Lat te laag bij duurzaam beleggen

Duurzaam beleggen is een modeterm zonder inhoud...

Door Hanno Bakkeren

'Hoe lager de lat, hoe groter de vijver waaruit gevist kan worden.' Het wordt tijd voor eenduidige criteria: wat is wel duurzaam en wat niet?

Shell heeft er hard aan moeten werken, maar het resultaat mag er zijn. Van een niets en niemand ontziende vervuiler heeft het olieconcern zich qua imago omgetoverd tot toonbeeld van duurzaamheid. Shell prijkt hoog op de lijst met grootste deelnemingen van bijvoorbeeld het ABN Amro Duurzame Wereld Fonds en het ING Duurzaam Rendement Fonds.

Terecht? Ja, betogen Shell en de betrokken fondsmanagers, want Shell heeft zich wat betreft het beleid voor mens en milieu ontwikkeld tot een van de beste jongetjes van de klas.

Nee, zegt bijvoorbeeld Triodos Bank, want dat hele klasje deugt niet. Een bedrijf dat zich primair toelegt op de winning van aardgas en olie kan immers nooit als duurzaam worden aangemerkt.

Wie heeft er gelijk? Iedereen en niemand, zo bleek de afgelopen dagen tijdens de Triple Bottom Line Investing (TBLI) Conference 2003, een groots opgezet congres over duurzaam beleggen in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Zowel beleggers als ondernemingen begrijpen er niets meer van. Analisten en rating-agencies die bedrijven op hun duurzaamheid beoordelen, zullen de handen ineen moeten slaan om eindelijk tot eenduidige criteria te komen.

Duurzaam beleggen is booming business. Met een weliswaar bescheiden marktaandeel van circa 1,7 procent, was duurzaam sparen en beleggen in 2002 goed voor zes miljard euro, becijferde de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) onlangs. Vooral onder pensioenfondsen en verzekeraars is de vraag naar duurzame beleggingsvormen overweldigend.

Geen wonder dat zich wereldwijd honderden rating-agencies op deze lucratieve nichemarkt hebben gestort. Grote bedrijven worden bestookt met vragenlijstenover hun beleid ten aanzien van zaken als kinderarbeid, milieu, gelijke kansen voor vrouwen en energieverbruik. En aangezien iedere beoordelaar binnen het people, planet, profit-spectrum eigen accenten legt, verschillen de uitkomsten vaak hemelsbreed.

'Neem Ahold', zegt TBLI-initiatiefnemer Robert Rubinstein. 'Jarenlang een van de favorieten onder de duurzame fondsen, omdat ze zo'n goed personeelsbeleid zouden hebben. Maar hoe kun je een bedrijf beoordelen dat geen enkel concreet cijfer of doel omtrent haar duurzaamheidsbeleid publiceert? Een bedrijf dat bovendien lege jampotjes naar China verscheept om daar te laten vullen en ze vervolgens weer terugvaart.'

De duurzame fondsen die Ahold in de portefeuille hadden, hebben dankzij de fraudezaak rake klappen opgelopen. Konden wij ook niet voorzien, klinkt het uit de sector. Duurzaamheid gaat immers niet over boekhoudkundig gerommel. Maar toch. De duurzame fondsen gingen er bij hun introducties stuk voor stuk prat op dat ze dankzij hun beleggingen in open en betrouwbaar opererende bedrijven, minder gevoelig zouden zijn voor verliezen door schandalen en daaruit voortvloeiende faillissementen.

Volgens Anne-Maree O'Connor van CoreRatings, een Engelse rating-agency, heeft de sector een kans laten liggen door zich uitsluitend op mens en milieu te richten. 'De sector zou meer moeten profiteren van de stroomversnelling waarin de hele discussie rond goed bestuur en corporate governance is geraakt. Banken, vermogensbeheerders, maar ook de bedrijven zelf zijn meer dan ooit bezig met andere dan de puur financiële kerncijfers en risico's.'

Volgens O'Connor is de tijd aangebroken dat duurzaamheidscriteria ook door vermogensverschaffers direct vertaald worden in risicopremies. 'Vroeger bleef het veelal bij vrijblijvende schattingen van kosten van eventuele milieurampen. Nu zullen bedrijven die slecht scoren, dat meteen voelen doordat ze meer voor een lening moeten gaan betalen.'

De verwachting is dat ook de traditionele rating-agencies als Moody's en Standard & Poor's milieu-, sociale-en bestuursrisico's zwaarder zullen gaan meewegen in hun oordeel of bedrijven al dan niet kredietwaardig zijn. Vooralsnog is het meten van scores van duurzaamheid echter veelal een schimmig proces. Zo betalen bedrijven niet zelden grof geld voor een analyse, in de hoop in het duurzaamheidsuniversum te worden opgenomen. Aangezien de vermogensbeheerders voor hun beleggingsbeleid op dezelfde analisten vertrouwen, is het risico van dubbele petten levensgroot.

Bovendien weten zowel beleggers als bedrijven absoluut niet wat ze aan moeten met de veelal tegenstrijdige analyserapporten en eindoordelen. Stephen Hine van EIRIS-Ethical Investment Research pleit daarom voor een 'waakhond der waakhonden'. 'Wij en vijftien andere ratingagencies hebben de handen ineen geslagen om tot een kwaliteitsstandaard te komen. Dan kan iedereen zien hoe analyse en oordeel tot stand komen.'

Vooralsnog hebben de meeste duurzame beleggingsfondsen zich met hun rendement nog niet positief onderscheiden van de 'gewone' aandelenfondsen en vaak doen ze het zelfs slechter. Uitzondering is het Triodos Meerwaarde Aandelenfonds, dat in 2001 en 2002 respectievelijk 10,4 en 5,9 procentpunten hoger rendeerde dan de MSCI-World Index. Triodos durft anders dan de meeste duurzame fondsen dan ook een eigen gezicht te laten zien: analyses worden zelf gemaakt en de selectie is strenger.

Ook marktleider ASN-Bank baseert zich op eigen onderzoek. 'Veel duurzame fondsen kopen hun onderzoek gewoon in, of baseren zich op een index', zegt adjunct-directeur Jeroen Jansen. 'Zo willen wij niet werken.'

Wat Jansen betreft zou de lat voor het predikaat 'duurzaam' bovendien wel wat hoger gelegd mogen worden. 'Hoe lager de lat, hoe groter de vijver waaruit gevist kan worden. Prettig en wel zo makkelijk voor sommige beleggers en aanbieders van research en samenstellers van indices, maar op die manier heeft de term duurzaam wel erg weinig meerwaarde.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden