Lange lome stiltes en jankende gitaar in Nederlandse western

April 1864-1889 van Peer Wittenbols door De Federatie, regie: Rob Ligthert. In Sfinxgebouw Maastricht, 19 juni. Daar t/m 5 juli....

MARIAN BUIJS

Eén keer schieten ze hun revolvers leeg op een onzichtbare prooi. Oorverdovend schalt het geknal door de voormalige fabriek. Na een krankzinnig jachtritueel hebben de mannen hun holsters omgegord om daarna rond te sluipen op zoek naar het wezen dat hen beloert. En daar tuimelt ze omlaag als aangeschoten wild, een mooie vrouw die hun hele wereld omver zal gooien: April.

In één klap zijn ze geraakt in hun hart. Ook April. Want over hartepijn gaat het in deze 'Nederlandse western' April 1864-1889. Net als in hun vorige producties is het ook nu weer de wonderlijke taal van schrijver Peer Wittenbols die De Federatie met kop en schouders laat uitsteken boven andere kleine theatergroepen.

Het ene moment zijn het karikaturen, de sheriff, diens vrijlustige dochter Hank, Burk de paardentemmer en Wekker de smid. Ze leveren commentaar op zichzelf, benoemen hun gevoelens, maar even later zijn ze weer zo levensecht dat ze ondanks hun groteske trekjes weten te ontroeren.

Anders dan in eerdere voorstellingen van De Federatie waarbij het publiek op de lip zat van de spelers, is er nu afstand. In de schilderachtige loods van de voormalige Sfinxfabriek in Maastricht gaapt er een groot trapgat tussen tribune en speelvloer. De speelruimte is immens. Trekt een acteur de aandacht, dan kun je hem volgen tot in de verste uithoek van de ruimte.

Het lijkt alsof we kijken naar een filmset waar een western zal worden gedraaid. Het is een afgelegen plek, dat zie je zo. Een mysterieuze paardenziekte die verdacht veel lijkt op wat er met de koeien is gebeurd, heeft de bewoners geïsoleerd. Zelfs de merrie van Burk sterft. En wat moet een paardentemmer zonder paarden? Dit afgesloten niemandsland geeft alle aanleiding voor melancholieke, onmogelijke verlangens.

De sheriff mijmert onophoudelijk over zijn in het kraambed gestorven vrouw, telkens vertelt hij zijn dochter over de gruwelijke aanblik van haar geboorte. Burk is heimelijk verliefd op de romantische smid die vrijt met de dochter van de sheriff. April raakt het hart van de sheriff, maar ook de smid loopt als een hondje achter haar aan. Waar moeten ze heen met al die turbulente gevoelens?

Door alle acteurs wordt er voortreffelijk gespeeld, maar de ster van de avond is Hans Hoes als de sombere sheriff. Met een enkel gebaar krijgt hij het publiek ademloos stil. Hoe hij een dronkemansscène speelt, aandoenlijk en vol zelfspot, het is ongeëvenaard. En hoe geestig de anderen ook zijn, Remco Melles (Burk) die eruit ziet als een verwaarloosde poedel, Erik de Visser, de jonge Anne Martien Lousberg en Monic Hendricx, je wacht steeds tot die sheriff weer verschijnt.

Het is een mooie pastiche op de western vol geestige details waarin de weemoed alle ruimte krijgt. De tijd gaat hier in een slakkengang en die traagheid maakt zich ook meester van de voorstelling zelf. Op den duur doet dat tempo een aanslag op ons uithoudingsvermogen. Maar mooi zijn ze wel, de lange, lome stiltes waarin de gitarist zijn snaren laat janken en de acteurs wijsheden zeggen als 'liefde en mooie woorden zijn onbekenden van mekaar'.

Misschien moet regisseur Rob Ligthert het rode potlood nog wat steviger hanteren. Al zou wat slijpwerk geen kwaad doen, vast staat wel dat De Federatie weer een juweel aan zijn repertoire heeft toegevoegd.

Marian Buijs

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden