Langs het tuinpad van mijn vader is het fijn leven

Dorpsbewoners zijn (heel) gelukkig, blijkt uit onderzoek van het SCP. Meer nog dan stadsbewoners. Eigenlijk zijn veel dingen beter op het platteland.

In 1961 schreef de befaamde socioloog Jacques van Doorn over de 'tragiek' van de dorpen, waar winkels, scholen en andere voorzieningen in rap tempo verdwenen. Het werd een dooie boel op het platteland, vreesde Van Doorn. Het dreigde onleefbaar te worden en zelfs helemaal leeg te lopen.


Maar het dorp is nog altijd springlevend, blijkt uit de donderdag verschenen Dorpenmonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In veel dorpen valt inderdaad weinig te beleven, zeker naar stadse begrippen, maar dat vinden de inwoners helemaal niet erg. Ze genieten van de rust en de ruimte, en als ze iets nodig hebben, pakken ze de auto wel.


Problemen zijn er volgens het SCP wel in afgelegen 'krimpdorpen', vooral in Noord-Nederland, waar de armoede en de werkloosheid relatief hoog zijn. Dat wekt treurige associaties met langzaam doodbloedende kernen waar een handjevol bejaarden op het leugenbankje zit te mopperen over alles wat verdwenen is. Maar uit de cijfers van het SCP blijkt dat enorm mee te vallen. Ook in deze dorpen zijn mensen heel tevreden over het leven: 82 procent noemt zich (heel) gelukkig, tegenover 80 procent in de stad. In de dorpen die dichter bij de stad liggen noemt 86 procent zich (heel) gelukkig. Ook op andere gebieden zijn de verschillen tussen stad en platteland niet erg groot.


Tegenover het tobberige beeld van het platteland staat het romantische beeld dat zo doeltreffend wordt geëxploiteerd in Boer zoekt vrouw. Het romantische beeld ligt dichter bij de waarheid: voor veel mensen is de 'rurale idylle' een 'rurale realiteit', aldus het SCP. Dorpsbewoners genieten van hun ruime huizen, grote tuinen, groene en veilige omgeving. Ze hechten vooral aan de fysieke kwaliteiten van het platteland. De sociale omgeving vinden ze veel minder belangrijk.


Die sociale kant van het platteland is vaak geïdealiseerd. Aan het einde van de 19de eeuw schreef de Duitse socioloog Ferdinand Tönnies zijn klassieke studie Gemeinschaft und Gesellschaft, waarin hij de hechte dorpsgemeenschap contrasteerde met het anonieme stadsleven. Maar juist die sociale idylle - de warme gemeenschap waar mensen nog naar elkaar omkijken - wordt in de Dorpenmonitor sterk gerelativeerd. Sommige dingen kloppen wel: dorpelingen hebben meer contact met hun buren en doen meer vrijwilligerswerk dan stedelingen. Ze voelen zich ook sterker betrokken bij de lokale gemeenschap.


Maar dorpelingen zijn niet of nauwelijks hulpvaardiger. Zo doen ze even vaak boodschappen voor de buren als stadsbewoners. Op het platteland komen eenzaamheid en sociaal isolement even frequent voor als in de stad. In veel dorpen hebben inwoners met een lichamelijke beperking aanzienlijk minder contact met de buren dan gezonde inwoners. In de stad is dat verschil een stuk kleiner. Het beeld dat in het dorp iedereen voor elkaar klaarstaat, wordt niet bevestigd door de cijfers.


Dorpsbewoners denken doorgaans negatiever over allochtonen. In kleine, afgelegen dorpen heeft 37 procent liever geen allochtone buurman, in de stad 27 procent. Maar de migranten die zich in een dorp vestigen integreren gemakkelijker dan in de stad. Ze hebben meer contact met buren en buurtgenoten en worden minder vaak gediscrimineerd op straat.


Zo schetst de Dorpenmonitor in grote lijnen een positief beeld van het platteland. Toch zijn er ook zorgen. De schaalvergroting zal doorgaan, waardoor steeds meer voorzieningen zullen verdwijnen. In de politiek rijst daarom de vraag of wonen op het platteland een recht of een voorrecht is, aldus het SCP. Anders gezegd: moet de overheid zich inspannen om ook in afgelegen dorpen minimale voorzieningen te handhaven? Of moeten burgers die zo graag in een dorp wonen de gebrekkige voorzieningen maar op de koop toenemen? In dat laatste geval zullen dorpen steeds minder aantrekkelijk worden voor iedereen die geen auto kan rijden, vooral ouderen.


Bovendien is de vraag wat de terugtredende overheid betekent voor het platteland. Het idee om burgers meer verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen leefomgeving lijkt heel geschikt voor dorpsgemeenschappen. Maar het SCP betwijfelt of dit ideaal realistisch is, zeker op lange termijn: veel vrijwilligerswerk wordt verzet door kerkgangers rond de pensioenleeftijd. Het is maar de vraag of een nieuwe, meer individualistische generatie in hun voetsporen zal treden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden