenakker vlak buiten het dorp is gevuld met kransen in alle kleuren plastic. Een beetje kermisachtig, maar heel aantrekkelijk. Daar gaan ze voor hun plezier naartoe, dat is duidelijk.

Het gaat goed met Angahuan. Een dorp van nog geen duizend zielen verstopt in de uitlopers van de Sierra Madre, in de Mexicaanse staat Michoacán. Een staat met een hoog percentage indígenas, zoals de indianen tegenwoordig worden genoemd, en die behoren vrijwel zonder uitzondering tot de armste Mexicanen, wat in hun dorpen altijd goed zichtbaar is. Maar niet in Angahuan. Dit is een welvarend dorp.

En de welvaart heeft het dorp te danken aan een natuurramp.

Je kunt de toeristen die in steeds grotere aantallen naar dit nietige dorp komen, echter niet wegzetten als ramptoeristen. Zij komen niet naar de sporen van een ramp kijken, maar naar een natuurlijke ‘herschikking van het aardoppervlak’ die zich hier in de omgeving ruim een halve eeuw geleden heeft voltrokken.

Hoewel bij die drastische herschikking enkele dorpen volledig verdwenen, spreken de Purépecha-indianen die de streek bewonen, en vele andere Mexicanen, van een van de tien natuurwonderen in de wereld. Uit eerbied voor de natuur hebben de indianen deze na de ramp met geen vinger geschonden, zodat alles er nog precies zo bij ligt als op het moment dat de rookwolken optrokken.

De beste plaats om het fenomeen in zijn volledige omvang en schoonheid te zien, is het uitkijkterras van het nieuwe toeristencentrumpje even buiten het dorp. Het is een uniek toneel: een grauwe vlakte, hobbelig als de zee, waar in de verte twee roze kerktorens uitsteken. De torens lijken spontaan uit de steenmassa te groeien, maar in werkelijkheid zijn ze de enige overlevenden van San Juan Parangaricutiro, het dorp dat begin 1944 volledig werd bedolven door een lavagolf.

Op de achtergrond staat de boosdoener, de Paricutín. Een baby-vulkaan met een zo perfecte kegelvorm dat hij het werk lijkt van een overijverige pottenbakker. De Paricutín is een baby door zijn omvang: de krater steekt slechts 425 meter boven het dal uit. In een vulkaanrijk land als Mexico, met beroemde exemplaren als de Popocatepetl of de Pico de Orizaba, niet eens waard naar om te kijken. Maar het is ook een baby omdat het de jongste vulkaan ter wereld is en de enige waarvan mensenogen de geboorte hebben mogen registreren.

Het toeristencentrum beschikt zelfs over een officiële geboorteacte, een citaat van de Amerikaanse geoloog Dr. Parker D. Trask uit een artikel in Science van december 1943: ‘De nieuwe vulkaan in Mexico, de Paricutín, is een uniek geologisch fenomeen; want hij is voor onze eigen ogen ontstaan, en gegroeid tot de respectabele hoogte van 1500 voet, en dat allemaal binnen een tijdsbestek van acht maanden.’ Daarna is de Paricutín nog negen jaar actief geweest en vervolgens gedoofd. Het is een monogenetische vulkaan, dat wil zeggen dat hij is geboren en gestorven.

De beste manier om de gestolde lava-vlakte te doorkruisen en de resten van de kerk van de Señor de los Milagros van dichtbij te bekijken is te paard. Juan, het Purépecha-jongetje van acht dat met de teugels in de hand de toeristen door het stof en de lavarotsen loodst, is het Spaans niet voldoende meester. Maar zijn vader wil wel mee om tijdens de rit van een klein uur de wonderbaarlijke geschiedenis van de geboorte van de Paricutín-vulkaan nog eens uit de doeken te doen.

Dionisio Pulido, God hebbe zijn ziel, is de beroemdste van alle Purépecha-indianen, vertelt hij. Velen hebben een vulkaan in werking gezien, maar getuige zijn van de geboorte van een nieuwe vulkaan, zo maar midden in het veld, dat is van een andere orde. Dionisio is waarschijnlijk de enige mens die een dergelijke actie van Moeder Aarde met eigen ogen aanschouwde. Zijn verhaal lijkt rechtstreeks afkomstig uit de Popol-Vuh, het heilige boek van de Maya-indianen aan de andere kant van Mexico, over de oorsprong der dingen.

Op de middag van 20 februari 1943 was Dionisio Pulido, een eenvoudig landarbeider in Michoacán, rustig aan het werk in zijn maïsveld even buiten San Juan Parangaricutiro. Plotseling zag hij, op nog geen honderd meter van de plek waar hij aan het ploegen was, een kolom witte rook de grond uitkomen die hoog de lucht in schoot.

De verschijning was schokkend genoeg om alle goden aan te roepen, maar Dioniso bleef kalm. ‘Wat raar’, dacht hij laconiek. ‘Vanmorgen voelde ik de aarde beven, daarna werd de grond zo heet dat ik bijna mijn voeten brandde, en nu die rookpluim. Wat zou er aan de hand zijn?’

Hij legde zijn ploeg neer en liep langzaam in de richting van de rookwolk. Maar plotseling nagelde een enorme dreun hem aan de grond. De rookwolk werd groter en baande zich met een afschrikwekkende kracht en lawaai omhoog.

Dionisio zette het op een lopen om zijn vrouw te waarschuwen, maar die had al de benen genomen. Waar eerst het maïsveld was, was nu een spuwend gat van vlammen, zand en enorme brandende stenen die met helse donderslagen in het wilde weg vlogen. De mensen in de hele omgeving vluchtten buiten zinnen van angst.

De nacht viel en de hele omgeving vulde zich met de gloed van kolommen vurige as, rookwolken en verstikkende dampen. Enorme brandende stenen vlogen honderden meters de lucht in, alsof ze afkomstig waren van een reusachtig kanon dat op de hemel was gericht. De constante donder was verschrikkelijk en oorverdovend. Sommigen spraken later van ‘een lawaai alsof op een en hetzelfde moment alle potten en pannen van het dorp op de grond gevallen en gebroken waren’. Anderen vergeleken het met de rommelende ingewanden van een reus.

Het einde van de wereld was daar, geen twijfel mogelijk.

Langzaam vormde zich een berg stenen, zand en as rond de vuurmond. Op de derde avond begon uit die reusachtige schoorsteen lava te stromen, een vurige massa die uitstroomde over de flanken van de compacte massa stenen, die al veranderd was in een vulkaan. Zeven dorpjes verdwenen onder de massa. Toen die uiteindelijk afkoelde, was in kilometers omtrek geen boom, geen grasspriet meer te bekennen.

De natuur bracht de Paricutín tot leven, maar de Maagd legde hem het zwijgen op. Maar dat was negen jaar later, en in de tussentijd bleef de babyvulkaan zich onaangepast gedragen. Het verhaal van de Purépecha-indianen wil dat de Maagd van de Hoop in oktober 1952 persoonlijk naar Angahuan kwam om de vulkaan te temmen. Tijdens een bedevaart naar een uitkijkpost in de buurt droegen drie priesters de mis op en smeekten de Maagd een einde te maken aan het lijden van de inwoners van de streek. Toen ze de volgende dag wakker werden, was de Paricutín tot rust gekomen, en dat is zo gebleven tot op vandaag.

Het begin van de tocht is een afdaling over een pad van zwart vulkaanzand waar de paarden grote stofwolken veroorzaken. Maar het traject wordt steeds steniger, en wanneer we de beschutting van de laatste bomen verlaten, marcheren we in lavaland: tussen enorme steenhopen die als verbrijzelde ijsschotsen metershoog de lucht in steken. Helemaal kaal is het niet meer, de eerste cactussen hebben zich al gemeld.

Bij het naderen van het verpletterde dorp waan je je ver terug in de tijd. Her en der staan groepjes vastgebonden paarden bij elkaar en pal erachter stijgen de walmen van de eetkraampjes op. Het laatste stuk moet je te voet, liever op handen en voeten over de grillig omhoog stekende klompen lava, tot je de resten van de kerk bereikt. Hier zit je op Mars, maar wel naast de torens en de bovenhelft van de gevel van een kerk van de God der mensen. Aan de horizon de perfecte kegel van de Paricutín, bijna tien kilometer verderop.

De inwoners van San Juan Parangaricutiru weigerden meer dan een jaar lang te vluchten. De pastoor haalde het beeld van de Heilige Heer der Wonderen uit de kerk in de hoop dat degenen die Hem aanbaden zouden volgen. Tevergeefs. Zij vertrokken pas in maart 1944, toen de lava de voet van de kerk bereikte. Met het beeld op de schouders vestigden zij zich dertig kilometer verderop, waar een nieuwe versie van het dorp is verrezen.

De Purépechas weten goed munt te slaan uit het desastreuze verleden, dat niet voor niets is geweest. Het gebied werd ontsloten door de Mexicaanse schrijver Juan Rulfo, die de eerste foto’s van de verdronken kerk publiceerde. Nu profiteert het mee van de toeristische reputatie van Michoacán. Een staat met een weergaloos mooie natuur, met daarin stadjes als Uruapán en Patzcuaro.

Wie de ervaring van een in lava verdronken kerk nog niet bizar genoeg vindt, kan zijn ogen uitkijken op de terugweg naar Mexico-Stad. In het grote meer, waar de weg van Patzcuaro naar Guanajuato dwars doorheen loopt, staan de koeien op kleine eilandjes met alleen hun koppen boven water. De op het eerste gezicht drijvende koeienkoppen bevestigen dat je hier op een andere planeet bent.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden