Laos fluistert over het schandaal dat Chinatown heet

Het idee dat tweehonderdduizend Chinezen neerstrijken in Vientiane, bevreest veel Lao. Deel vier van een serie over China als nieuwe ‘kolonisator’....

LUANG NAMTHA/VIENTIANE De weg is lang en leeg, maar midden in het barre bergland van Noord-Laos piept de mobiele telefoon. Een sms: ‘Welcome to China and use China Unicom’s Network’.

Hoezo China? Zover het oog reikt is het hier nog altijd Laos. Maar even later verschijnt tussen de bergen van deze oude opiumstreek, als een luchtspiegeling in de woestijn, een fonkelnieuw casino. ‘Boten Den Kham’, zegt een bord dat wijst naar het gokpaleis en meer dan dat: hier, op Laotiaans grondgebied, verrijst een complete Chinese stad. Een vijfsterrenhotel, een winkelcentrum, en appartementencomplexen voor de duizenden Chinezen die er werken.

De bouw van het Chinese Las Vegas is nog in volle gang, maar het casino is al open. In zes grote zalen zitten rond het middaguur al honderden Chinezen zwaar te gokken. De blanke die binnenkomt, wordt argwanend gevolgd tot hij weer naar buiten stapt. ‘Boten Den Kham’ is geen geheim, maar van pottenkijkers houden ze niet.

Dit is nog altijd Laos, maar Lao vind je hier bijna niet. Er wonen er nog een paar langs de weg, in hun traditionele houten huizen op palen, maar niet lang meer. Zij hebben al te horen gekregen dat hun huizen ‘in de concessie’ liggen, wat betekent dat zij moeten verhuizen als de gokstad verder groeit. De mensen zullen verhuizen zonder te morren, want zo gaat dat in de eenpartijstaat Laos.

Het is midden op de dag, maar toch schemert het al. Hele berghellingen staan in lichterlaaie en een dikke, bruine rook verduistert de zon. De boeren van Luang Namtha maken grond vrij voor rubberplantages. Zij doen dat zoals zij al eeuwenlang grond vrijmaken voor bebouwing: ze steken een stuk bos in brand en hakken dat vervolgens kaal. Alleen de schaal is anders. Vroeger hadden zij stukjes van halve hectares nodig, maar nu gaat het met hele bergen tegelijk.

Op de kaalgebrande hellingen staan overal lange rijen spichtige rubberbomen. Niemand weet hoeveel er al staan in deze noordelijkste provincie van Laos. Een officiële schatting houdt het op 17 duizend hectare, maar de werkelijke omvang van de plantages is hoogstwaarschijnlijk veel groter. Het ministerie van Landbouw in de hoofdstad Vientiane is vorig jaar gestopt met het uitgeven van officiële rubberconcessies, omdat het het overzicht kwijt was, maar dat heeft geen einde kunnen maken aan de golf van bosbranden. Een medewerker van het ministerie bekent: ‘Het meeste gebeurt buiten de overheid om. Dat kunnen wij niet tegenhouden. Wij laten ze dus maar begaan.’

Met ‘ze’ bedoelt hij niet de Laotiaanse boeren, maar de Chinezen. Grote Chinese investeerders hebben plantages opgezet in samenwerking met de overheid, maar veel vaker nog hebben zij alleen boompjes aan de Laotiaanse boeren gegeven, en de rest aan hen overgelaten. Als de bomen rijp zijn, komen zij terug om de rubber op te kopen om de Chinese banden- en auto-industrie draaiende te houden. Zij beloven de boeren grote winsten, en een goed dagloon als zij straks de rubber kunnen tappen. Bij het ministerie van Landbouw wordt echter gevreesd dat straks, als de plantages rijp zijn, hordes Chinese rubbertappers de grens zullen oversteken.

De eerste Chinezen kwamen zo’n acht jaar geleden, en nu is China overal in Luang Namtha. Na de rubberhandelaren kwamen de marskramers, en nu zijn de uithangborden in het Chinees, roken de mensen Chinese sigaretten en gebruiken zij Chinese zeep. Betaald wordt er net zo gemakkelijk in Chinese yuan als in Laotiaanse kip.

Veel Chinezen blijven allang niet meer hangen in Luang Namtha. De meeste bussen stoppen niet meer, maar rijden meteen door naar de hoofdstad Vientiane. Niemand weet hoeveel Chinezen er al wonen in de stad. Geschat wordt dat het er honderdduizend zijn, een kwart van de bevolking, maar misschien zijn het er al meer.

Ook hier zijn Chinezen overal. Je kunt ze huren als bouwvakkers, ze doen de was, en ze openen winkels, die zijn volgepakt met Chinese spullen van de allergoedkoopste soort. Vientiane telt al twee grote Chinese winkelcentra en een derde is op komst. De gastvrije Lao hebben ook hier de Chinezen met open armen ontvangen. Zij verkopen rommel, maar het is wel rommel die arme Lao kunnen betalen.

China doet meer. Chinezen bouwen nu even buiten de stad een groot nieuw stadioncomplex met olympische allure. Zij beheersen de onroerendgoedmarkt en zijn betrokken bij grote waterkrachtprojecten en mijnbouwprojecten. Laos laat ‘ze’ ook op deze terreinen hun gang gaan. En de Laotianen pikken het: ‘Zolang het mijn leven niet raakt is het geen probleem’, zegt een Laotiaanse vrouw met de boeddhistische kalmte waarmee Lao alles accepteren. Bijna alles.

China dreigt in Vientiane één stap te ver te gaan zetten. ‘Boten Den Kham’ is niet de enige Chinese stad die op Laotiaans grondgebied verschijnt. Vientiane gonst van de geruchten over een schandaal dat Chinatown heet. Chinese projectontwikkelaars gaan aan de rand van de hoofdstad een stad bouwen voor 75 duizend Chinese gezinnen. Dat betekent dat zo’n tweehonderdduizend nieuwe Chinezen zullen neerstrijken in Vientiane (nu vierhonderd- tot vijfhonderdduizend inwoners), en dat is zelfs voor de Lao te veel.

Openlijk wordt daarover niet gesproken, want de Partij heeft overal ogen en oren en ‘Chinatown’ is geregeld op regeringsniveau, ‘het allerhoogste’, fluistert een bewoonster van Vientiane veelbetekenend. In de beslotenheid van koffiehuizen is ‘Chinatown’, en de ‘uitverkoop van Laos aan China’, echter al maanden het gesprek van de dag. Zelfs Laotiaanse oorlogsveteranen hebben zich erin gemengd. Zij hebben hun gal gespuid over wat zij zien als het verkwanselen van Laos: ‘Zelfs de Fransen hebben nooit land weggegeven’, zeggen zij. ‘Hier hebben wij niet voor gevochten.’

Veteranen genieten een hoge status in Laos, en hun openlijke kritiek is daarom hard aangekomen. Zo hard dat de regering zich openlijk op de televisie heeft verantwoord, iets wat in Laos nooit eerder was vertoond. Vicepremier Somsavad Lengsavad probeerde de gemoederen te sussen: ‘Bijna ieder land in de wereld heeft een Chinatown. Wat is daar mis mee?’

Veel, vinden de Lao. De omvang van het project, en de geheimzinnigheid, hebben de inwoners van Vientiane bang gemaakt. Bang voor oprukkende Chinezen. Honderdduizend illegale Chinezen die een voor een binnendruppelen doen niemand kwaad, maar het idee dat straks, in een klap, tweehonderdduizend Chinezen legaal zullen neerstrijken op Vientiane, doet velen het ergste vrezen.

Een man in Vientiane: ‘Dit is nog maar het begin. Er zullen er nog veel meer komen. Die trouwen allemaal met een Lao meisje en krijgen kinderen, en zo wordt Laos steeds meer Chinees. Zo doen ze het.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.