LANGS EEN OMWEG TOCH LIBERAAL

ZOU er onder het paarse kabinet nu echt een liberaal drugsbeleid tot stand komen? Over enkele maanden bepaalt de regering haar standpunt....

Minister Sorgdrager van Justitie zei deze maand in het Nederlands Juristenblad niets te voelen voor legalisering van drugs. Zou ik als Winnie-watcher de zaak verkeerd hebben ingeschat?

Achteraf bleek dat ik mij te snel ongerust had gemaakt. In een interview met de Volkskrant van 21 januari dacht de minister hardop na over de mogelijkheid om, in navolging van wat binnen haar partij D66 was voorgesteld, de handel en produktie van soft drugs voor binnenlands gebruik te reguleren. Wat nu via de voordeur van coffeeshops wordt gedoogd, zou dan tevens via de achterdeur zijn toegestaan.

Momenteel wordt met het oog op het nieuwe regeringsstandpunt een aantal scenario-studies verricht waarbij diverse beleidsvarianten op hun effecten worden onderzocht.

Op het eerste oog, zo blijkt uit een in Justitiele Verkenningen (1994/8) gepubliceerde studie, houdt liberalisering van soft drugs het minst slechte scenario in.

Wat in dat artikel slechts terloops ter sprake kwam is het argument dat ook door minister Sorgdrager vaak wordt gebruikt: na legalisering van de soft drugs gaat de georganiseerde misdaad zich met andere vormen van criminaliteit bezig houden. Het maakt dus niet zoveel uit wat de overheid verbiedt.

In de criminologie spreekt men in dit verband van de verplaatsingstheorie. Onder druk van het overheidsbeleid (strafbaarstelling, legalisering, verhoogde opsporing) verplaatst de georganiseerde criminaliteit haar werkterrein van drugs naar bijvoorbeeld milieucriminaliteit, vrouwenhandel of wapens.

Is dit argument steekhoudend? Principieel is het in elk geval niet. Handhaving van de strafbaarheid behoort rechtstreeks verband te houden met de immoraliteit van de misdaad zelf, niet met wellicht te verwachten praktische consquenties. Bovendien is het maar de vraag of een handelaar in soft drugs automatisch overstapt op bijvoorbeeld de handel in hard drugs. Buiten het domein van de hennep gaat het om een intrinsiek ander type criminaliteit. Daar blijkt voor hasjboeren toch een ethische barriere te liggen.

In het Tijdschrift voor Criminologie (1994/1) twijfelt Frank Bovenkerk ook aan de geldigheid van de verplaatsingstheorie. Hij trekt een parallel met de drooglegging in de Verenigde Staten. Toen deze in 1933 werd opgeheven investeerde een derde van de bendeleden die door de illegaliteit rijk waren geworden, zijn vermogen in het bonafide zakenleven.

Legalisering leidde dus tot vermindering van de criminaliteit. Tegen die achtergrond zou Nederland een criminele politiek kunnen ontwikkelen die heel goed valt uit te leggen. Dat is iets anders wanneer de liberalisering een noodsprong voor een falend justitieel beleid zou zijn. Daarmee zou de Belgische minister van Justitie met zijn onwrikbare logica gelijk krijgen.

De nieuwe criminele politiek kan vrijwel geheel worden bekostigd uit de capaciteit bij politie, justitie en het gevangeniswezen die nu voor de bestrijding van drugs wordt gebruikt. Dat is ongeveer de helft van de totale capaciteit. Als die kan worden aangewend ten behoeve van het nieuwe beleid, zouden daarmee de nadelen ervan effectief kunnen worden tegengegaan. In de eerste plaats zou de vrijgekomen capaciteit kunnen worden ingezet om de overgang van de bestaande criminaliteit naar nieuw misdaadvormen flink te bemoeilijken. Dat vereist een doelgerichte beleidsvisie en een harde aanpak die ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

In de tweede plaats dient extra aandacht te worden besteed aan de gevolgen voor de volksgezondheid. Verbreding van het aanbod leidt onherroepelijk tot vergroting van de vraag. Dat ook het gebruik van hasj tot verslavingsproblemen kan leiden wordt tegenwoordig niet meer ontkend. In de derde plaats moet het beleid zijn gericht op ontmoediging van het drugstoerisme dat ongetwijfeld zal toenemen. Dit zal het gevoeligste onderddeel van de criminele politiek worden.

Wat in de toekomst intern haalbaar is, wordt in niet geringe mate bepaald door externe ruimdenkendheid. Die valt nog niet erg op. Het zou echter onzinnig zijn te doen alsof de rest van de wereld niet bestaat. Buitenlandse allergieën leggen in de politiek meer gewicht in de schaal dan binnenlandse argumenten.

In de verhouding tot het buitenland treedt een curieus probleem aan het licht. Als de produktie en handel van soft drugs in Nederland zouden worden gelegaliseerd, verhindert het EG-verdrag dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de interne en externe markt. Dat betekent dat er niets valt te doen tegen de export van nederwiet en tegen de komst van buitenlandse gebruikers en ondernemers op de binnenlandse markt.

Het Nederlandse drugsbeleid zit met een paradox: alleen door handhaving van het wettelijk verbod is het mogelijk een liberaal beleid te voeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden