Laura Ingalls was een leuke meid, zolang ze haar bek hield over God

Als kinderen keken wij niet naar de EO, want er bestond toen nog verzuiling en normale mensen hielden het bij de VPRO en de VARA. Maar voor Het kleine huis maakten we een uitzondering, zelfs met het risico op een staartje Van U wil ik zingen op de koop toe.

Uiteraard klaagden we bij elke aflevering steen en been over de zoetelijke inhoud, en hoe eng Michael Landon ('Pa') wel niet was, maar heerlijk was het toch, vooral toen die gemene Nellie Oleson onder de bloedzuigers kwam te zitten. Het hád nu eenmaal wat, dat 19de-eeuwse Amerikaanse pioniersleven, en Laura Ingalls was een leuke meid, zolang ze haar bek hield over God.

De boeken waren nog oneindig veel beter. Vol afgunst las ik als 10-jarige hoe de kleine Laura haar jeugd doorbrengt tussen beren, slangen, pompoentaarten, geroosterde prairiehoentjes en lastige indianen; in paard-en-wagens, houten huisjes, ondergrondse plaggenhutten, met een vader die hele boerderijen kan bouwen zonder dat er één spijker aan te pas komt en een moeder die zich door geen misoogst, ijzige hongerwinter, malaria-epidemie of prairiebrand uit het veld laat slaan: onverstoorbaar neurieënd blijft ze de mousseline jurkjes strijken en verstellen, het maisbrood bakken en de boter karnen, met hulp van Laura's oudere zusje Mary, een vervelend brave trut die zelfs 's nachts een corset draagt 'om haar figuur niet te bederven'.

Veel zitvlees heeft de familie Ingalls niet, want telkens verhuizen ze weer, van en naar Wisconsin, Kansas, Minnesota, Virginia of Dakota, eindeloze trektochten door felle zon en barre kou, om wéér ergens anders een nieuw en onzeker leven te beginnen. Mary wordt blind, wat ik lekker puh, nét goed vond, want ik was helemaal geen aardig kind, en Laura wordt op haar 15de schooljuf, om van deze uiterst heikele bijverdienste (ze wordt gepest door jongens in haar klas die nota bene ouder zijn dan zij en woont in bij een onaangenaam gezin) Mary naar een blindeninstituut te sturen.

Dan ontmoet ze haar toekomstige echtgenoot Almanzo Wilder. Aan hem hebben we het heerlijkste boek van de hele reeks te danken, Farmer Boy, over Almanzo's jeugd op een welvarende boerderij. Nooit eerder (en later ook niet) had ik zulke smakelijke opsommingen van voedsel gelezen, want op die boerderij doen ze, behalve hard werken, zowat niets anders dan eten. Er wordt geslacht, gebraden, ingemaakt, gepekeld, gedroogd, gebakken, gerookt, gestoofd dat het een lieve lust is, alles zeer beeldend; sowieso ken ik waarschijnlijk geen boeken die, ondanks zeer eenvoudig taalgebruik, zo veel boeiends en aantrekkelijks voor het geestesoog weten op te roepen.

En het is nog allemaal echt gebeurd ook, al is er een slepende controverse wie alles nu heeft opgeschreven, Laura Ingalls Wilder zelf of haar dochter Rose. Als kind kon mij dat natuurlijk niets schelen, en eerlijk gezegd nog steeds niet, want een fijn boek is een fijn boek, en dit zijn er nota bene een stuk of tien.

Ach, had mijn moeder maar eens een pastei gebakken van door mijn vader uit een kaalgevreten graanveld geschoten dikke, sappige lijsters! Ik kan hem bijna proeven. Bijna. Gelukkig heb ik al die boeken nog, om telkens te herlezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.