Analyse AOW-leeftijd

Langer genieten van de oude dag: opeens mag het weer, maar een rustig bezit is het niet

Het pensioenakkoord dat vakbeweging, werkgevers en kabinet deze week sloten, heeft in elk geval in één opzicht een aanzienlijk effect: de gemiddelde duur dat ouderen van hun pensioen kunnen genieten, stijgt op termijn van gemiddeld zo'n 18 naar ruim 20 jaar. De vakbeweging triomfeert, maar de vraag is of het een rustig bezit is.  

Stakers demonstreren op de Dam tijdens de landelijke actiedag voor een goed pensioen in maart 2019. Vakbonden eisen dat de AOW-leeftijd wordt bevroren op 66 jaar. Beeld ANP

Met het nieuwe akkoord keert de verwachte pensioenduur grofweg terug naar het niveau van 2012, toen het eerste kabinet-Rutte besloot om in te grijpen. De oudedagsvoorziening zou een te groot beslag zou gaan leggen op de overheidsfinanciën, was toen de overtuiging. Bij de eerste uitbetaling van de AOW aan 65-jarigen in 1957 was de gemiddelde levensverwachting van 65-plussers na hun pensioen bijna 15 jaar. De sindsdien sterk gestegen levensverwachting begon extra zwaar te wegen omdat de zogenoemde naoorlogse geboortegolf, sinds 2010 met pensioen gaat.

Na een reeks ingrepen kwam de AOW-leeftijd op de huidige 66 jaar en vier maanden, doorstijgend tot 70 jaar over drie decennia. Steeds zou de oudere gemiddeld 18 jaar AOW-ontvangen.Volgens het nieuwe pensioenakkoord wordt het stijgingspercentage minder steil dan voorheen. Ouderen krijgen weer steeds langer AOW en pensioen, totdat 20 jaar weer de norm wordt. 

De vraag voor de komende jaren is of dit zo blijft. Nu het politieke taboe op verhoging sinds 2012 is gebroken, blijft de AOW voor toekomstige kabinetten waarschijnlijk een aantrekkelijke knop om aan te draaien. Relatief kleine ingrepen hebben op termijn immers aanzienlijke financiële effecten voor de positie van de schatkist. Zeker vier ontwikkelingen kunnen roet in het eten gooien.

1. Economische tegenslag

De uitgaven aan AOW zullen de komende jaren harder oplopen dan geraamd. Dat lijkt nu geen probleem omdat de vooruitzichten voor de Nederlandse economie volgens het Centraal Planbureau ook op lange termijn plotseling beter zijn dan verwacht. Maar de crisis van de afgelopen jaren heeft geleerd dat dit ook weer drastisch kan omslaan. Bovendien zien economen een reeks structurele kwetsbaarheden van de Nederlandse economie, zoals de woningmarkt, waardoor een crisis extra hard kan aankomen. 

2. Krapte op de arbeidsmarkt

Ook de arbeidsmarkt speelt een rol. Door de hoogconjunctuur hebben bedrijven nu al moeite mensen te vinden. Het kan zijn dat deze tekorten oplopen doordat ouderen eerder dan geraamd met pensioen gaan. Werkgevers kunnen dan mensen uit het buitenland aantrekken, maar een terugkeer naar verhoging van de pensioenleeftijd of doorwerken na pensionering zal dan als politieke optie nooit ver weg zijn. 

3. De positie van de fondsen

Als ouderen langer AOW ontvangen, krijgen zij – als zij daarvoor hebben gespaard – ook langer pensioen. Daarvoor moeten de pensioenfondsen voldoende geld in kas hebben. Nu hebben veel fondsen al een probleem met de financiële dekking van de toegezegde pensioenen. Als die de komende jaren langer moeten worden uitbetaald, wordt de financiële positie er niet beter op. Dit komt bovenop de rekening die ook besloten ligt in het pensioenakkoord door de vernieuwing van het pensioenstelsel. De pensioenopbouw verandert. De 40 tot 60 jarigen moeten daarvoor gecompenseerd worden. Dat wordt een dure  en ingewikkelde exercitie.
Een bijkomend probleem is de pensioenopbouw. Werknemers sparen sinds 2018 voor een volwaardig pensioen op 68-jarige leeftijd. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de pensioenleeftijd in 2028 68 jaar is. Maar volgens het ministerie van Sociale Zaken wordt de AOW-leeftijd nu pas tien jaar later 68 jaar. Dat betekent dat degenen die voor 2038 met pensioen gaan, eigenlijk te weinig pensioen hebben gespaard. 

4. De positie van de vakbeweging

Voor het pensioenakkoord is de steun van de vakbeweging essentieel. Want pensioen is uitgesteld loon, dat de sociale partners via pensioenfondsen oppotten en uitkeren. Het kabinet stelt de spelregels vast, waaraan de fondsen zich moeten houden. In het akkoord wordt het pensioensysteem veranderd. Om te zorgen dat de fondsen dat overnemen, moeten zij ermee instemmen.  Door de jarenlang slepende pensioendiscussie die de FNV spleet, heeft de vakbeweging het imago gekregen vooral bezig te zijn met ouderen. Te snel wordt vergeten  dat ook jongeren profiteren van een langzamer verhoging van de AOW-leeftijd. Hoe de kosten over de generaties worden verdeeld zal vooral ook afhangen van de actiebereidheid van jongere werknemers. Door lid te worden van de bond kunnen ze de discussie ook naar hun hand zetten en, mocht een kabinet weer eenzijdig aan de AOW-leeftijd gaan morrelen, de politici houden aan het pensioenakkoord.

LEES MEER OVER HET PENSIOENAKKOORD

De pensioenen zijn sinds 2013 op drift geraakt. Begin juni werd alles opnieuw anders door het pensioenakkoord. Wat betekent dit voor u?

‘Het goede pensioen voor iedereen komt er niet’, zegt SP-Kamerlid Bart van Kent. ‘Het moet evenwichtig zijn voor alle generaties. Daar gaan we scherp op letten’, zegt minister Koolmees. Lees het dubbelinterview.

Hoe zit de nieuwe pensioendeal in elkaar, en hoe gaat deze uitpakken voor de verschillende generaties? Lees hier de Volkskrant-analyse: de 60-plusser profiteert, de pijn zit bij de rest.

Het laatste woord is nu aan de 1 miljoen FNV-leden. Boze reacties sijpelen binnen als het FNV-parlement dinsdagavond uitleg krijgt van het bestuur over het pensioenakkoord. ‘Stem dit weg, Annemarie! Mijn hele groep is woest!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden