Lars is soms om te wurgen zo eigenwijs

In 2009 verklaarde Richard Groenendaal het veldrijden in Nederland dood. Nu coacht hij zondag op het WK de jonge Lars van der Haar. Toch een jongen die zich kan meten met de top.

FAVORIETEN VOOR WK IN HOOGERHEIDEWK VELDRIJDEN - Richard Groenendaal (42) kijkt vanuit zijn woning in Sint-Michielsgestel uit over zijn voormalig werkterrein. Wat nu een park is, was vroeger het decor van een veldrit. Hier streden de beste cyclocrossers, onder wie de beroemdste inwoner van dit Brabantse dorp, om een toppositie in het prestigieuze klassement dat Superprestige heet.

Daaraan is dus een eind gekomen door wat hij dan maar 'de Belgische wielermaffia' noemt. De Belgen vonden dat de Nederlanders met een aflevering in Gieten al ruimschoots bediend waren. En dus werd Sint-Michielsgestel ingeruild voor nóg een Vlaams modderspoor.

Richard Groenendaal kijkt door het raam van zijn woonkamer naar het park en haalt zijn schouders op. Zo gaan die dingen in zijn sport. 'Bij de Belgen zit het geld. Dan houdt het op.'

In vorige decennia was Groenendaal een van de Nederlandse vaandeldragers van het veldrijden. Samen met Adrie van der Poel ontregelde hij de Vlaamse hegemonie, met name in de jaren negentig. Hij werd wereldkampioen in 2000, in eigen huis nota bene.

Vijf jaar geleden stopte Richard Groenendaal. Zijn lange loopbaan als renner ging naadloos over in die van trainer-coach. Als zodanig heeft hij zich ontfermd over de nu 22-jarige Lars van der Haar, een talent dat de Belgen in de wielen rijdt. Dit weekeinde is het wereldkampioenschap terug in Noord-Brabant, nu in Hoogerheide.

Wat zag je destijds in Lars van der Haar?

'Een gretig mannetje. Dat was hij al bij de junioren. Eigenwijs ook, of beter gezegd: eigenwijs wijs. Niet bang zich te roeren, steekt overal zijn neus tussen. Lars heeft altijd een opmerking klaar nadat je iets hebt uitgelegd.

'Soms zou je hem om die reden wel willen wurgen. Maar ik ben iemand die liever adviseert dan dat ik orders uitdeel. Een beetje tegengas is juist wel fijn. Betekent dat hij er over nadenkt.'

In 2009, toen je stopte, verklaarde je het Nederlandse veldrijden dood.

'Zal best dat ik dat gezegd heb. Het zag er ook niet goed uit. Maar dan had ik het wel over de profs. Zelf was ik gestopt, Lars Boom neigde naar de weg. Opvolging was er niet. Misschien was het een beetje cru omschreven, maar zo keek ik er wel naar.'

Toen leek de toekomst bij Tijmen Eijsing te liggen. Hij was, net als Lars van der Haar in 2012, wereldkampioen bij de junioren geworden en leek klaar voor een machtsgreep. Vijf jaar later wordt de naam van Tijmen Eising niet meer gehoord.

Groenendaal: 'Maar dat had ik eigenlijk altijd voorspeld. Tijmen was bij de junioren al volgroeid. Maar de krachtsverschillen worden kleiner naarmate je ouder wordt.

'En op een gegeven moment worden gewicht en lengte een handicap. Lars is nu zo goed omdat hij als junior tegen die grote jongens moest knokken. Lars is weerbaar geworden in die periode. Hij heeft leren incasseren en overleven.'

En hoe is het nu? Is het veldrijden weer springlevend?

'Qua renners staan we er goed voor. Allereerst met Lars natuurlijk, maar Corné van Kessel komt eraan en dat geldt zeker ook voor de gebroeders Van der Poel (David en Mathieu hebben het talent van vader Adrie meegekregen, red.). Bij de Belgen lijkt het juist minder te worden. Straks valt Sven Nys weg en dan komen er meer kansen voor onze jongens. Nederland zal het veldrijden niet overnemen, maar we schuiven wel weer aan.'

Het veldrijden is hier altijd zo'n golfbeweging.

'Dat geldt voor alle landen. Zwitserland heeft topjaren gekend en is nu helemaal nergens. Adrie en ik reden in onze beste tijd een heel gevarieerd programma: Nederland, België, Spanje, Italië, Duitsland. Nu is 90 procent van de wedstrijden Belgisch.'

Daarin valt niets te stabiliseren?

'Heb je toch die paar toppers nodig. Daar staat of valt het mee. Als de eerste zeven in het klassement Belgisch zijn, snap ik wel dat iedereen in Nederland afhaakt. Maar nu met Van der Haar zie je de aandacht terugkomen.'

En sponsors, komen die ook terug?

'Ik ben natuurlijk een liefhebber, maar ik denk echt dat het de meest perfecte sport is. Drie uur zondagmiddag. Thuis is er een moment van rust. Je zet een pot koffie, je drinkt een eerste kopje bij de start en bij het tweede kopje is de finish in aantocht.

'De wedstrijd duurt een uur en er gebeurt een hoop. Positiewisselingen, vallende coureurs en door het goede camerawerk is de inspanning van de gezichten af te lezen.'

Lars van der Haar rijdt zondag op het WK voor het laatst zijn rondjes in dienst van de Rabobank. In het zogenoemde Development Team is vanaf volgend seizoen geen plek meer voor veldrijders uit de hoogste categorie. Het wordt, in de ware zin van het Engelse woord, een opleidingsploeg. Van der Haar stapt daarom over naar de ploeg van Giant.

Groenendaal: 'Dat is iets tussen de nationale bond en de bank. Het fijne weet ik er niet van, maar het is wel jammer. Volgens mij beseffen ze niet goed wat ze doen. Ze sturen Lars als het ware weg. Natuurlijk moet hij volgend jaar, gezien zijn prestaties, meer verdienen. Maar het gaat echt niet om veel geld.'

Groenendaal vindt het wel een slechte ontwikkeling. 'Op deze manier heb je als crossploeg geen toekomst meer. Jonge jongens leren veel van ervaren mannen op een training. Die wisselwerking is zo belangrijk.'

Wilde je niet mee met Van der Haar?

'Ik ben nooit gevraagd. Ja, door Lars wel, maar niet vanuit de ploeg.'

Had je er voor opengestaan?

'Misschien wel. Er was zeker ook over te spreken geweest. Dat stukje topsport ga ik missen.'

Is je proces met Van der Haar wel voltooid?

'Nee. Hij is als 22-jarige nog niet klaar om vrij en blij de wereld in te stappen. Lars heeft nog begeleiding nodig, aandacht ook. Ik kan hem dat geven. Ik ken hem door en door.

'Volgend jaar wordt cruciaal. Hij heeft heel snel de top gehaald. Maar jezelf handhaven aan de top is een ander verhaal. Hij heeft er de capaciteiten voor, maar komt het er ook uit?'

Wat heb je de afgelopen jaren met hem gedaan?

'Eerst is het allemaal basis. Leren trainen, leren wat er gebeurt met je lichaam. Daarin was hij heel dankbaar om mee te werken. Je krijgt zoveel feedback terug. Dat is heerlijk voor een coach. Hij begrijpt mij en ik begrijp hem.

'Als belofte ontwikkelde Lars zich in het eerste jaar redelijk. Daarna heeft hij grote stappen gemaakt. Kampioen geworden. En dan komt het, hè, het jaar erop. Doe dat nog maar eens. Ook dat heeft hij knap gedaan. Altijd open geweest in zijn twijfels en zijn angsten voor de toekomst. En zo hebben we al die stapjes eigenlijk vloeiend doorlopen.

'Nu aan de top kan ik hem mijn ervaring overbrengen. Omgaan met wedstrijdsituaties, het verwachtingspatroon, de stress. Er rijden nog veel concurrenten rond met wie ik zelf heb gereden. Maar hij doet het van nature allemaal heel goed.'

Richard Groenendaal trekt liever geen vergelijkingen tussen hemzelf en zijn pupil. 'Lars is als wielrenner zoveel beter dan ik destijds was. Hij is zo gezond, zo fit. Maar goed, daarmee is het verhaal nog niet compleet.'

Overeenkomstig is ook hun stormachtige ontwikkeling. Op zijn eerste WK bij de elite eindigde Lars van der Haar vorig jaar als derde. Zelf was Groenendaal 22 jaar toen hij in 1994 zijn eerste optreden in een wereldkampioenschap als tweede besloot.

'Mijn beleving was totaal anders dan die van Lars nu. Voor mij was het vooral leuk, meer een spel nog. Het gaf alleen maar aan dat er toekomst in mij zat.

'Maar het jaar erop werd ik weer tweede en toen werd het moeilijk. Ik reed knalseizoenen, maar raakte aan het eind daarvan altijd vermoeid. Ik was geen superster, ook lichamelijk niet. Steeds ging het mis, ook door de hoge verwachtingen en door de stress.'

Vooral dat laatste speelde Groenendaal in zijn beste jarenparten. Anders dan Van der Haar nu had hij in Adrie van der Poel een binnenlandse rivaal.

'Alles liep door elkaar heen. Ploeggenoten, landgenoten, concurrenten en hoe daarmee om te gaan. Adrie was daarin ook meer ervaren dan ik.

'Ik had me er al bij neergelegd dat het niet meer ging lukken, wereldkampioen worden. Op het moment dat het WK naar Sint-Michielsgestel kwam, besloot ik me nergens meer druk om te maken.

'En toen gebeurde precies het tegenovergestelde. Ik werd alleen maar zekerder. Nys was de coming man en mijn ploeggenoot. Nu had ik de ervaring om hem van mij af te houden. Dus toen heb ik mijn zetten wel gedaan.'

Hoogtepunt?

'Een dieptepunt, zonder meer. Je hoopt op de erkenning van je tegenstanders en die kwam niet. Het ging er alleen maar over dat Sven Nys ploegorders had om niet achter mij aan te gaan. Maar ik was gewoon de beste die dag.

Richard Groenendaal zegt dat hij een emotiesporter is. 'Ik doe het voor de erkenning van de anderen, de erkenning dat ik de beste ben. Maar er werd alleen maar lullig over gedaan door tegenstanders en daar gingen de media nog eens overheen, zeker de Belgische.'

Werpt dat een schaduw over wat je hebt bereikt?

'Ik kijk niet terug. Alleen in het werk dat ik nu doe, om mijn ervaringen over te brengen op de huidige generatie rijders.'

Voel je je prettig in deze rol?

'Die stress van vroeger heb in elk geval niet meer, over hoe je als persoon wordt neergezet door de media. Maar daarvoor is een grote verantwoordelijkheid in de plaats gekomen. Daarvan kan ik, nu het echt om de knikkers gaat, 's nachts wakker liggen. Dat had ik vroeger toch niet als renner.

'Jongens die in de knoop zitten. Dat herken ik zo goed van vroeger. Heel pijnlijk. Dat zit ik met de telefoon in m'n handen om ze te bellen. Maar dan doe ik het uiteindelijk toch niet. Ik mis dan het wederzijdse begrip, dat ik wel heb met Lars.'

WEL DOPING, MAAR GEEN GROTE SCHANDALEN

Anders dan het wegrennen de afgelopen jaren is het veldrijden tamelijk immuun gebleven voor dopingschandalen. Wat wel voorviel waren op zichzelf staande gevallen, niet verwonderlijk voor een individuele tak van wielrennen. In 2005 werd de Belg Ben Berden betrapt op epogebruik. Twee jaar geleden was zijn landgenoot Bart Wellens verdacht in een onderzoek dat niets opleverde. In datzelfde jaar 2012 werden de Poolse broers Szczepaniak betrapt tijdens het WK voor neo's. Zij moesten hun goud en zilver inleveren. Toch zegt Richard Groenendaal: 'Ik ben ervan overtuigd dat er ook bij ons het een ander heeft gespeeld. Dan spreek ik puur uit ervaring. Ik ben voorbijgereden door jongens die 's nachts om drie uur nog door de hotelgang liepen, duidelijk met wat op. Er zijn wereldbekerwedstrijden geweest in België, waar de eerste buitenlander elfde werd. Een paar Belgen kunnen erbovenuit steken, maar daar zaten namen tussen waarmee ik echt moeite had.' Geert Leinders, de later in opspraak geraakte ploegarts van Rabobank, nam hem indertijd apart. 'Hij zei: je kunt trainen wat je wilt, maar dit en dit gebeurt in het wielrennen. Dat ging dus vooral over epo. Hij liet het verder open. Misschien was het aan mij om ernaar te vragen, maar dat deed ik niet. Als het goed gaat, waarom zou je dan.' Ook voor de huidige generatie houdt Groenendaal een slag om de arm. 'Ik denk dat het eerlijk gaat. Maar bij onze zuiderburen hangt toch een andere mentaliteit dan bij ons.' Bij die kwalificatie wil Richard Groenendaal het laten.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden