Laten we alsjeblieft stoppen met zeuren

Opmerkelijk veel mensen die ik ken zijn psychiater. Of psycholoog. En dan zou je denken dat je daar steun aan hebt, dat je bij zulke kennissen terecht kunt in tijden van tegenslag, maar niets is minder waar....

Laatst zat ik genoeglijk aan de eettafel bij een psycholoog die uitgebreid had gekookt, glazen gepoetst, servetten gesteven, en in deze warme en zorgzame setting vertelde ze met geestdrift over haar praktijk en patiënten. ‘Ze mogen bij mij twee keer klagen, daarna heb ik er geen zin meer in, dan moeten ze aan de slag.’

Nu had klagen mij altijd bij uitstek de reden geleken om een psycholoog te bezoeken, dus was ik ondanks de vis en de Chablis licht onthutst. Niet dat mij iets mankeert of dat ik reden heb om te klagen, maar de gedachte aan psychologische hulp heb ik wel steeds in mijn achterhoofd, voor het geval er ooit iets mocht misgaan. Dan zou ik er behoorlijk wat particulier geld voor over hebben om op de vraag ‘Hoe gaat het?’ nu eens niet beleefdheidshalve ‘Goed’ te moeten antwoorden, maar gewoon ronduit ‘Slecht’.

Maar toen ik er op ging letten, bleken veel van mijn psychiatrische en psychologische kennissen tot de nuchtere soort te behoren. Ze houden simpelweg niet van klagen. En daarna begonnen zelfs de fictieve psychiaters in de romans die ik las te mopperen op hun fictieve patiënten. Zo blafte psychoanalyticus Jay Hamilton in de roman The Semantics of Murder zijn goed betalende cliënten af, als ze verdwenen onder het puin van hun geestelijke ineenstorting. Zeur niet, zei hij dan, ‘Get up off your ass and stop whining’.

In de publieke ruimte ben ik het met deze behandelmethode wel eens: we kunnen lang volhouden dat al die anderen hun werk niet goed doen, dat de politiek een bolwerk van slechtigheid is en dat dit land steeds verder afglijdt, maar als we niet zelf aan de slag gaan, verandert er niets. Stop whining. Toch vroeg ik me af of het de rol van een psychoanalyticus is om zoiets te zeggen.

Vorig jaar deed Psychologie Magazine een uitgebreid onderzoek naar klagen. Daaruit bleek dat vrijwel iedereen te veel klaagt. Anderen klagen te veel, zegt 80 procent van de mensen; ik klaag te veel, zegt 50 procent. Tegelijk kwam uit het onderzoek iets bemoedigends te voorschijn: klagen lucht op.

Hier scheiden zich dan ook de wegen tussen de deskundigen. Aan de ene kant zijn er de deskundigen die vinden dat we radicaal moeten stoppen. Een bekend voorbeeld daarvan is de Amerikaanse predikant Will Bowen, die onder de douche een methode bedacht om jezelf tot de orde te roepen. Stoppen met zeuren, zegt hij, is niet alleen goed voor je humeur, maar ook voor je gezondheid en je hele huishouden.

Sinds een paar jaar verkoopt hij daarom paarse bandjes die je om je pols kunt dragen, en iedere keer als je jezelf hoort klagen, verplaats je dat bandje van je ene naar je andere pols. Het duurt steevast eenentwintig dagen voordat je echt stopt; maar daarna draag je volgens Bowen gegarandeerd bij aan een Klachtenvrije Wereld.

De paarse bandjes die Bowen bedacht werden een rage; wereldwijd verkocht hij er al talloze miljoenen. Maar hoewel sommige gebruikers er acuut gelukkig van werden, en het paarse bandje nooit meer af wilden doen, hielden anderen hun reserves.

‘Gisteren vol goede moed begonnen’, schreef een cursist op de website van Psychologie Magazine. ‘Vanmiddag had ik vijf keer geklaagd. Dus daar ging het bandje weer, dit keer van links naar rechts. En toen knapte het en nu is het stuk! Was mijn pols te groot? Heb ik mijn bandje te veel uitgerekt? Hoe dan ook mensen, wees voorzichtig, het bandje is niet al te stevig!’

Tegenover de idealisten van Bowens ‘complaint free world dot com’ staan de deskundigen die ons aanraden af en toe het gemoed flink te luchten. De Amerikaanse psycholoog Robin Kowalski is er zo een. Jawel, op de korte termijn word je vrolijker als je stopt, maar op de lange termijn is zeuren enorm voordelig: niet alleen krijg je er macht en aandacht door, maar je hebt ook wat om over te praten, bijvoorbeeld. Gezamenlijk klagen breekt het ijs.

Zo zoekend naar argumenten voor en argumenten tegen, viel me op dat ook in de populaire literatuur weinig verschil werd gemaakt tussen klagen in de publieke ruimte en klagen thuis. Je zou denken dat politiek gezeur een andere functie heeft dan relationeel gezeur. Een andere functie, een ander effect en dus ook een ander aanknopingspunt voor behandelaars. Maar hoewel iedereen zei dat klagen een probaat middel is om je verantwoordelijkheid af te schuiven, vertelde niemand erbij wat die verantwoordelijkheden dan wel zijn.

Zelf ontwikkel ik me steeds driftiger tot een criticus van het zeuren in de publieke ruimte. Politieke onvrede moet worden geuit, maar eenmaal geuit is die onvrede voornamelijk reden om aan de slag te gaan. Get up off your ass and stop whining. Dat neemt niet weg dat mensen in hun persoonlijk leven het evenwicht kunnen verliezen; dan moet je ze juist niet verbieden te klagen.

Ergens gedurende mijn bange zoektocht vond ik het boek van een autodidactische psycholoog die de weg naar het nirwana had gevonden. ‘Mijn opvattingen zijn anders (en beter) dan die van andere psychologen.’ En deze deskundige zei het verstandigste dat ik over het onderwerp kon vinden. ‘Mensen die hun onvrede niet kwijt kunnen, gaan lopen klagen.’

Inderdaad, en dus is het van tijd tot tijd nodig om stoom af te blazen. Doe dat dan het liefst niet in de publieke sfeer, niet op straat, niet tegen Den Haag, maar in de behandelkamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden