Langer en liefst over onverharde wegen

Drie jaar lang hebben vrijwilligers gewerkt aan de opknapbeurt van Nederlands beroemdste wandelpad. Wil Thijssen en fotograaf Marcel van den Bergh gaan kijken....

De voorjaarszon schijnt uitbundig over het terras van Auberge Graaf Hendrik in Braamt. Eigenaar Henk Bielderman prijst zich gelukkig; sinds dit voorjaar loopt het Pieterpad, tussen Pieterburen en de Sint-Pietersberg, pal langs zijn uitspanning. En dat kan hij ‘heel goed’ merken. ‘Voorheen liepen de wandelaars langs Stroombroek’, wijst hij. ‘Die plas daarginds. Nu krijg ik veel meer wandelaars die even een stopje maken. Met Pasen was het hier een gekkenhuis.’

De route is verlegd. En niet zo’n beetje ook. Maarten Goorhuis, de zoon van Pieterpad-bedenkster Toos Goorhuis, heeft met tientallen vrijwilligers het hele traject verbeterd. Omdat nieuwe snelwegen het wandelen op sommige plaatsen verhinderden, omdat boeren geen toegang meer tot hun erf verschaften, of gewoon omdat er een mooier pad of aangename uitspanning in de buurt bleek te zijn. ‘Elke drie tot vijf jaar wordt de route verbeterd, maar nu hebben we hem echt drastisch herzien’, zegt Goorhuis. ‘We hebben niet alleen gekeken naar waar we het pad móeten, maar ook waar we het kúnnen verbeteren.’

Zo waren de Gasterse Duinen in Drenthe jarenlang een kwetsbaar gebied waarover hij het pad niet eens durfde te laten lopen. Maar: ‘Nu kan het wel en gaan we er dwars doorheen.’

Het 492 kilometer lange Pieterpad, het populairste langeafstandswandelpad van Nederland, is 7 kilometer langer geworden. In de vorige druk was de route nog 485 kilometer, en bij de oprichting was-ie nog eens 25 kilometer korter. Doetinchem komt in het nieuwe traject niet meer voor, Roermond evenmin.

Maarten Goorhuis laat de plekken zien die het ingrijpendst zijn gewijzigd. We wandelen over een smal pad met aan weerszijden hoge eiken, langs kasteel Slangenburgh in de Achterhoek. Voorbij de provinciale weg loopt de Beneden Slinge. Citroenvlinders fladderen tussen het riet. ‘Dit is een van de plekken waarvoor we aan Staatsbosbeheer toestemming hebben gevraagd om er het wandelpad overheen te mogen laten lopen’, zegt Goorhuis. ‘Staatsbosbeheer doet zelden moeilijk, die heeft vaak het beste met wandelaars voor.’

Bij boeren is dat soms anders. Hij wijst naar een boerderij in de verte: ‘Die boer heeft bezwaar gemaakt. Dan houdt het op. Dan lopen we daarachter via een iets minder mooi stukje.’

Het wordt de samenstellers van het Pieterpad bepaald niet makkelijk gemaakt. Sommige landeigenaren verhinderen actief dat wandelaars ook maar in de buurt van hun terrein komen. Soms wordt de rood-witte markering weggehaald. Het is ook al eens voorgekomen dat iemand een hek enkele decimeters had verplaatst tot midden op de as van het wandelpad, alleen maar omdat hij daar volgens kadastrale gegevens recht op bleek te hebben. ‘Praten loste niks op’, zegt Goorhuis, ‘uiteindelijk is het pad aan één zijde verbreed.’

Bij Roermond was het ‘een crime’ om het Pieterpad nog door mooie natuur te laten lopen. Alle denkbare knelpunten komen daar samen: een snelweg, een rijksweg, een bedrijventerrein. Goorhuis had er een prachtige route bedacht om de A73 te vermijden, maar toen werd juist daar de Oosttangent aangelegd.

Om de N280 zo mooi mogelijk te passeren ontdekte hij een viaduct waar een beekje onderdoor stroomt met aan weerszijden een pad erlangs ‘groot genoeg om een vrachtwagen overheen te laten rijden’. Maar dat bleek een wildviaduct te zijn. Verboden dus voor wandelaars. ‘Zelf heb ik geen moeite met een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid, maar om dat van duizenden wandelaars te verlangen, is een ander verhaal.’

Ook Doetinchem was lastig. De oude route liep dwars door weilanden, waar nu een industrieterrein is gevestigd. ‘We waren al nooit heel gelukkig met de route, maar dat gaf de doorslag’, zegt hij, als we Formido, Deco Bouwmarkt, een Volvogarage en de Witgoedhal Doetinchem passeren in straten met namen als Logistiekweg of Innovatieweg.

De nieuwe route voert buiten de stad om, langs boerderijen en uitgestrekte weilanden. Er is nauwelijks verkeer, een enkele tractor rijdt voorbij. ‘Verrek!’, roept Goorhuis, ‘ik schrijf in de gids dat wandelaars bij die bomengroep moeten afslaan, maar die is dus gekapt.’

Vers afgezaagde eikenstammen staan als stompe littekens in het landschap. De nieuwe gids ligt koud in de winkel, of de samensteller weet nu al dat die snel moet worden herzien. ‘Je ziet het: het werk is nooit af.’

Drie jaar is aan de verbetering van het Pieterpad gewerkt, liefst 115 kilometer is door de vrijwilligers van de Stichting Pieterpad verbeterd of omgeleid. Onlangs is deel 2, het zuidelijke deel van de route, van Vorden tot Maastricht, verschenen. Het totale pad bestaat voor 53 procent uit onverharde paden en voor 47 procent uit verharde wegen. ‘We zien natuurlijk het liefst alles onverhard, maar dat gaat gewoon niet’, zegt Goorhuis. ‘Veel onverharde wegen worden verhard, het omgekeerde heb ik nog nooit meegemaakt.’

Een wandelaar staat in het verkeer onderaan in de pikorde, stelt hij. ‘De wethouder die een rondweg aanlegt, is een hele vent, een fietspad kan ook nog, maar behoud van onverharde wegen levert geen punten op.’

De Koppelweg buiten Doetinchem slingert langs de boerderij van Herman Jansen, die op het punt staat zijn koeien te gaan melken. Maarten Goorhuis groet hem hartelijk – Jansen is een van de boeren die het wél leuk vindt dat er wandelaars langs zijn erf komen. ‘Onze koeien lopen altijd in de wei, die moeten er natuurlijk geen last van hebben’, zegt de boer. ‘Op een paar plekken moeten we de afrastering aanpassen, zodat wandelaars het hek niet open hoeven te doen, want iemand zou kunnen vergeten het te sluiten. Maar ik vind koeien in de wei mooi, en ik hoop dat zo veel mogelijk mensen van dat mooie plaatje komen genieten.’

Bij sluis De Pol stroomt de Bielheimerbeek in de Oude IJssel. De sluis gaat vergezeld van een stuw, het is de enige plek in de wijde omgeving waar wandelaars de IJssel kunnen oversteken zonder over een viaduct met autoweg te hoeven lopen.

Al meer dan tien jaar probeert de Stichting Pieterpad daar over te steken, en nu is het fiat van het waterschap eindelijk gekomen. Het waterschap gaat geld in het gebied investeren om de omgeving op te knappen en open te stellen voor natuurliefhebbers en wandelaars. De relingen over de stuw en de sluis worden verstevigd, er komt een horecavoorziening en een boothelling voor kano’s.

‘Als het meezit gaat de oversteek eind dit jaar open’, zegt Goorhuis. ‘Tot die tijd mogen we gebruikmaken van het schouwpad dat langs de Bielheimerbeek loopt.’

Het Pieterpad is niet het mooiste pad van Nederland, erkent de zoon van de oprichtster. Wat het bijzonder maakt, is dat het een dwarsdoorsnede van Nederland is, het landschap is heel gevarieerd. ‘In Duitsland of Zweden kun je dagen lopen en alleen dennenbomen zien, maar hier zie je alles; de Groningse uitgestrekte klei, de Sallandse heuvelrug, heidegebied, bossen, stuifduinen, de Gelderse poort waar de Rijn door de stuwwal is gebroken en het Limburgse heuvelland.’

Dat de aanpassingen succes hebben is dit voorjaar al gebleken: ‘We kregen altijd mail waar het pad niet mooi, helder of goed begaanbaar was. Nu komen er mailtjes met complimenten over vernieuwingen in de nieuwe route. En dat is voor het eerst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden