Langzaam rijden én in file om files te mijden

In files rijden om files te mijden. Rijkswaterstaat presenteert het zogeheten blokrijden als nieuw wapen tegen opstoppingen op de weg....

Het zogeheten blokrijden, dat donderdag door Rijkswaterstaat werd gepresenteerd als het nieuwe wapen tegen files, is een tactiek die de twee grote paradoxen van de snelwegwetenschap in zich verenigt.

1: Automobilisten moeten langzamer rijden om sneller te kunnen opschieten.

2: Automobilisten moeten in files rijden om files te vermijden.

Het blokrijden wordt geïnitieerd door een of twee auto's die zich in het verkeer mengen en dan langzaam gaan rijden. Achteropkomende auto's moeten hun snelheid aanpassen, totdat ze in hetzelfde tempo rijden.

Het eerste voordeel is dat automobilisten bij lagere snelheden minder afstand hoeven te bewaren tot hun voorganger. Dus passen er meer auto's op een rijstrook en gaat de doorstroming (het aantal passerende voertuigen per uur) omhoog. Een te lage snelheid doet dit effect echter teniet. Het optimum ligt volgens file-onderzoeker Hans van Lint van de TU Delft ergens tussen tachtig en negentig kilometer per uur.

Het tweede voordeel van blokrijden is dat er een homogene verkeersstroom ontstaat. Geen bruusk remmende BMW's meer op de linker rijstrook die moeten inhouden voor oude Opeltjes die met minder dan honderd kilometer per uur een vrachtwagen inhalen. Zonder zulke plotselinge remmanoeuvres ontstaan er minder verstoringen in de stroom.

Bovendien zullen dankzij de gehomogeniseerde snelheden meer auto's in de leemtes tussen de vrachtwagens op de rechter rijstrook gaan rijden.

De al bestaande matrixborden boven de weg beogen hetzelfde. Maar deze borden krijgen hun signalen van automatische detectielussen in het asfalt, die nogal onrustig kunnen reageren op het passerende verkeer. Daardoor geven de borden steeds andere snelheden aan, met als gevolg harmonica-effecten van voortdurend remmende en versnellende auto's.

Nieuw is het idee blokrijden niet. Al in 1993 beschreef ingenieur S. A. Smulders van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat de wiskundige formules die de snelheid en lengte van de blokken bepalen. In het rapport wijst Smulders op de successen die in België met blokrijden zijn behaald bij het afwikkelen van zomers strandverkeer.

Sindsdien heeft in Nederland het Korps Landelijke Politiediensten met blokrijden geëxperimenteerd. Vorig jaar is op de A28 tussen knooppunt Lankhorst en Zwolle een proef gedaan, die volgens de betrokken verkeerskundige Cécile Cluitmans van ingenieursbureau Arcadis goed is verlopen.

Cluitmans kan haar ervaringen nog niet met harde cijfers onderbouwen.

Ook de proeven die Rijkswaterstaat sinds april met blokrijden uitvoert, op de A12 en A50 bij Arnhem, hebben nog geen harde cijfers opgeleverd. 'Het ziet er beter uit, maar dat is vooral een gevoelskwestie', zegt een woordvoerder van Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Eind dit jaar durft hij pas conclusies te trekken.

Grootste vraag, zegt file-onderzoeker Henk Tromp van het verkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng, is hoe lang automobilisten in een blok moeten rijden. 'Als het langer dan tien minuten duurt, bestaat de kans dat ze suffig gaan rijden, andere dingen gaan doen en grote gaten laten vallen tot hun voorganger.'

Volgens hem is dat ook de belangrijkste reden dat er niet goed te berekenen valt of het blokrijden zal werken. 'Hoe automobilisten zich in nieuwe omstandigheden gedragen, kun je alleen in het echt zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden