LANGE VOORHOUT

'Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.' Het is een van de bekendste regels van Gerrit Achterberg. Hij staat in het laatste sonnet van zijn Ode aan Den Haag - de regel is overigens de enige met..

een ode-achtig karakter. Het glazen dak van de Passage moet de dichter op het idee hebben gebracht.

Ik vind Den Haag niet zo'n klinkende stad, eerder ingekeerd, lichtelijk beschouwend ook. Misschien komt dat door het Binnenhof, dat mij altijd aan een kloostercomplex doet denken. Ineens steekt daar de ascetische Broeder Rosenm"ller het binnenplein over, van zijn

cel naar de kapittelzaal die de Tweede Kamer is. Met vertraagde pas volgt Vader Abt Bolkestein.

Vlakbij ruist het eeuwige water van de fontein van de Hofvijver. Ik loop graag in die buurt rond, langzaam - Den Haag dwingt altijd tot vertraging. Ga ik na enige tijd met bijna breekbare voorzichtigheid het Lange Voorhout op, dan begint zich een haast contemplatieve rust in mij te ontvouwen. Ik loop op de mooiste plek van Nederland, de stilste ook, ondanks de auto's.

Al vele malen heb ik de bekoring van die zich tot plein ontplooiende straat getracht te analyseren. De geleidelijke verbreding moet er mee

te maken hebben: de huizen aan weerszijden wijken steeds verder van elkaar. Ze lijken te deftig voor elkaars nabijheid. Ik herinner me er

eens op een heel mistige ochtend te hebben gelopen: de huizen waren onzichtbaar, de bomen die zich stuk voor stuk even lieten zien, druipten. Ik was in de oneindigheid en verdwaald. In de mist openbaarde het plein zijn ware aard: het is altijd groter dan je het je herinnert, het is er ook altijd stiller en ouderwetser.

De beroemde foto van Couperus op het Lange Voorhout - in zijn mooie getailleerde jas, de strohoed op, flanerend poserend als dat mogelijk

is - zou ook nu kunnen zijn gemaakt. De stilte gaat van de bomen en van de huizen uit. Die lijken aan zichzelf genoeg te hebben. Achter de gevels kunnen ze zich nog eeuwen stilhouden.

Het vroegere gebouw van de Koninklijke Bibliotheek heeft die bijna aristrocratische, 18de eeuwse voornaamheid. Ik passeerde het eens op een zeer hete zomermiddag; de Bibliotheek was er nog gevestigd. Van één kamer stonden de ramen wijd open: binnen- en buitenstilte vulden elkaar aan. Ik keek naar binnen; in een schitterend ingerichte kamer presideerde de toenmalige bibliothecaris C. Reedijk met een meteen zichtbare voornaamheid die bij kamer en gebouw paste, een kleine vergadering. De geest van het Lange Voorhout hing tegen het plafond. Ik hoop nog altijd dat de heren het over niets hadden, want de schijn

van een totale belangeloosheid ligt over het hele Voorhout.

Een aantal jaren hield Henry Faas, eens de parlementaire verslaggever

van de Volkskrant, kantoor aan het Lange Voorhout. Hij was voorlichter voor de Europese Gemeenschap. Met de belangeloosheid die zijn natuur was, was hij een ideale bewoner van het Lange Voorhout. Hij wekte de indruk nooit iets te doen te hebben.

Een keer kwam ik binnen toen de hal vol pakken folders lag. 'Je treft

me op de drukste dag van het jaar', zei hij. Eén drukke dag per jaar - dat is voor mij de geest van het Lange Voorhout gebleven. De rest is voor de beschouwing en het hogere nietsdoen: de bomen zien groeien

en vol worden, ze zien vergelen en kaal worden, de huizen hun kleuren

van wit en grijs in steeds andere nuances zien, leven in een omsloten

wereld, een werkelijke binnenhof in de stad, met het gedemptste café van Nederland, De Posthoorn, waar men op mooie dagen op het terras fluistert en zelfs jenever nog met waardigheid weet te drinken. In de

zomer lijkt het zich in zijn eigen schaduw onzichtbaar te willen maken. Ik heb op dat terras één keer iets gedronken. Ik tikte tegen mijn lege glas en het klonk. Toen werd het weer helemaal stil.

Terzijde van het Lange Voorhout, maar zo dat hij er nog bij lijkt te horen, ligt de Koninklijke Schouwburg, eens het paleis van Prins van Nassau-Weilburg - het gebouw koketteert nog altijd wat 18de eeuws. Ik

ben er maar één keer in geweest, maar dan ook een middag en een avond, toen enkele jaren geleden De boeken der kleine zielen werd opgevoerd. Door een schitterende vergissing of een hoffelijke geste zat ik in de burgemeestersloge, die de ruimte had van een kleine salon. Ik voelde mij even Amsterdams lomp. Vlak onder mijn ogen begon

de hele familie ten onder te gaan, allemaal mensen die veel over het Lange Voorhout hadden gelopen. De oudste bomen moeten hen nog hebben gezien.

In de pauze tussen middag en avond liepen wij over een donker wordend

Voorhout - de onverlichte huizen waren nauwelijks te zien - met ingehouden passen, vol weemoed om de neergang van de familie, naar Des Indes, eigenlijk ook een schouwburg, want iedereen leek er een rol te spelen. Wij aten iets; overal om ons heen klonken de glazen. Obers bogen als voor de leden van de familie Van Lowe. Om acht uur zat ik weer in mijn loge en om elf uur schuilden Constance van der Welcken en Addie bij elkaar op het toneel, verlaten als het avondlijke Voorhout.

Toen ik uit de schouwburg op het Lange Voorhout kwam, stond ik ineens

in het mooiste decor van Nederland; schimmen uit het stuk verdwenen tussen de bomen. Ik voelde me voor het eerst (en laatst) van mijn leven heel even een beetje Haags en dat is een gevoel alsof je van binnen van oud kantwerk bent. Eigenlijk zouden ze in die schouwburg nooit iets anders dan De kleine zielen mogen spelen.

Heel lang zat op het Lange Voorhout in een prachtig huis de boekhandel van Nijhoff, een van de beroemdste van Nederland. Ik heb de zaak niet gekend, maar de geest ervan bewonderd. Die werd in Amsterdam uitgedragen door de boekverkoper K. van Boeschoten, die bij

Nijhoff had gewerkt. Hij was uiterst hoffelijk, boog zelfs voor sommige klanten, sprak een uiterst verzorgd Nederlands en wilde, geheel in de bijna aristocratische traditie van de Haagse zaak, nooit

over geld en rekeningen spreken. Soms stuurde hij een nota. Die was dan geadresseerd aan 'De Weledelgeboren Heer de Heer'. Dat is de licht overdadige verfijning van het Lange Voorhout, de enige weledelgeboren plek van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden