Lang leve de kloof

Niet de kloof tussen kiezer en gekozene is het probleem; maar juist de geforceerde pogingen van politici om die kloof te willen dichten....

Zou het helpen als Mariëtte Hamer als fractievoorzitter van de PvdA werd vervangen door iemand die beter uit zijn woorden komt? Zou de VVD er weer bovenop komen als Mark Rutte plaats zou maken voor iemand die zichzelf niet voortdurend overschreeuwt? Kan het CDA Wilders in de peilingen van zich afhouden als de fractie wordt geleid door iemand die meer wil zijn dan de slippendrager van de minister-president?

Sinds de televisie allesbepalend is voor het beeld dat de kiezer zich vormt van de politiek en politici, is een goede presentatie een eerste voorwaarde. Alexander Pechtold weet er alles van. Het echte probleem zit echter dieper. Ook de spreekvaardigheid van sommige PVV-Kamerleden houdt niet over, maar wat de populistische volksvertegenwoordigers gemeen hebben, is dat hun boodschap altijd glashelder is en getuigt van een onaantastbaar geloof in het eigen gelijk. De onzekerheid en richtingloosheid van de gevestigde partijen steekt daar schril bij af.

Het probleem van de meeste partijen is het probleem van de politiek-bestuurlijke elite in bredere zin: een ernstig gebrek aan zelfvertrouwen, resulterend in een wanhopig zoeken naar een manier om de kiezer te behagen. Maar waarom zou die zijn vertrouwen stellen in politici die amper nog in zichzelf geloven?

Een van de meer standvastige ministers in het huidige kabinet is Guusje ter Horst. Toch zat de PvdA-bewindsvrouwe ernaast toen zij deze zomer een oproep deed aan de intellectuele elite in opstand te komen tegen de respectloze manier waarop gezagsdragers tegenwoordig worden bejegend. Haar verontwaardiging daarover was terecht, maar zij liet helaas na de rol van de politieke elite zelf aan de orde te stellen.

Meer ter zake was de oproep aan de elite zijn verantwoordelijkheid te nemen die Michael Zeeman in 2002 deed in zijn dankwoord bij het in ontvangst nemen van de Gouden Ganzenveer. Hij hekelde bij die gelegenheid ‘de geest van malaise’ in de Nederlandse culturele instituties en het gebrek aan innerlijke overtuiging bij de culturele, politieke en journalistieke elites.

Zeeman richtte zijn verwijten vooral aan het adres van de universiteiten en de publieke omroep, waar de elite in plaats van een voorbeeld te stellen, vooral bang was elitair te worden gevonden. Zijn kritiek treft de politieke elite niet minder, om over het collectieve falen van de economische elite maar te zwijgen.

Sinds Pim Fortuyn een einde maakte aan de Paarse zelfgenoegzaamheid staren we gebiologeerd in de kloof die hij blootlegde. De kloof tussen kiezer en gekozene, tussen regering en onderdanen, tussen elite en het gemene volk.

Hoewel de gevestigde partijen inmiddels meerdere punten van de populistische agenda hebben overgenomen, lukt het maar niet Wilders op afstand te houden. De PvdA heeft daarbij de ondankbare taak zich ook nog tegen de populisten van links te moeten verweren. Wie voortdurend naar links en naar rechts buigt, wordt vanzelf onherkenbaar.

Populistische agenda
De crisisbestendigheid van de coalitie zal de komende tijd nog danig op de proef worden gesteld. Dat vraagt om politici die stevig in hun schoenen staan. Politici die vertrouwen op eigen kracht in plaats van zich de populistische agenda te laten opdringen. Niet de kloof is het probleem, maar de geforceerde pogingen die te willen dichten. Tot dusverre werd op twee manieren geprobeerd de populisten de wind uit de zeilen te nemen. Ten eerste door het overnemen van hun agenda. Dat heeft de gevestigde partijen weinig geholpen, eerder hun geloofwaardigheid verder aangetast.

De middenpartijen zullen nooit de aantrekkingskracht van de populisten kunnen evenaren zonder zichzelf te verloochenen. De burger kiest dan liever voor het origineel. Wie denkt de populisten de wind uit de zeilen te kunnen nemen door hen na te praten, miskent de ware aard van het populisme. De tweede manier is hervorming van het politieke bestel, de weg die al meer dan veertig jaar vergeefs wordt gepropageerd door D66. Referenda, een districtenstelsel en direct gekozen publieke ambtsdragers zouden de betrokkenheid van de burger vergroten en daarmee de kloof verkleinen. Ook hier wordt een illusie nagejaagd.

In een ideale samenleving zouden vrije burgers zichzelf besturen. Montesquieu besefte al dat zoiets onmogelijk is en ook niet gewenst. De representatieve democratie stoelt op de gedachte dat burgers niet in staat zijn zelf alle belangen tegen elkaar af te wegen, maar wel in staat zijn vertegenwoordigers aan te wijzen die dat namens hen doen. Zo’n systeem kan alleen functioneren met een elite die bereid is die verantwoordelijkheid op zich te nemen.

De populistische opvatting dat democratie hetzelfde is als uitvoering geven aan ‘de wil van het volk’, is even simplistisch als gevaarlijk. De kwaliteit van een democratie blijkt in de eerste plaats uit de omgang met minderheden. Een volksvertegenwoordiger is meer dan een doorgeefluik. Politiek is kiezen tussen soms tegenstrijdige eisen. Een goede volksvertegenwoordiger is daarom iemand die de kiezer niet bij voorbaat naar de mond praat, maar hem ook durft tegen te spreken. Leiderschap bewijst zich niet in het volgen van meerderheden, maar in het creëren van meerderheden.

Twee jaar geleden shockeerde minister Ter Horst de voorstanders van politieke vernieuwing met een hartstochtelijke verdediging van de door de Kroon benoemde burgemeester. Sinds gemeenteraden als resultaat van de ‘dualisering’ in een soort stadsparlementen zijn veranderd en wethouders sneller de laan uitvliegen, is er volgens haar juist meer behoefte aan een autoriteit die boven de partijen staat en voor het broodnodige evenwicht en continuïteit kan zorgen. Ook een door de gemeenteraad gekozen burgemeester kon om die reden in haar ogen geen genade vinden, daar deze afhankelijk zou blijven van de partijen die hem in het zadel hadden geholpen.

Haar betoog kwam in feite neer op een eerherstel voor de regent. Bij alle bedenkingen die men daarbij kan hebben, blijft haar stelling overeind staan dat meer democratie niet per definitie de kwaliteit van de democratie verbetert. Er bestaat geen overtreffende trap van democratie.

Hoe die onvrede dan wel weg te nemen? Hoe kan, met andere woorden worden bereikt dat het vertrouwen in de politiek als sturende kracht wordt hersteld, ook als dat betekent dat niet iedereen zijn zin krijgt? Nederland is vanouds een egalitaire, burgerlijke samenleving. Het begrip elite heeft in ons land dan ook vooral een negatieve bijklank, omdat het al snel wordt vereenzelvigd met elitair.

Voor links viel de elite doorgaans samen met de ‘regenten’; de vertegenwoordigers van de gevestigde – kapitalistische – orde die de hervorming van de maatschappij in de weg stonden. De ironie van de geschiedenis wil dat populisten de elite juist vereenzelvigen met links. Het zijn nu de hoog opgeleide, goed verdienende links-liberale intellectuelen uit de Amsterdamse grachtengordel die in de ogen van Wilders c.s. elkaar de bal toespelen en het volk buiten de deur houden.

In het kader van een debat georganiseerd door het dagblad Trouw trok de politicoloog Wouter van der Brug, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, vorig jaar een parallel met de jaren zeventig. Een onzekere politieke elite werd toen uitgedaagd door een zelfbewuste linkse beweging met een rotsvast geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Veertig jaar later komt de uitdaging van rechts. Ook nu heeft een al even onzekere elite geen adequaat antwoord op de stormloop van de populisten, die een niet minder groot maakbaarheidsgeloof tentoonspreiden.

Een verschil met toen is dat de kiezer inmiddels nog verder op drift is geraakt en de grote partijen onder de invloed van de ontzuiling en ontideologisering iedere ambitie lijken te hebben verloren. Samengeklonterd in het midden zijn zij amper nog herkenbaar. Gedetailleerde regeerakkoorden maken van het parlement een stempelmachine van de uitvoerende macht.

Gebrek aan zelfvertrouwen
Op een moment dat Europa, globalisering en immigratie de kiezer naar een houvast doen verlangen, geven de grote partijen niet meer thuis. Nadat eerst de overheidstaken zijn geprivatiseerd, is ook de moraal uitbesteed aan de markt. Het resultaat is een angstig en boos electoraat tegenover politieke partijen die op hun beurt bang zijn geworden voor de kiezer.

De neergang van de gevestigde partijen en het gebrek aan zelfvertrouwen bij de politieke elite zijn twee kanten van dezelfde medaille. Herman Tjeenk-Wllink, vice-voorzitter van de Raad van State, wees er op dat politici door de ontzuiling steeds meer op zichzelf zijn teruggeworpen, hun ‘houdbaarheidsdatum’ beperkt is en de doorstroming groot. Het belemmert, aldus Tjeenk-Willink, de ontwikkeling van een politiek-bestuurlijke elite, geworteld in de maatschappij en zich bewust van de waarde van democratische instituties.

De elite vormt uiteraard geen homogeen geheel. De politieke elite valt niet bij voorbaat samen met de economische, culturele of academische elite. Wat hen verbindt is dat hun leden posities bekleden die een zekere maatschappelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengen. Ook toen het volk nog niets had in te brengen, waren de regenten zich daarvan bewust.

Het Nederlandse zuilenstelsel had onmiskenbaar paternalistische trekken, maar stond tegelijkertijd garant voor een grote mate van politieke stabiliteit. Het systeem functioneerde dankzij een elite die de onderlinge contacten onderhield . Het was afgelopen toen de elite geen raad wist met de emancipatiebewegingen die in de jaren zestig opkwamen.

De zuilen zijn inmiddels gesloopt, de secularisatie is nagenoeg voltooid. Het verloren zelfvertrouwen heeft de politieke elite nooit meer weten te herwinnen. In plaats daarvan lijken de vertegenwoordigers er eer in te leggen net zo gewoon te doen als iedereen. Het is echter een misverstand dat kiezer en gekozene op voet van gelijkheid met elkaar zouden moeten verkeren. Gezag vereist juist enige afstand. Dat de geëmancipeerde burger anno 2009 niet meer op dezelfde licht neerbuigende manier wil worden behandeld als in de jaren vijftig, wil niet zeggen dat hij meer respect krijgt voor een politicus of bestuurder die zijn best doet geen gezag uit te stralen.

De oproep die Zeeman zeven jaar geleden deed, heeft nog niets aan actualiteit ingeboet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden