Laten we Nederland eenvoudig maken

Vervang de 430 gemeenten door een veel kleiner aantal grote, stevige regiogemeenten die zoveel bestuurskracht hebben dat de provincie uiteindelijk overbodig wordt....

De bezuinigingen waar het komende kabinet voor staat, beheersen de verkiezingscampagne. Dat is terecht, want de opgave is fors. Maar de lijsttrekkers laten een kans liggen als de oplossingen beperkt blijven tot hypotheekrenteaftrek, AOW-leeftijd en kunstsubsidies. Ze laten de kans liggen om Nederland weer overzichtelijk te maken – met minder bestuurslagen, minder regels en meer vrijheid voor de burger. Natuurlijk vindt elke partij dat we toe moeten met minder ambtenaren. Maar concrete voorstellen zijn er niet. Het rapport Wat ruist daar? Meer helderheid en eenvoud in het openbaar bestuur, op verzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geschreven door een commissie onder mijn voorzitterschap, doet die voorstellen wel.

Want we hebben Nederland toch echt veel te ingewikkeld gemaakt. Het beleid waarmee burgers te maken krijgen, is zo ingewikkeld geworden, dat bestuurders hun toevlucht moeten nemen tot ‘ketenaanpak’ en ‘ontkokering’ om er grip op te krijgen. En het bestuur is zo ingewikkeld geworden, dat niemand meer weet wie er écht over gaat, omdat voor elk probleem minstens drie instanties verantwoordelijk zijn.

Over de oorzaken is al veel bespiegeld. Meestal komt het erop neer dat de overheid, uit angst voor de boze burger, veel te veel verantwoordelijkheid op zich laadt. Na elk probleem, elk ongeval, elke ramp, bedenkt de overheid nieuwe regels, uit angst voor het verwijt van de burgers dat de overheid dit had moeten voorkomen. En de overheid zegt nooit: tja, die dingen gebeuren nu eenmaal. Professionals die die regels moeten uitvoeren (verpleegkundigen, politieagenten, leraren) worden niet alleen gek van de regels, maar ook van de steeds gedetailleerder verantwoordingsdwang en het groeiend aantal controlerende instanties.

Onze commissie vindt dat er een uitgelezen kans ligt voor de nieuwe gemeentebesturen en voor het nieuwe kabinet om daar een eind aan te maken. Het maakt Nederland eenvoudiger en scheelt heel veel geld.

In de eerste plaats moet de overheid veel meer overlaten aan de burgers zelf. Veel gemeenten zijn deze weg al opgegaan. Ze leggen het primaat bij de burger en zien de gemeente als co-producent. Ze maken burgers mede verantwoordelijk voor de rust, het aanzien en de cohesie in de buurt, gesteund door een eigen ‘buurtbudget’. Ook in sectoren als jeugdzorg en arbeidsmarkt leggen gemeenten de verantwoordelijkheid meer bij de burger. Lang niet elke ouder en elke werkzoekende heeft voortdurend een helpende hand nodig – laten we die bewaren voor wie echt niet zonder kan. En laten we het risico aanvaarden, dat er dan ook wel eens iets mis gaat. Zonder dat de overheid alle teugels meteen weer in handen neemt.

In de tweede plaats moet de landelijke overheid veel meer overlaten aan het lokale bestuur – de Eerste Overheid, zoals die terecht genoemd wordt. De overheid die het dichtst bij de burger staat en het beste weet, wat in die gemeente passend is. Zeker, de afgelopen jaren is al menig beleidsonderdeel gedecentraliseerd. Maar gebeurde dat ook echt?

Neem de WMO. Een deel van de ‘langdurige zorg’, namelijk de huishoudelijke hulp, kwam onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Maar onmiddellijk verklaarde de Tweede Kamer de wetten over kwaliteit, klachtrecht en medezeggenschap in de zorg voortaan ook van toepassing op de huishoudelijke hulp. Want de gemeenten mogen het wel regelen, maar handhaving van kwaliteit kun je natuurlijk niet aan ze overlaten. Bij elke decentralisatie zorgt het Rijk er wel voor, dat het een stevige vinger in de pap houdt met regels en toezichtorganen. Kortom, we maken het nog ingewikkelder.

Laten we zorgen dat de gemeenten het echt zelf kunnen regelen, op hun eigen manier. Met hun eigen toezicht op de kwaliteit, en geen gestapeld toezicht. En laten we het risico aanvaarden, dat er dan ook wel eens iets anders gaat dan de Tweede Kamer had bedacht.

Maar dan moeten de gemeenten. voldoende bestuurskracht hebben om dat gedecentraliseerd beleid goed uit te voeren. Onze commissie pleit ervoor de huidige 430 gemeenten te vervangen door een veel kleiner aantal grote, stevige regiogemeenten. Gemeenten die zo veel bestuurskracht hebben, dat ze gemakkelijk taken van rijk en provincie kunnen overnemen. Zoveel taken zelfs, dat de provincie daardoor uiteindelijk overbodig wordt. Zo kunnen we bestuurlijk Nederland echt simpeler maken. In plaats van 12 provincies, 13 belastingregio’s, 25 politieregio’s, 17 UWV-regio’s en 27 waterschappen houden we straks een beperkt aantal grote gemeenten over. Een sterke lokale overheid, waar je veel aan kunt overlaten.

Dit is onze boodschap aan de nieuwe gemeentebesturen: houd niet vast aan de bestaande posities, maar zoek de uitdaging van een stevige regiogemeente. En dit is onze boodschap aan het nieuwe kabinet: beloon gemeenten die die weg opgaan met meer bevoegdheden en meer financiële ruimte. Uiteindelijk kunnen we er veel geld mee besparen. En er zal een zucht van verlichting door het land gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden