LATEN WE GEWOON OPNIEUW BEGINNEN

De grote schrijver mag de eeuwigheid hebben, hij is ook maar één keer geboren en gestorven. Wat het aantal mogelijkheden tot herdenkingen zeer beperkt maakt....

Rond de stilste van alle Nederlandse dichters, Leopold, is het enige tijd heel druk geweest. Heel veel publikaties van en over zijn werk, waren de oorzaak. Voorlopig lijkt alles gezegd. En we hebben alle teksten in ideale wetenschappelijke uitgaven. We hebben vele nieuwe visies op dat werk. Het kan erop lijken dat we dat allemaal zitten te verwerken, maar het is gewoon stil. En het zal heel lang stil blijven. In 2025 kunnen we herdenken dat hij honderd jaar eerder stierf.

Het werk van een mij zeer dierbare dichter, Jan Hanlo, is, als de dichter zelf tijdens zijn leven, tijden lang onzichtbaar. Dan komt hij even langs, al of niet met het gerucht van zijn motor, en het wordt weer stil. Toen de tweedelige editie van zijn schitterende brieven verscheen, stond hij weer even in het centrum. Ik hoopte op een definitieve aanwezigheid, met anderen, want de brieven zijn zeer geprezen. Maar het is al weer een aantal jaren stil. Alleen Wiel Kusters brengt nu en dan een tekst van Hanlo even opnieuw, op zijn even speelse als diepgaande wijze, onder de aandacht. Hij houdt - zijn laatstverschenen boek, Ik graaf, jij graaft bewijst het opnieuw - geregeld zijn eigen kleine herdenkingen. Daardoor vergeten we ook Pierre Kemp niet helemaal, want rondom die dichter is het stil in alle kleuren van de verfdoos.

Gelukkig schrijven Maarten 't Hart en Hugo Brandt Corstius ieder om de week in NRC Handelsblad een stuk over een van de vijftig romans van Vestdijk. Dat houdt de grootste schrijver een jaar in de aandacht. En die achterpagina van de krant geeft nog het enige teken van leven. Verder is het stil en het wordt nog stiller, want ook aan het wetenschappelijk gefluister (met alle eerbied!) van de Vestdijkkroniek komt een einde. De subsidie stopt. 'De toekomst van Vestdijk ligt helaas op de universiteit', zei een geleerde en groot kenner mij vorig jaar. Soms vraag ik mij af, hoeveel schrijvers in die besloten gemeenschap nog als enige een plaats van voortleven hebben. Als Willem Wilmink - een geboren herdenker - en Willem Frederik Hermans niet nu en dan over Hendrik de Vries hadden geschreven, was het oorverdovend stil rond deze grote dichter geweest. De verschijning van zijn Verzamelde gedichten gaf wel gerucht, maar dat stierf weer vrij vlug weg in de stilte van ervoor. Ik kijk in mijn boekenkast. Hij is de limbus van de schrijvers en dichters. Nu heb ik het nog over schrijvers en dichters van deze eeuw. Achter de eeuwgrens, die binnenkort bovendien honderd jaar terugschuift, is het dodelijk stil. Zelfs de herdenkingen zijn voor de enkele ingewijden. Multatuli is de enige die aan zijn tijd van leven en sterven is kunnen ontsnappen. Maar als de twee laatste delen van zijn Verzameld werk er zijn, hoe zal het dan gaan? De lengte van de verschijningsgeschiedenis van dat enorme oeuvre heeft de aandacht wel vastgehouden. We mogen Garmt Stuiveling, behalve voor een heleboel andere dingen, er ook dankbaar voor zijn dat hij die uitgave wat getraineerd heeft.

Toen de herbespreking van Vestdijks romans werd aangekondigd, raakte ik wat opgewonden, ook een beetje van jaloezie op het idee. Ik denk dat 't Hart en Brandt Corstius een zeer voorbeeldige daad hebben gesteld. Je gaat gewoon over een bewonderd auteur schrijven als de stilte rond zijn werk (of de gemakkelijke kritiek erop) onverdraaglijk wordt.

We zullen een belangrijk deel van de Nederlandse literatuur van deze eeuw, laat ik mij daartoe even beperken, opnieuw moeten gaan bespreken. Wekelijks. En in de krant. Dichters, essayisten, romanschrijvers. Het wordt geen herdenking, want die leidt tot algemene artikelen, waarin de afzonderlijke boeken hoogstens thematisch materiaal zijn. Geen oeuvre-verhalen. De boeken afzonderlijk.

Er wordt in de literatuur zelden iets hernomen of overgedaan. Daar wordt over geklaagd, in geleerd geween. De tranen zijn te drogen. Door jongere critici, die het oeuvre van een schrijver niet hebben zien ontstaan, maar gingen lezen toen dat werk al voltooid was en een beetje geschiedenis. De visie erop is grotendeels gevormd door critici en essayisten die tijdgenoten van het werk zijn. Hoe verrassend kan die visie van jongere critici zijn. Laat een van hen met de bespreking van een stil boek van een stille schrijver - nog wel een die herdacht wordt! - beginnen. Ik herinner me dat Rob Schouten, die ik maar jong noem, een wel heel erg dwarsliggende opvatting over de poëzie van Hendrik de Vries had. De magische dromer werd een barre en holle retoricus. De dichter kreeg even een nieuw bestaan.

Voor wat jongere lezers moeten die nieuwe besprekingen van oudere werken ideaal zijn. Zij kennen de boeken alleen in hun canonieke omgeving, met de korst van gevestigde meningsvorming erom heen. Verstijfd tot cultuur. Misschien ontstaat weer wat rumoer. Maar het is dan in elk geval niet meer stil. De herdenkingen zijn dan voor de ouderen.

Dit zou al een aanzet kunnen geven: bespreek herdrukken volwaardig. Soms scheidt tien of meer jaar de herdruk van de eerste verschijning en de eerste kritieken. Er is intussen een hele generatie nieuwe lezers. Een tweede fase van de meningvorming kan beginnen. En die zal, in tegenstelling tot al die andere tweede fasen, wel slagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.