LAURENS JAN BRINKHORST

'Ik hoop dat we aan de vooravond staan van een nieuwe revolte in de politiek, een opstand van mensen die zeggen: zo moeten we het niet langer doen....

'Ik heb me weleens afgevraagd wat er zou zijn gebeurd met het gezin als ik was dood gevallen. Het zijn rare gedachten die je soms hebt. Ik ben niet op zijn begrafenis geweest, mijn moeder geloof ik ook niet, die is bij mij gebleven vanwege mijn val.

'Heel vroeg was ik mij bewust van het feit dat ik de enige man was in het gezin. Aan allerlei dingen mocht ik meedoen, maar het was altijd gebonden aan een tijdslimiet. Tijd was geld en daarvan was er niet veel. Het heeft tempo gegeven aan mijn leven. Toch was ik geen zielig jongetje met een arme moeder. Het was een hele leuke jeugd, maar ik droeg wel altijd dat gevoel van verantwoordelijkheid bij me.'

Laurens Jan Brinkhorst (63) ontvangt in zijn Haagse pied-à-terre, met uitzicht op het landgoed Clingendael. Hij schenkt whisky in twee glazen met daarin zijn initialen ljb gegraveerd - 'veertig jaar oud, van mijn tante gekregen.' De boerenklok slaat negen, Brinkhorst loopt erheen en trekt aan een metalen ringetje, waardoor de klok ons nog eens op negen slagen trakteert.' Dat hebben ze zo gemaakt voor de boer, die kon dan 's nachts in zijn halfslaap checken of de klok nu vier of vijf keer had geslagen.'

Hij werd Nederlands Hervormd opgevoed, ging in Den Haag ter kerke naar de église Wallone. 'Dat had twee voordelen: die kerk begon een half uur later en had verwarming. Dat soort christendom. Hij noemt zich niet religieus. 'Ik heb wel ergens het gevoel van een relatie met een onbenoembare God. Gek genoeg deed het me toch wat, toen mijn zoon vertelde dat hij zijn dochtertje wil laten dopen.'

De minister van landbouw, natuurbeheer en visserij is met minister-president Kok en minister Borst een van de weinigen in het kabinet die nog herinneringen heeft aan de Tweede Wereldoorlog. Kok schuilde met zijn moeder voor de bombardementen, Borst werd als meisje gedwongen te kijken naar een executie van toevallige passanten.

Brinkhorst: 'Er zijn beelden die grote indruk op me hebben gemaakt, die later een behoorlijke invloed op mijn betrokkenheid bleken te hebben als het gaat om het gebruik van geweld. Tijdens de bevrijding zag ik een oudere man en vrouw opgejaagd worden, dat waren NSB'ers. En ontwapende Duitsers werden met stokken belaagd. Ik heb nog een handschoen gevonden met daarin een hand. Met vriendjes maakte ik een vuur en daar gooiden we niet afgevuurde patronen in.'

Ruim een halve eeuw later debatteert Brinkhorst in de ministerraad over de uitzending van Nederlandse mariniers naar Afrika. Hij verbaast zich over het klimaat dat hij na lange afwezigheid aantrof in Nederland. Neem bijvoorbeeld die slepende debatten over de risico's die ruim 1100 militairen lopen.

'Als je een rol wilt spelen in een VN-vredesmissie moet je risico's lopen. En niet zo afgemeten aan een termijn van zes maanden worden gehouden. En niet per se met mariniers behoeven te leuren omdat die over zijn. Noblesse oblige. We willen tegenwoordig voor een dubbeltje op de eerste rang zitten. Nederlanders zijn krentenwegers. We willen wel de eer, maar het moet niet te veel kosten.

'Kijk, ik was geen voorstander van de politionele acties in Indonesïe. Maar ik kan me niet herinneren dat er een politieke discussie gaande was over de vraag: goh, gaan er misschien mensen dood? Er is daar toch een groot aantal Nederlandse soldaten gestorven, omdat er het gevoel was: het gaat om iets fundamenteels, en wij moeten daar offers voor brengen. Tegenwoordig is de offerbereidheid laag.

'Mijn grootvader was kolonel van de knil. Hij ergerde zich aan wat hij de lapzwanzigheid van het Nederlandse leger noemde. De knil had echt gevochten in de Atjeh-oorlog en stond mentaal op grote afstand van het Nederlandse leger. Hij zei tegen zijn loodgieter: "Is het niet prachtiger te sterven als een leeuw dan te leven als een hond?" De loodgieter zei: "Ik heb liever dat ze van me zeggen: daar gaat ie dan, daar leit ie."

'Dat is de problematiek van Nederland en de heroïek. We zijn geweldig geïnteresseerd in de abstractie van de internationale rechtsorde, maar er komt wat spanning op als het om participatie gaat. Wij zijn inmiddels een verwende samenleving geworden met een hele lage pijngrens.'

Het gesprek ademt één grote verwondering over de toestand van Nederland, het poldermodel, de Tweede Kamer en het zelfbeeld dat de Nederlanders koesteren. Achttien jaar is hij weggeweest: ambassadeur in Japan voor de EG, topambtenaar milieuzaken voor de Europese Commissie en Europarlementarïer voor D66.

'Ik straal soms niet helemaal de gebruikelijke politieke cultuur uit', realiseert Brinkhorst zich.

'Kijk eens naar de vakanties. Het verbaast mij dat ik wekenlang sommige ambtenaren niet zie. Niet omdat ze niet werken, maar in de Nederlandse cultuur is het gewoon dat je zes weken of langer vrij hebt. Geen misverstand, als ik ze bel, zijn ze er, hoor. Er is geen gebrek aan wil, maar op vrijdagmiddag vier uur kan ik met een bazooka rondschietend door de gangen van mijn ministerie gaan zonder iemand te raken.

'De Tweede Kamer: als je het allemaal bij elkaar optelt, is er ruim vier maanden van het jaar geen vergadering. Iedereen denkt hier altijd dat er in het Europees Parlement geweldig veel vakanties zijn, maar ze hebben daar één maand vrij. Het zelfbeeld van Nederland is dat we in een geweldige dynamische democratie leven. Dat past toch niet helemaal bij de werkelijkheid die ik waarneem. Dat soort dingen verbazen me.'

Zijn rentree in de Nederlandse politiek kwam totaal onverwacht. D66-leider Thom de Graaf vroeg hem op het zestigste verjaardagfeest van Kamerlid Olga Scheltema of hij Landbouw-minister Apotheker wilde opvolgen. 'Ik heb eerst een kleine vloek geslaakt. Ik heb met Thom een aantal rondjes om de slotgracht gelopen. Mijn vrienden zeiden later: we hadden tien ministeries voor je kunnen bedenken, maar dit niet.

'Ik heb een zekere opgewektheid over me. Een bord voor mijn kop? Misschien... Er zit natuurlijk iets masochistisch in dat ik me niet verschrikkelijk ellendig voel als er een probleem op me afkomt. Sommige mensen vinden het een hinderlijke reflex dat ik dat als een uitdaging zie.

'Ik wil de strijd om een ander landbouwbeleid niet verliezen, ik wil een omslag in de landbouw bewerkstelligen. Als ik op de berghellingen van de Chimboradzo loop, denk ik: als ik hier niet bovenkom, dan lukt het me ook niet met de landbouw.'

Het was niet de eerste keer dat Brinkhorst mocht aanzitten in de ministerraad. Hij was staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Staatssecretarissen zitten in de regel niet aan tafel, die is voor ministers bestemd. Maar Brinkhorst zat wél aan tafel en niet op de tweede rij. 'Dat was een politieke afspraak, onze aanwezigheid in dat kabinet moest wat meer body krijgen. Vier oren horen meer dan twee. D66 had maar één minister, Hans Gruijters, en drie staatssecretarissen.'

Terugkijkend vindt Brinkhorst dat hij als een Euro-technocraat in dat kabinet stapte, maar het politiek gevoel werd snel ontwikkeld. 'Het kabinet-Den Uyl was een gezelschap dat zich realiseerde: we zijn met iets nieuws bezig. Vooral in het begin. Er werd al snel gepolariseerd, we zetten de progressieven tegenover de anderen. De politieke spanning uitte zich omdat er twee maatschappelijke visies op tafel lagen. Er zaten maar een paar ouderen in en nogal veel wilde jongens, die op jonge leeftijd tot regeringsverantwoordelijkheid werden geroepen.'

Kijkend naar de politieke leiders die D66 heeft voorgebracht, Van Mierlo, Terlouw en De Graaf, zegt Brinkhorst: 'Van Mierlo is van de drie absoluut de meest bevlogene. Hij kan op een geniale manier de plank misslaan, maar wel op een geniale manier. Hans is absoluut een motor van ideeën geweest, die soms moest worden ingeperkt. Ik heb me met hem altijd zeer verbonden gevoeld over Europa. Voor Hans van Mierlo was D66 zo evident van hem dat hij eigenlijk nooit aan de identiteit van D66 dacht. Hans heeft altijd iets met de PvdA gehad, wilde zelfs in de Progressieve Volkspartij opgaan met de sociaal-democraten.

'Jan Terlouw zag een eigenstandige positie voor D66, een onafhankelijke, liberale invalshoek. Terlouw was een typisch binnenlandse politicus, ik heb lang met hem samengewerkt en niet altijd zonder problemen.

'De Graaf heeft elementen van hen beiden: minder bevlogen dan Van Mierlo, maar wel een aandrager van ideeën die de eigenheid van D66 kenmerken. Het gaat hem niet alleen over ideeën, maar ook om macht. Vroeger ging het alleen om de idee. Thom is een teamleider, zeer geschikt voor deze periode.'

En nu zit Brinkhorst anderhalf jaar in het paarse kabinet. 'De rolverdeling van de D66-bewindslieden ziet er als volgt uit: Roger van Boxtel houdt het binnenland extra in de gaten en ik speel heel globaal mijn rol op het buitenlandse gebied. Het is een heel spontane rolverdeling. En Els Borst is onze vice-premier.'

Het nieuwe van de paarse constellatie is er nu wel van af. 'Er heerst een grote mate van zakelijkheid, het politieke proces moet worden gemaneged. De ministers die dat doen zijn over het algemeen relatief uitgebalanceerde persoonlijkheden die niet geweldig geprofileerd zijn.

'Er is wel een eenheid in het denken over immaterïele zaken. Met het cda erbij had je een heel andere toonzetting gehad. Bij zaken als abortus en euthanasie zijn we het wel eens. Dit is een niet erg moraliserend kabinet. Een alternatieve visie op wat wij doen is er niet, wat andere politieke partijen doen is toch gerommel in de marge.'

Het hoge woord moet eruit en sluimert al een poos in Brinkhorst. Zijn analyse van wat hij aantrof in Nederland is in feite een oorlogsverklaring aan de politieke tijdgeest. Het alom geroemde poldermodel is hem een doorn in het oog.

'Ik hoop dat we aan de vooravond staan van een nieuwe revolte in de politiek, een opstand van mensen die zeggen: zo moeten we het niet langer doen. Er hangt een fin de siècle-sfeer, dat klinkt wat raar aan het begin van de 21ste eeuw. Wat domineert is een zekere zelfgenoegzaamheid, zelfvoldaanheid. Het lijkt alsof het allemaal geweldig gaat. Maar we horen het gedonder in de verte niet. We kijken niet over de heg en we blijven in Nederland de tuin aanharken. Terwijl het om ons heen in brand staat.

'Het parlementaire debat is erop gericht partijen zoveel mogelijk naar elkaar toe te laten kruipen. De Tweede kamer gedraagt zich als een gezelschap dat functioneert als een poldermodel. De oppositie is geen oppositie en daar word ik niet vrolijker van.'

'Bij de algemene beschouwingen heb ik nu twee keer gezien dat tien van de twintig moties met algemene stemmen werden aangenomen. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat de oppositie niet een eigen lijn kiest? Zo ondergraven ze hun eigen positie. Daarmee zeggen ze in feite: het doet er niet toe wie er regeert.'

Brinkhorst weet dat wat de politiek vermag, wordt overschat. De beperkingen van de natiestaat worden groter. Als Europeaan ziet hij dat scherper en sterker dan menig ander.

'Het poldermodel is toch een poging om alle belangenbehartigers bij elkaar te brengen en te zeggen: we willen geen conflict, we willen het eens worden met elkaar. Door dat befaamde poldermodel ontstaat een gevoel van: of je nou het kabinet hebt, de vakbeweging of Amnesty International, het is allemaal zo'n beetje een pot nat.

'Er behoort een wezenlijk verschil te zijn tussen gekozenen en niet-gekozenen. Maar de politiek wordt op die manier zo gewoon gemaakt. Mensen zien het ambt van minister niet meer als richtinggevend in de politiek. En als wij ons daar als kabinet naar gedragen, dan wordt het binnenkort ook zo.

'Laat ik het anders zeggen. De Tweede Kamer behoort niet een groep belangenbehartigers te zijn, maar het ultieme gremium waarin particuliere belangen van alle mogelijke aard worden afgewogen. Dat gebeurt nu te weinig. Het ambt van minister is daarvan afgeleid. Die moet vorm geven aan zijn visie, van waaruit hij met de Tweede Kamer discussieert.'

Verbijsterd was Brinkhorst niet lang geleden toen hij van de Tweede Kamer moest horen dat hij eerst overeenstemming moest bereiken met de belangenbehartigers in de landbouw. Als het zo ver was, mocht hij terugkomen.

'We zijn de tweede agromacht in Europa. Op dat beleidsterrein kun je nog richting geven, daar beteken je nog iets als Nederland. Als Kamerleden tegen me zeggen: word het eerst maar eens met de belangenbehartigers, dan is dat abdicatie van het parlement. Dat is voor mij een fundamenteel punt. Dan ontneemt het parlement zijn eigen legitimatie. Dan kan ik net zo goed zonder parlement regeren. Het verbaast mij niet meer dat mensen dan zeggen: geef mijn portie maar aan fikkie, waarom zou ik nog naar de stembus gaan? Dat is voor mij een wezenlijk probleem in de parlementaire democratie.

'Als je de tweede agromacht bent, moet ik constateren dat het ook jammer is dat de Tweede Kamer zich als geheel weinig bemoeit met de landbouw. Het is een te belangrijk onderwerp om het alleen maar over te laten aan Kamerleden die vanuit de sector opereren. Hun visie wordt bepaald door hun eigen landbouwachtergrond. Het zou goed zijn als de commissies die de kandidatenlijsten voor de verkiezingen samenstellen, daarmee rekening hielden. Het zou mooi zijn als de huidige landbouwwoordvoerders in de Tweede Kamer eens wat anders gingen doen in de volgende kabinetsperiode.

'Dat poldermodel doet het heel goed, vinden veel mensen. Maar ik heb de indruk dat het een make believe-gezondheid is. We zijn zo sterk afhankelijk van de internationale economische conjunctuur, dat de spiraal naar beneden snel daar is als het omslaat. Pas als we het allemaal met elkaar eens zijn, gaan we een bepaalde kant op. Soms wordt er betrekkelijk weinig leiding gegeven. En het risico van een politieke surplace is dat je omdondert.

'De poldermodelstructuur komt niet voor in andere landen. Daar is vaak een sterk leiderschapsbeginsel, in Frankrijk, Duitsland en Engeland. In die cultuur heb ik jarenlang gewerkt, dat spreekt me aan. Maar het eindeloos met elkaar rondzingen tot er een resultaat uitkomt, de som van de hoogste middelmatigheid, dat vind ik niet het meest aangename aspect van de Nederlandse politiek.'

Een andere doorn in zijn oog is het Hollandse gedoogmodel.

'Er kan niet veel richting worden gegeven, omdat de pijngrens in Nederland zo laag is. We leven in een collectief verwende samenleving. Daarom rekenen we elkaar niet af op resultaten, maar op goede bedoelingen. De balans tussen rechten en plichten is zoek. Als iemand maar een goede bedoeling heeft, dan moet die daarvoor al beloond worden. Dat zie ik in mijn portefeuille heel sterk. Ik ben toch meer iemand die zegt: in de politiek moet je op resultaten worden afgerekend. Goede intenties zijn onvoldoende.'

In het weekeinde kan Brinkhorst de polder even vergeten, en verblijft hij in Brussel, waar zijn vrouw Jantien nog woont vanwege haar bezigheden voor de vereniging Femmes d'Europes. Ze hebben kortgeleden hun veertigjarig huwelijksfeest gevierd. 'Zij vond mij aanvankelijk een ontzettend bekakte jongen. Toen ik haar voor het eerst zag, dacht ik: wat een geweldige elle. Jantien was een keurig Leids meisje, ze liep modeshows en was altijd goed gekleed. Ik voel me erg aangetrokken tot sterke vrouwen. Ik vond het interessant te weten wie ze was en dat vind ik nog steeds.

'Voor mij is Jantien een enorme ondersteuning geweest en ze voelt zich nog zeer betrokken bij wat ik doe. Onze rolverdeling is dat ik altijd als een laser recht op mijn doel afga, maar de andere kant daarvan is dat ik vaak niet scherp zie wat er in de omgeving speelt. Zij is mijn radar en heeft daar veel meer oog voor.'

Zijn vrouw woonde in Leiden op Rapenburg 45 met prinses Beatrix. 'Jantien was van de lichting 1954 en de niet onbekende oranjetelg was van 1956. We zijn altijd contact blijven houden. Meer zeg ik er niet over. Punt.'

Brinkhorst moet dus enorm geschrokken zijn, toen Thom de Graaf de politieke invloed bij de koningin wilde weghalen. Pretoogjes: 'Nee... nee... Het is een lijn die voortvloeit uit het denken van D66 over staatkundige vernieuwing. Wij zijn de kinderen van de Franse revolutie. Het feit dat de volkssoevereiniteit nog steeds niet verankerd is in onze Grondwet, is een volstrekt legitiem punt. Het zou alle partijen, die kinderen zijn van die Franse Revolutie moeten aanspreken. De PvdA is van de gelijkheid, de VVD van de vrijheid en wij zijn van de fraternité. D66 brengt dat naar voren en dat roept verbazing op.'

Maar die notitie van Kok over het koningschap, daar kan Brinkhorst het dan onmogelijk mee eens zijn. 'Het is een lange discussie geweest in de ministerraad, ruim een uur. Het is het hardop doordenken geweest waar nu de basis van de soevereiniteit ligt. Wij willen toch de macht bij het volk leggen, daarvan is D66 de hoeder. De uitkomst was die notitie van de premier. Je kunt daaruit afleiden dat D66 niet geweldig heeft gescoord. Maar ik ben er niet om afgetreden.'

De kop van De Graaf is er niet afgegaan, toen hij de monarchie de bel aanbond. Maar hoe verklaart Brinkhorst dat Hollandse mechanisme van het maaiveld? 'We hebben geen bergen. Die egalitaire cultuur heeft goede kanten. Kijk naar onze patriciërswoningen. Gewone gevels, met daarachter enorme huizen. We houden niet van pronken. Ik heb jarenlang in Belgïe gewoond en in die bourgondische, voloptueuze cultuur houden ze ervan te laten zien wat je hebt. Het leidt ook tot het afvlakken van wat best hoog mag zijn. Je wordt in Nederland geëerd als je het in het buitenland hebt gemaakt. Karel Appel, Joris Ivens, noem ze maar op.

'Het symbool van Nederland is toch vadertje Drees. Dat is voor mij the ultimate Dutchman. Hij had geen visie op het buitenland, dat vond hij een grote bedreiging. Toch is hij een van de belangrijkste Nederlanders uit de vorige eeuw. Op een bepaalde manier heeft het iets fantastisch, maar een vergezicht zul je tevergeefs bij hem zoeken.

'De Nederlanders zijn calvinisten en de mens is nietig voor het aanschijn Gods. Daarom hebben we in Nederland meer standbeelden van dieren dan van mensen. In Groningen staat het paard van Oom Loeks, in Leeuwarden staat Us Mem.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden