Column

Last van keuzestress? Relax, het komt goed

Goed genoeg is nooit goed genoeg.

Beeld thinkstock

Ik denk na over al mijn tekortkomingen, mislukkingen, fouten en vergissingen. Ik denk na over hoe boos ik ben op mezelf.

Ik denk: waarom reageer ik altijd op deze manier?

Dit zijn geen ontboezemingen uit mijn dagboek, ook al herken ik, neuroot op leeftijd, me er met gemak in.

Het zijn vragen uit een 'zelftest' van de GGZ. De Amsterdamse GGZ-instelling Arkin constateert dat Amsterdamse jongeren te veel piekeren, lees ik. Wie tussen de 13 en 23 is en hoog scoort op de zelftest op www.mindresolve.nl - en daarvoor hoef je geen Amsterdammer te zijn - kan deelnemen aan een online begeleidingsgroep.

Dat is belangrijk, want wat begint als periodiek getob kan uitgroeien tot een fikse depressie. Volgens cijfers op ggznieuws.nl heeft ruim 1 op de 5 Nederlandse jongeren op z'n negentiende al eens 'ernstige psychische klachten' gehad, en het aantal plaatsingen van jongeren in de crisisopvang neemt toe.

Iets minder erg is óók al vreselijk. Wat een hel was het toch, 15, 16 zijn. Drie schattige, beeldschone en volkomen acneloze pubers stellen zich op de voorpagina van Het Parool precies die vragen waarmee ik mezelf ook kwelde: 'Ben ik wel leuk genoeg?', 'Waarom doen jongens zoals ze doen?'

Een derde, een slim meisje dat een klas heeft overgeslagen, piekert over 'een goede toekomst', ze wil 'niet falen'. Niet dat haar ouders haar pushen hoor, maar toch.

Daarmee lijkt dit meisje af te stevenen op een andere crisis die tegenwoordig epidemisch is: de 'quarterlife crisis', die begint rond de 25, na het afstuderen.

'Wat moet ik later worden, als ik groot ben?' 'Met wie wil ik later leven?' 'Of is later al begonnen?'

Van carrièrestress had ik op mijn 25ste geen last. Er waren toch geen banen, begin jaren tachtig, en studeren was gratis, dus bleef ik maar op de universiteit rondhangen, met een studentenbaantje ernaast, en woonde ik spotgoedkoop in een kraakpand. Woorden als 'carrière' en 'ambitie' diende je met groot dedain uit te spreken.

Nu kost een verkeerde studiekeuze je bakken met geld. En doe nog maar eens een tweede studie als je fulltime moet werken om de huur te betalen.

Als je dan toch een goede baan vindt én een partner, dan is het volgende probleem: hoe naast al die inspanning nog eens een kind groot te brengen?

Beeld thinkstock

Ik begrijp die keuzestress wel. Maar ik denk ook vaak: relax nou een beetje. Het komt vanzelf wel goed. Voor een deel niet natuurlijk, maar dat hou je toch. Pech hoort erbij. Stommiteit kleeft onze soort aan.

Is deze generatie jongeren simpelweg verwend? Is hun zo vaak verteld dat ze geweldig zijn, mooi, lief en geniaal, dat het uitblijven van complimenten in de echte wereld bar tegenvalt?

Hebben ze geen keuzes leren maken, omdat ze vroeger op tennis én hockey, gitaar en acrobatiek mochten? Ik hoor die verklaring vaak. Best pausibel. Maar: wie echt straalverwend is, heeft toch niet zoveel zelfkritiek?

Ik denk dat mijn generatie ouders die keuzestress heeft veroorzaakt. Wij zijn het - ja, ik generaliseer - die 'leuk' als allesoverheersend criterium hebben ingesteld. Niet status of geld vinden we belangrijk, maar het ontplooien van talenten. 'Volg je passie!'; 'Luister naar je hart'; 'Als je maar gelukkig wordt, schat.'

Maar dat is nu juist het allermoeilijkste. Je voelt je al gauw een loser zonder passie of groot talent. Goed genoeg is nooit goed genoeg. Een baan, man of vrouw kan altijd leuker, als je maar beter je best doet.

Geluk is mij als ideaal veel te hoog gegrepen. Geluk is géén keuze, wat al die glimlachende hoofden ook beweren bij de cursussen en boeken die ze willen verkopen.

Wie googlet op remedies tegen de quarterlife crisis - of midlifecrisis, die er natuurlijk op volgt - krijgt ongevraagd tips voor '365 Dagen succesvol' en 'Tien stappen naar het geluk' in het gezicht gesmeten. Daarvan zou ik, toch al tobbend en aan mezelf twijfelend, pas echt de zenuwen krijgen.

Geluk is geen mensenrecht, geen na te streven doel, maar een genade. We hompelen van crisis naar crisis en soms, als we even niet opletten, komt het geluk klapwiekend langszij. Geluk is een gelukje. Ik vind dat een geruststellende gedachte, maar voor een puber is het een schrikbeeld.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe.

Reageren?

opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden