Lange periode van kastijding wordt beloond

Ze aarzelt nog, maar als Jenny Gal afscheid neemt, neemt ze waardig afscheid. Met Olympisch brons. De 26-jarige Haarlemse die in haar diepste geen vechtster is maar door coach Van der Geest tot op het bot leerde gaan, schaarde zich gisteren in de klasse tot 61 kilo bij Mark Huizinga...

HANS VAN WISSEN

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

ATLANTA

Dat de oudste van de gezusters Gal met één armklem twintigduizend gulden rijker werd, zal ze misschien pas over twee dagen beseffen. Want als Jessica en zij met presteren bezig zijn, bestaat er niets anders dan sportieve gedrevenheid. Dan mag niets de concentratie verstoren, dan moet er opperste agressie zijn, dan moet de tegenstander vermorzeld worden.

Jarenlang verbleef Jenny in de schaduw van haar zus, die fanatieker, harder en vooral egocentrischer was. Ze erkende pas laat dat het verschil in karakter samenhing met het verschil in successen; dat Jessica's triomfen geen toeval waren, zoals ze lang had gedacht. Toen Cor van der Geest bij het Haarlemse Kenamju (sportnaam Ken Amper Judoë) dat besef bijbracht en haar voorhield dat ze niet langer moest laveren, begon een lang proces van kastijding waarin 'emmers met tranen vloeiden'.

Vele malen had Jenny Gal op het punt gestaan haar carrière af te breken. In 1989, toen ze verliefd werd op een Franse jongen en pas een jaar later met het hoofd uit de wolken kwam. Eind 1991, toen haar vriend een fatale vorm van kanker bleek te hebben. En bij vlagen in 1993 en 1994, toen de sportieve resultaten steeds slechter werden, met als dieptepunt het EK van Gdansk.

Tijdens het louterings- en hardingsproces zocht ze sportpsycholoog De Ridder op die duidelijk maakte dat ze haar aandacht op één punt diende te richten. Dat de spanning haar soms bij de keel greep, wist ze al. Het was vooral de genadeloze aanpak van Van der Geest die de nieuwe Jenny Gal vormde. De Gal die vorig jaar in Birmingham Europees titelhoudster werd en later bij de WK van Shiba de tweede plaats bereikte.

Haar presteren was constant geworden, zoals ze onlangs aantoonde met een derde positie bij de EK van Den Haag en natuurlijk vooral op háár Olympische dag. 's Werelds beste judoka in het grondgevecht moest, in de halve finale, alleen buigen voor de latere Japanse winnares Yuko Emoto, die in de finale te sterk bleek voor de de Belgische Europees kampioene Vandecaveye.

Bijzonder uitgelaten was Jenny Gal niet, maar dat zou ze waarschijnlijk alleen bij de uiteindelijke triomf zijn geweest. Toch keek ze niet in wrok om naar de verliespartij die de weg naar de eindstrijd blokkeerde. De vraag of zij niet evengoed Olympisch kampioene had kunnen zijn, was een zinloze: 'Nog acht anderen hadden dat kunnen zijn, al mijn tegenstandster ook, behalve de eerste.

Die eerste was de zwakke Canadese Buckingham maar al meteen in de volgende ronde trof Gal de Cubaanse Zulueta Beltran, die in 1993 al derde was bij de WK. Het werd een van die typische intense Gal-gevechten waarin de afgestudeerde bewegingswetenschapster inderdaad alle bewegingen mobiliseerde die haar repertoire bevat. Met een houdgreep leek ze ippon (vol punt) te scoren maar tot grote woede van de opspringende Van der Geest werd de houdgreep 'onderbroken' verklaard. Toch ging de zege duidelijk naar de Nederlandse.

Zo stond Gal al na twee partijen in de halve finale, waarin ze zeker niet kansloos leek. Emoto bezat voor Atlanta slechts een bescheiden reputatie, ze kwam dit jaar niet verder dan een vijfde plaats bij de Aziatische Spelen. Bovendien blesseerde de Japanse zich al snel aan de pols en riep ze om assistentie van de ploegarts. Maar na behandeling was niets meer van het ongemak te bespeuren. Integendeel Emoto bracht Gal met nog anderminuut te gaan met de voet enigszins uit balans. Terstond werd een koka (lichtste waardering) genoteerd en moest Gal in de aanval. Emoto verdedigde zo passief dat de scheidsrechters de stand heel wel gelijk hadden kunnen trekken, vanwege de Japanse passiviteit, maar ze deden het niet. Van der Geest was er woest om: 'Het had gewoon een straf moeten zijn. Dat is zuur.' Jenny zelf was bescheidener: 'Het had misschien een shido kunnen zijn.

Van der Geest moest na de nederlaag schreeuwen zoals hij in Barcelona tegen Jenny had geschreeuwd. Die had zich na verlies in de halve eindstrijd destijds niet over de teleurstelling heen kunnen zetten en ging in de strijd om het brons erbarmelijk ten onder. Ditmaal hielp de luidruchtige bemoediging van Van der Geest wel.

Jenny Gal stond geladen tegenover de Turkse Ilknur Kobas die verrassend uit de herkansingen was gekomen. Het meisje was vijf jaar geleden tweede bij de EK jeugd op Papendal geweest maar had sindsdien weinig meer van zich laten horen. Dat was gisteren anders, vooral toen Jenny Gal een armklem aanlegde die volgens Kobas was onderbroken en dus niet telde. Maar Jenny was al juichend opgesprongen, in de wetenschap dat het gevecht was beslist. De scheidsrechters gingen nog wel kort in conclaaf maar stelden Gal in het gelijk. Erica Terpstra kon voor de derde maal bij het judotoernooi met een stralende lach naar de boarding.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden