Column

Laterveers onsubtiele schrijfwijze en Kraaks plezierige stijl

Witteman heeft iets gelezen

Er verschijnen de laatste tijd nogal wat boeken met merkwaardige titels. Zo kreeg ik in één week Lekhoofd van Haro Kraak, en Lefbek van Anke Laterveer in handen. Lefbek was me aangeprezen als het 'dappere', 'dwars door de ziel snijdende' verhaal van een 'social misfit', 'grappig, droevig, en rauw tegelijk'. Daar had ik wel zin in, want na een rotjeugd vol pesterijen wil je ook wel eens lezen hoe een ánder zich er doorheen heeft geslagen.

Anke Laterveer, Lefbek.

An unhappy childhood is a writers' goldmine, zegt men, en het zit de hoofdpersoon, Lise, inderdaad niet mee, met haar harteloze ouders, verkeerde vriendjes en mislukte huwelijk. Het lijkt wel een boos sprookje; iederéén in haar leven is kil, gemeen, onbetrouwbaar of krankzinnig. Onverschillige, wrede, gestoorde én egoïstische ouders, een huis zonder speelgoed, tv of lekker eten, waarin vriendinnen worden verjaagd en feestdagen niet gevierd; een eerste vriendje dat wel héél abrupt van een lieve, gezellige jongen omslaat in een genadeloze serieverkrachter (de knaap is 15!) en Lise zelf, die zó naïef met zich laat sollen (ze gaat telkens tóch weer met die enge jongen mee naar huis! Ze laat zich zonder morren betuttelen door haar zwaar gestoorde man, van wie ze haar eigen baby niet mag verzorgen!) dat het geheel geen herkenning of medelijden opwekt, maar louter irritatie.

Jammer, want ongetwijfeld hebben alle gebeurtenissen (deels) echt plaatsgevonden, maar de onsubtiele wijze waarop Laterveer ons deze flat characters door de strot duwt, maakt ze stuk voor stuk ongeloofwaardig. Daarbij komen nog de lelijke, slordig aan elkaar genaaide tijdsprongen: 'Ik heb nog even verlof, tot ook ik weer aan de slag ga, terug naar de gemeente waar ik sinds een jaar of drie werk als managementsassistente.' Een redacteur die zó'n zin laat staan moet dringend omzien naar een ander beroep.

Dan is Lekhoofd van Haro Kraak een stuk beter. De jonge hoofdpersoon, Noah, heeft 'synesthesie', een (voor mij en ongetwijfeld vele anderen) herkenbare hersenkronkel: letters, cijfers, woorden, en muziek lijken kleuren te hebben, en in Noahs geval ook geuren en smaken. Na enige pesterijen besluit Noah dat hij deze afwijking verder beter geheim kan houden om niet als 'freak' door het leven te hoeven. Alleen zijn beste vriend Teun wijdt hij in, en samen gaan ze, blowend en hangend zoals pubers betaamt, op 'ontdekkingsreis door de zintuigen', tot een noodlottig medisch incident de gebeurtenissen een andere wending geeft; die rondkolkende synapsen in Noahs hoofd blijken niet op zichzelf te staan.

Kraak heeft een plezierige stijl. De wonderen van de synesthesie beschrijft hij pakkend en ook die wat pompeuze bevlogenheid die intelligente puberjongens nu eenmaal kunnen hebben is heel raak neergezet. Hier en daar moest ik denken aan Oek de Jongs 'opwaaiende zomerjurken', en ook wel aan mijn eigen zoon.

Lekhoofd hinkt een beetje op twee gedachten. De hoofdrol die de synesthesie aanvankelijk speelt, wordt later deels verdrongen door de 'gewone' problemen van opgroeiende tieners; het strandende huwelijk van zijn ouders, school, vriendschappen, en de toenemende bewustwording van dat goede, oude menselijk tekort.

Na de sterke eerste helft valt de rest wat tegen, met houterige dialogen, te veel uitleggerij (show, don't tell!) en een nogal mager catharsisje. Was er sprake van een haastklus? Het besluit om van een novelle alsnog een roman te kneden? Jammer, want Kraak kan onmiskenbaar goed schrijven. Ik ben benieuwd naar zijn volgende boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.