Larry Harlow

Afgang van de salsa-pionier bij uitstek had eenvoudig kunnen worden voorkomen.

Begin jaren zeventig begon salsa in New York als een kunstvorm met een maatschappelijke betekenis: het was een emancipatiemiddel voor latino's in New York, later ook wereldwijd. Wegens commercieel succes werd die New York salsa een industrie. Deze teloorgang werd zondagavond pijnlijk duidelijk tijdens het concert van Larry Harlow. De pianist en huisarrangeur van platenlabel Fania Records - het 'Motown voor latino's' - is één van de belangrijkste toonzetters van de latin muziekgeschiedenis.


Vooraf gaf de locatie aanleiding tot gefronste wenkbrauwen: Larry Harlow in een partycentrum? Dat klinkt als fadozangeres Mariza live in een cafetaria, of jazzpianist Keith Jarrett in de kantine van een jeugdherberg. Als klassiek getraind musicus (hobo en piano) is Larry Harlow met zijn belangrijkste groep Fania All Stars praktisch in zijn eentje verantwoordelijk voor het standaard model van salsa. Harlow speelt op meer dan 260 albums van Fania Records een beslissende rol.


Salsa in Larry Harlow-stijl is in essentie een amalgaam van akoestische Cubaanse plattelandsmuziek, in een vruchtbare clash met jazz, gespeeld met een rauwe, typisch New Yorkse mentaliteit. De twee jaar die Larry Harlow als jonge student in Havana doorbracht waren beslissend voor zijn muziek. Die inspiratie (plus de brille van Arsenio Rodríguez, de echte stamvader van de salsa) vertaalde Harlow voor de immense latingemeenschap van New York in dynamische, eigentijdse dansmuziek. Tot aan de opkomst van de disco was salsa dé muziek van hip New York.


Harlows dansmuziek vertoonde in de arrangementen een tot dan toe niet vertoond raffinement: Salsa uit 1974 is een meesterwerk. Dankzij die plaat kon latin muziek uit zijn getto breken naar een groter (niet-latino) publiek. De titel werd zelfs de geuzennaam van een nieuw genre.


In een gelegenheidssamenstelling met het orkest van de Venezolaanse percussionist Gerardo Rosales en sterzanger Luisito Rosario besloot Harlow afgelopen zondag de Colombiaanse Onafhankelijkheidsdag. Het partycentrum van dienst oogde meer als een gigantische Colombiaanse huiskamer dan als een concertzaal, maar dat mocht de pret niet drukken. Ruim twee uur later dan aangekondigd begon het orkest van Rosales met Vamonos Pa'l Monte van Eddie Palmieri, nog zo'n icoon van Latin New York. De musici zijn gekende cracks uit de Nederlandse latinscene. Na drie nummers nam Harlow plaats achter de elektrische piano (die door hem in de salsa werd geïntroduceerd). Hij stond bijna direct weer op, vol misbaar wegens het slecht afgestelde geluid. De ergernis bleef bij hem zichtbaar, terwijl het orkest van Rosales verbeten strak speelde. Na ieder nummer ging het volume verder omhoog, waarmee elke nuance die de jonge Harlow in zijn composities wist aan te brengen geheel verloren ging. Alleen Arsenio kreeg een enigszins navolgbare uitvoering.


Dit was bepaald geen eerbetoon aan wat salsa ooit was of kan zijn - eerder een pijnlijk tafereel van teloorgang. Eén repetitie en een degelijke soundcheck hadden deze afgang kunnen voorkomen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden