'Lastige' amateurhistorici in de bres voor foutloze oorlogsmonumenten

Herdenkingsinstanties zien haar vaak als lastpak, maar amateurhistorica Ludmilla van Santen begrijpt de weerzin tegen haar beroepsgroep niet goed. 'We hebben allemaal hetzelfde doel: het herdenken van alle Nederlandse oorlogsslachtoffers op monumenten zonder fouten', zegt ze. 'Maar het lijkt erop dat wij amateurhistorici meer waarde hechten aan foutloze gedenkplaatsen dan oorlogsorganisaties.'

Het Monument op de Dam op 4 mei.Beeld anp

Om fouten te voorkomen op het 7 mei-monument op de Dam - waar daags na de bevrijding 32 feestvierders omkwamen - ging Van Santen te rade bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. 'Ze keken of ze water zagen branden toen ik ze vroeg naar richtlijnen voor het oprichten van een oorlogsmonument', zegt Van Santen. 'Ze zeiden: 'u denkt toch niet dat wij een goedkeuringsstempel geven op uw namenlijst?'. Nou, dat verwacht ik dus wel.'

Amateurhistorici botsen geregeld met herdenkingsinstanties, zowel nationaal als regionaal. Bij fouten op een van de 3.700 Nederlandse oorlogsmonumenten kost het ze doorgaans meer energie om ze te laten aanpassen, dan ze op te sporen.

Meestal gaat het om spel- of datumfouten, maar soms is sprake van ernstiger fouten. Afgelopen maand ontdekten amateurs in Leidschendam-Voorburg en in Enspijk namen van 'foute' figuren op oorlogsmonumenten. Na lang aandringen werden de namen van drie NSB'ers, nog een 'fout figuur' en een SS'er kort voor 4 mei van monumenten verwijderd.

De fouten zijn te voorkomen, klinkt het uit amateurhistorische hoek, als werk wordt gemaakt van één foutloos, digitaal namenmonument én een richtlijn voor het oprichten van een oorlogsmonument. Dit gebeurt nu vaak door particulieren, die blind vertrouwen op gebrekkige (regionale) archieven en die niet onderwerpen aan een second opinion. Oorlogsinstituten bieden een helpende hand bij onderzoek, maar willen geen verantwoordelijkheid dragen voor de juistheid van namenlijsten.

Onderzoekers faciliteren

'Dit is te risicovol door de onoverzichtelijke en incomplete administratie van vlak na de oorlog', zegt het NIOD. 'Wij kunnen alleen onderzoekers faciliteren bij hun werk. Ook zijn we betrokken bij oorlogsbronnen.nl, een netwerk dat archieven online verbindt.'

Dat fouten herstellen een crime is, weet ook fulltime amateurhistoricus Teunis Schuurman. Hij deed onderzoek naar zeventien paaltjes in Flevoland op plekken waar geallieerde vliegtuigen zouden zijn neergestort. Die zijn neergezet door het 4-mei comité Dronten. Schuurman. 'Locaties, rangen van militairen en spelling van namen kloppen in veel gevallen niet, blijkt uit buitenlandse archiefstukken. En als ik ze daarop wijs, lappen ze het aan hun laars om mijn correcties door te voeren.'

Het 4-mei comité Dronten geeft toe dat er schrijffoutjes op de bordjes staan, maar 'daarover moet Schuurman niet zeuren'. Het comité: 'Als de bordjes versleten zijn passen we dit aan, maar het is te duur om de bordjes te vervangen.'

Het is precies die laconieke houding waar amateurhistoricus Jim Terlingen in Utrecht gek van wordt. Hij pleit voor grondig onderzoek naar de ruim 1.239 namen op het Joods Monument op de Maliebaan uit 2015, waar hij steekproefsgewijs zeker 25 spel- en datafouten op vond.

Na ruim een half jaar aandringen, zoekt de burgemeester nu dankzij Terlingen met betrokkenen naar een oplossing. Van Santen heeft ook een klein succesje geboekt. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei neemt na dit weekend contact op om te praten over het voorkomen van fouten op toekomstige monumenten.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei, het NIOD en Westerbork zien niets in het oprichten van een centraal instituut voor oorlogsslachtoffers. Het NIOD pleit wel voor het instellen van een adviescommissie met specialisten als er geschillen zijn tussen amateurhistorici en musea of stichtingen. Westerborkdirecteur Dirk Mulder ziet meer in een groep mediators, om de amateurwereld ('die feitelijke juistheid soms inderdaad belangrijker vindt dan de professionals') te koppelen aan de beroepshistorici.

Die lastige Terlingen

Joodse mensen, die geen graf hebben, waarvan niets is overgebleven behalve hun naam op een monument, zij mogen van amateurhistoricus Jim Terlingen (51) niet foutief worden vermeld. 'Dit appelleert zodanig aan mijn emoties dat ik er wel iets aan moét doen.'

En dan gebeurt het dat de voorzitter van het Auschwitz Comité, in reactie op zijn ongevraagde bemoeienissen bij het Holocaustmonument dat in 2018 in Amsterdam moet verrijzen, spreekt van 'die lastige Terlingen'. 'Terwijl ik ze alleen maar voor fouten probeer te behoeden', zegt Terlingen.

Het zal best, maar ook zijn vrienden verzuchten wel eens dat hij zijn tijd soms in andere dingen zou moeten steken. Tennis ofzo.

Profiel: Jim Terlingen (51)
Opleiding: Informatica
Beroep: IT’er en postbode
Woonplaats: Utrecht

Jim Terlingen.Beeld Marlena Waldthausen

Geen denken aan. De dag per week die Terlingen vrijwillig steekt in onderzoek, laat hij zich niet afnemen. 'Het is iedere keer weer een spannende reis', zegt de man die iedere middag de post rondbrengt en twintig uur per week werkt als IT'er bij een zorginstelling. In archieven komt vaak iets totaal onverwachts tevoorschijn.'

Zo verdiepte hij zich bij een onderzoek naar de Utrechtse Vismarkt ook in de Joodse bewoners. Het leidde hem niet alleen naar de meer dan 25 fouten op het Utrechtse holocaustmonument, maar ook naar een Joods meisje in een tehuis in Zeist. 'Die bleek te zijn overleden door mishandeling van de medewerkers die haar moesten beschermen', zegt Terlingen, die er een boek over schreef. 'In Zeist staat ze op een monument nog steeds als omgekomen door toedoen van de bezetter.'

Niet te stoppen

Als Ludmilla van Santen (60) op een vraag uit het verleden stuit, kan ze niet stoppen tot ze het antwoord heeft. 'Dan ga ik door tot 05.00 uur 's nachts, want ik kan er toch niet van slapen als ik het niet weet', zegt ze. 'Of zit ik, zoals nu, tot 13.00 uur in mijn pyjama te speuren. Van mijn man mag het allemaal wel wat minder.'

Personenonderzoek begon als hobby toen de inmiddels gestopte directiesecretaresse de familie van haar werkende man in kaart begon te brengen - en eindigde in de 15de eeuw. Ze dook eigenhandig in de schietpartij op de Dam van 7 mei 1945, wat resulteerde in een monument en het boek Drama op de Dam.

Profiel: Ludmilla van Santen (60)
Opleiding: middelbaar geschoold
Beroep: voormalig directiesecretaresse
Woonplaats: Gardameer, Italië

Ludmilla van Santen.Beeld Marlena Waldthausen

Het vorige maand uitgebrachte werk beantwoordt de vragen over de 32 doden die daar vielen tijdens het bevrijdingsfeest. Wat bij haar weer de vraag opriep: hoe is het met de gewonden afgelopen? En dus achterhaalde Van Santen de patiëntenlijst van het nabijgelegen Binnengasthuis ziekenhuis uit die tijd en spoort nabestaanden op om te achterhalen wat de impact was van de verwondingen.

'Een man werd in zijn dij geschoten, een vrouw verloor haar oog', zegt Van Santen. 'Dit heeft hun hele leven bepaald. Hij durfde nooit in korte broek te verschijnen, zij is uit schaamte voor het gat in haar gezicht nooit op de voorgrond getreden. Het zijn deze dramatische geschiedenissen die moeten worden verteld.'

Lees ook:

Hoe een Nederlandse SS'er op Gelders oorlogsmonument belandde. ' 'Wegslijpen is echt zo gebeurd, en op het monument ook al eens eerder gedaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden