Laten we van Sukarno geen heilige maken

MET het bezoek van koningin Beatrix voor de deur leeft de discussie over de Nederlandse houding ten aanzien van Indonesië weer op....

Willem Oltmans gaf in HP/De Tijd van 30 juni het startsein voor een 'rehabilitatie-campagne' voor voormalig president Sukarno. Oltmans vindt dat achtereenvolgende Nederlandse regeringen een verkeerd beeld hadden van Sukarno en dat koningin Beatrix Indonesië niet zou mogen bezoeken, omdat de huidige president, generaal Suharto, Sukarno aan de kant heeft gezet.

Waar Oltmans vanuit zijn persoonlijke vriendschap met Sukarno redeneert, redeneren vele andere critici van het hedendaagse Indonesische regime op grond van hun afkeer van Suharto. Langzamerhand lijkt er een soort mythe te ontstaan waarin Sukarno figureert als een vriendelijke, joviale 'bapak', een 'vader' voor zijn volk, en Suharto als een boze stiefoom met kwaadaardige bedoelingen. Oltmans noemt Suharto in zijn brief in de Volkskrant van 8 juni zelfs 'de Pol Pot van Indonesië'. Mijns inziens is dat een vergelijking die ernstig mank gaat.

Nadat Sukarno in 1959 zijn politiek van 'geleide democratie' had geïntroduceerd, waarbij de grondwet werd uitgeschakeld, trok hij steeds meer macht naar zich toe. Prominente critici van zijn beleid (Mochtar Lubis, Sutan Sjahrir, Ide Anak Agung Gde Agung en bijvoorbeeld ook Poncke Princen) verdwenen achter de tralies.

Sukarno kwam steeds meer alleen te staan in zijn politieke denkbeelden en leunde steeds zwaarder op de PKI, de communistische partij. Hij raakte meer en meer beïnvloed door de Chinese partijleider Mao Zedong, die bezig was zijn 'culturele revolutie' voor te bereiden. Ook Sukarno begon te ageren tegen alles wat 'westers' en 'imperialistisch' was. Zo werden er jongeren opgepakt omdat ze muziek van de Beatles speelden en op PKI-bijeenkomsten werden demonstratief platen van Elvis Presley verbrand.

Ernstiger was het dat China wapens begon te leveren voor een door de PKI georganiseerde 'burgerwacht', die werd getraind op de luchtmachtbasis bij het nationale vliegveld Halim in Jakarta. Vanaf deze basis werd op 30 september 1965 ook de coup-poging onder leiding van een aantal luchtmachtofficieren en officieren van Sukarno's lijfwacht uitgevoerd. Daarbij werden zes generaals vermoord, alsmede het dochtertje van generaal Nasution, die zelf wist te ontsnappen aan de aanvallers die zijn huis binnendrongen.

Omdat Sukarno in de chaotische situatie van begin oktober niet duidelijk stelling nam tegen de coup-plegers, laadde hij de verdenking op zich bij hun plannen betrokken te zijn geweest.

Het bloedbad dat vervolgens gedurende 1965 en '66 plaatsvond was niet uitsluitend het werk van Suharto-gezinde militairen. Er was ook sprake van een vorm van 'volkswoede', vooral nadat op verschillende plaatsen in Indonesië zwarte lijsten van lokale PKI-afdelingen waren ontdekt waarop de namen stonden van diegenen die na een communistische machtsovername geëlimineerd moesten worden.

De manier waarop het Indonesische leger sinds 1965 is opgetreden valt op geen enkele manier goed te praten. De afschuwelijke bloedbaden die zijn aangericht, de martelingen, de verbanning van duizenden gevangenen naar het strafeiland Buru en de complete uitschakeling van wat nog restte van een democratisch systeem, het verdient allemaal slechts afkeuring. Niet voor niks zijn het ook nu veelal weer de critici van Sukarno destijds, die het regime van Suharto bestrijden, zoals Mochtar Lubis, Poncke Princen en ex-generaal Nasution.

Sukarno was geen heilige. Hij was inderdaad de 'vader des vaderlands', maar het lijkt er toch op dat hij eind jaren vijftig bevangen raakte door een vorm van grootheids-waanzin die er, in het aller-zwartste scenario, toe had kunnen leiden dat hij een soort Pol Pot was geworden.

Overigens is Sukarno al vanaf begin jaren tachtig enigszins in ere hersteld in Indonesië. Het nieuwe vliegveld dat toen in Jakarta werd aangelegd draagt de naam 'Sukarno-Hatta' en er zijn op verschillende plaatsen standbeelden van hem opgericht.

Of dat genoeg eerherstel is voor degene die Indonesië naar zijn onafhankeliJkheid heeft geleid, is niet aan Willem Oltmans, aan mij of aan welke Nederlander dan ook om te beoordelen. En ook niet aan Den Haag, zeker niet nu er voor gekozen is dat koningin Beatrix niét op 17 augustus, de vijftigste Indonesische onafhankelijkheidsdag, aanwezig zal zijn. De Indonesiërs zal dat toch het gevoel geven dat we hen niet helemaal serieus nemen.

Maar laten we er in ieder geval voor waken dat in de publieke opinie de mythe ontstaat dat het voor de Indonesiërs onder Sukarno allemaal koek en ei was. Onze blik op Indonesië wordt al door veel te veel mythes vertroebeld.

Frans Glissenaar

De auteur maakte samen met Jan Bosdriesz de documentaire televisie-serie 'Voorheen Nederlandsch Indië' en schreef het gelijknamige boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden