Langs de rivier Tiber & Rome Gevangen gezet tussen hoge grijze muren

De zee is om ons heen, maar een rivier stroomt in ons, schreef T.S. Eliot. Hoe bepalend is een rivier voor een grote stad?...

ROME Ze zijn als temperamentvolle minnaars. De Tiber is de ziel van Rome, verhaalde Vergilius al in de eerste eeuw voor Christus. In zijn epos ontsnapt de Griekse prins Aeneas, een zoon van godin Venus, uit het brandende Troje; na eindeloze omzwervingen belandt hij bij de rivier de Tiber in Italië, waar hij van de goden de opdracht krijgt om de grondslag te leggen voor het machtige Romeinse rijk.

Zijn nazaten, de tweeling Romulus en Remus, halfgoden en prinsen van Alba Longa, waren voorbestemd om Rome te stichten. Een hebzuchtige oom probeerde zich van zijn neefjes te ontdoen en liet hen in de Tiber gooien. De tweeling werd meegesleurd door de stroom, maar werd gered toen hun mandje bleef steken in de modder, aan de voet van de Palatijn. Daarna verscheen de wolvin uit de mythe, die ze onder haar hoede nam en zoogde.

Voor het bestaan van Romulus en Remus hebben de archeologen nooit bewijzen gevonden. Maar het staat vast dat Rome en de Tiber al ten minste 2.700 jaar onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. De stad dankt zijn oorsprong, zijn rijkdom en zijn eeuwen durende heerschappij over de wereld aan de rivier.

Stad van formaat
Onder Etruskische koningen werden de boerengehuchten op de zeven heuvels van Rome uitgebreid tot een stad van formaat. Via de 400 kilometer lange Tiber voeren boten af en aan om zout, runderen en olijven te verhandelen. Tijdens de Punische oorlogen werd bij Ostia, aan de monding van de Tiber, een marinebasis aangelegd, die Rome macht gaf over de Middellandse Zee.

Van de eerste Romeinse haven, de Portus Tiberinus, is niets meer terug te vinden. Op de huidige piazza Bocca della Verità, staat nog wel de tempel van Portunus, de god van de rivierhaven. Het gebouwtje wordt opgeknapt. De slanke Ionische zuilen zijn bedekt met doeken. Aan de achterzijde, tussen oleanders en lege wijnflessen, doezelen zwervers op uitgerolde campingmatjes.

Een paar stappen ten noorden van de piazza biedt de Ponte Palatino een fabuleus uitzicht op Isola Tiberina (Tibereiland). Het eiland – een paar honderd meter lang en tachtig meter breed – troont midden in de rivier en heeft de opmerkelijke vorm van een schip. De eerste boten legden aan bij deze oude, doorwaadbare plaats in de Tiber, hier werden ook de eerste bruggen gebouwd.

Over het water waaien flarden salsamuziek. De afgelopen jaren verandert het eiland iedere zomer in een groots festival. Romeinen kunnen dansen, flaneren en naar hartelust shoppen. In de open lucht worden films getoond, er is een theatertje en er zijn talloze bars en restaurantjes waar vis en pizza worden verkocht.

Vanaf het vroege begin was het eiland een magische plek. Het moet er vol hebben gestaan met heiligdommen; een tempel voor de slang van Asclepius, de god van de geneeskunde, tempels voor Jupiter, Faunus, Bellona, Vejovis. Hier stond ook het heiligdom voor Tiberinus, de machtige god van de rivier.

Geliefd en gevreesd
Tiberinus werd geliefd, maar ook gevreesd. Als hij goed geluimd was, kreeg Rome welvaart en voorspoed. Maar wee degene die zijn toorn wekte. Een woedebuitje en hij zette stad en land onder water, hij zaaide dood en verderf, vernietigde de graanoogst en de halve stad.

Elk jaar op 8 december togen de Romeinen naar het eiland om Tiberinus gunstig te stemmen met offers en zijn bruiloftsfeest te vieren met zijn grote liefde Gaia, de godin van de aarde. Maar eind vierde eeuw kwam daar een einde aan, toen het christendom staatsgodsdienst werd en alle andere goden per wet verboden werden. In 408 werden de tempels afgebroken, beelden van de oude goden werden verbannen of in stukken gehakt. Tiberinus raakte in de vergetelheid.

Op het eiland werd de kerk van Sint Barthelomeus gebouwd, met daarnaast de kapel van de Moeder der Smarten. Het eilandje werd gerund door broeders van Sint-Jan, die zich ontfermden over pestlijders. Ze raapten armoedzaaiers van straat en visten de lijken van zelfmoordenaars uit de Tiber. De botten en beenderen gebruikten ze om hun kapel mee te versieren.

Tot de negentiende eeuw bleef de rivier zich nuttig maken. Langs de oevers stonden overal molens, fabrieken en handelsgebouwen. Vrachtboten en zeilboten voeren af en aan naar Ostia.

Van al die bedrijvigheid is niets over. De stoere rivier waaraan Rome zijn erfenis heeft te danken, oogt nu als een slungelig stroompje, zonder enige activiteit. Na de zoveelste boze uitbarsting van de Tiber is in 1877 het doek voorgoed gevallen. De rivier is gevangen gezet tussen hoge grijze muren en wordt in bedwang gehouden met dammen en dijken. Rome is zelfstandig geworden en heeft de Tiber niet meer nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden