Lankmoedig toezicht op Odfjell

Olieopslagbedrijf Odfjell heeft volgens de Onderzoeksraad Voor Veiligheid jarenlang kunnen doormodderen, waardoor er al die tijd sprake was van een onveilige situatie.

AMSTERDAM - De instanties die toezicht moesten houden op het Rotterdamse olieopslagbedrijf Odfjell waren veel te gedienstig. Daardoor kon jarenlang een onveilige situatie blijven bestaan, concludeert de Onderzoeksraad Voor Veiligheid in een vernietigend rapport.


'In de twaalf jaar dat Odfjell de terminal in Rotterdam in bedrijf heeft, is de veiligheidssituatie nooit substantieel verbeterd. Het verwondert de Onderzoeksraad dat een bedrijf dat op grote schaal omgaat met gevaarlijke stoffen zo lang heeft kunnen doormodderen.'


Het dinsdag gepresenteerde onderzoeksrapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) liegt er niet om. De olieopslaglocatie van het Noorse bedrijf Odfjell in het Rotterdamse havengebied was een gevaar voor werknemers en omwonenden, en dat gevaar werd jarenlang niet beteugeld.


Odfjell werd vorig jaar augustus stilgelegd. Er waren die jaren daarvoor vele incidenten geweest, waaronder een benzeenlek (kankerverwekkend) en een ontsnapte butaanwolk (licht ontvlambaar).


Er vielen geen slachtoffers. Maar als er wel brand was ontstaan had die kunnen overslaan naar de opslagtanks, en hadden er giftige wolken richting Vlaardingen, Schiedam, Rozenburg en Maassluis kunnen waaien, schrijft de Onderzoeksraad.


Geen vergunningen

Naast Odfjell krijgen ook de toezichthouders veel kritiek. De milieudienst Rijnmond (DCMR), een instantie van de provincie Zuid-Holland en een aantal gemeenten die de vergunningen verleende, was veel te 'meedenkend en meegaand'. 'De DCMR ging bij het toezicht uit van een goede relatie met het bedrijf, in de veronderstelling dat dit de effectiefste manier was om de veiligheid bij het bedrijf te waarborgen.' Daarbij werden mogelijke critici buitenspel gezet.


De DCMR tolereerde dat Odfjell voor nieuwe activiteiten geen nieuwe vergunningen hoefde aan te vragen, maar kon volstaan met lichtere procedures 'die zich deels aan de openbaarheid onttrokken'. Daarmee werd omwonenden en milieuorganisaties de mogelijkheid ontnomen bezwaar aan te tekenen.


De Onderzoeksraad onderzocht de situatie vanaf 2000, toen het Noorse Odfjell de Rotterdamse opslagtanks kocht van Paktank. Maar de onveilige situatie gaat verder terug: al in 1981 zagen inspecteurs ondeugdelijke verbindingen tussen de tanks, roestige rommel op het terrein en ondermaatse brandweervoorzieningen. In 1989 vielen bij een ontploffing drie doden.


Sindsdien is dus nauwelijks ingegrepen. De provincie Zuid-Holland en DCMR erkennen dat ze hebben gefaald in het toezicht. Volgens staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu) laat de kritiek zien dat het anders moet. Emeritus hoogleraar Ben Ale wees er dinsdag fijntjes op dat de discussie over veiligheid 34 jaar geleden ook al werd gevoerd. 'Sindsdien zijn we eigenlijk niets opgeschoten.'


Odfjell ontsloeg vorig jaar de toenmalige directeur. Theo Olijve, de nieuwe man, betoonde zich dinsdag in het Algemeen Dagblad deemoedig. 'Ik schaam mij diep over wat er is gebeurd. Dit mag nooit meer gebeuren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden