‘Lang doorwerken is een voorrecht’

Neerlands machtigste vrouw, Neelie Kroes, wil meer vrouwen aan de top. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen is via quota, denkt zij....

Ze stelt zich voor als ‘Neelie’ bij het handen schudden, en vraagt de fotograaf kordaat of de journalisten niet alvast kunnen beginnen met het interview: ‘Zijn we lekker efficiënt.’

Eurocommissaris Neelie Kroes (66) poseert geroutineerd op een glazen vergadertafel in haar ruime, lichte kantoor op de tiende etage van het Berlaymontgebouw, de hoofdzetel van de Europese Commissie. Ze draagt paarse pumps en een fleurig gebloemde zomerjurk tot over de knie. Haar nagels zijn lang en vuurrood gelakt.

‘Moeten mijn lippen nog gestift’, vraagt ze de fotograaf. Kroes is ontspannen: je ziet meteen hoe de ‘netwerkkoningin’ op borrels of recepties met iedereen even makkelijk een praatje aanknoopt en zo haar ‘boodschappenlijstje afwerkt’, zoals ze het ooit zelf omschreef.

Waarom was u zo’n goede netwerker?

‘Ik bedacht altijd: wie wil ik spreken en waarover? Oprechte interesse in mensen is daarbij fundamenteel. Als je contact zoekt enkel en alleen om iets te bereiken, heeft de ander dat direct door.’

Sinds Kroes over de belangrijkste portefeuille van Brussel gaat, Mededinging, wordt ze doorlopend zelf op feestjes en recepties aangeklampt door lobbyisten voor deze regering of gene firma. Maar daar heeft ze wel begrip voor. ‘Het gaat vaak om grote belangen.’ Trucs van de mensen die haar benaderen, herkent ze feilloos. ‘Soms denk ik: dat had ik wel even anders aangepakt, dat is niet slim wat je doet. En soms denk ik: wat doe je dat goed. Maar uiteindelijk: je kunt me veel verwijten, maar niet dat ik niet objectief of rechtvaardig ben.’

De meest gevreesde kartelbedwinger ter wereld, zo noemde de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal haar. Als eurocommissaris voor mededinging maakt Kroes royaal gebruik van haar bevoegdheid om bedrijven te beboeten voor verboden prijsafspraken, monopoliegedrag, het ontvangen van staatssteun of onderlinge marktverdeling.

Bedrijven die daarvan verdacht worden, moeten direct geld apart zetten. Zo maakte KLM vorige week haar kwartaalcijfers bekend: een verlies van 542 miljoen euro. Belangrijkste oorzaak: het bedrijf moest 530 miljoen euro op een geblokkeerde rekening zetten voor een mogelijke boete. In maart deden inspecteurs van de mededingingsautoriteit invallen in de hoofdkantoren van KLM en andere Europese luchtvaartmaatschappijen, omdat Kroes hen ervan verdenkt illegale prijsafspraken te hebben gemaakt. Het onderzoek loopt nog.

Ze haalt verreweg het meeste geld binnen voor de Europese Unie: vorig jaar heeft ze een recordbedrag van 3,3 miljard euro aan boetes uitgedeeld. Onder meer aan een kartel van liftfabrikanten (992 miljoen), Nederlandse bierbrouwers (274 miljoen) en rubberproducenten (243 miljoen). Het geld van de boetes wordt verdeeld onder de lidstaten. Softwarebedrijf Microsoft kreeg een recordboete opgelegd van 899 miljoen euro.

Haar kantoor is schaars gemeubileerd, met veel glas, staal en moderne kunst. Achter haar werktafel heeft ze met magneetjes een paar fotoprints opgehangen van haar enige kleinkind.

Op de glazen vergadertafel ligt één voorwerp: een baksteen met daarop het woord ‘no’. Die vond ze in de duinen bij Wassenaar. Met veelbetekenende blik: ‘Op de dag vóór het Nederlandse ‘nee’ tegen de Europese Grondwet.’ Waarom ze hem hier heeft liggen? ‘Er komen hier heel veel mensen langs die natuurlijk van alles willen en vragen. Daarom leg ik hem alvast op tafel.’

Het typeert Kroes: ze maakt graag gebruik van beeldspraak en antwoordt zelden direct op een vraag. In plaats daarvan pakt ze van tijd tot tijd als afleidingsmanoeuvre een object uit een lade of van een stapel om haar punt te maken. Of omzeilt ze de vraag door zinnen onafgerond te laten en haar taalgebruik te doorspekken met verhaspelde spreekwoorden en gezegden.

U duikt inmiddels op in lijstjes van machtigste mensen ter wereld, zoals die van Time en Forbes. Hecht u daar waarde aan?

‘Het woord macht heeft voor mij een negatieve connotatie. Invloed, dat vind ik een stuk positiever klinken. Ik héb invloed op deze plek. Dat is een feit. Maar dat soort lijstjes geven wel aan dat het werk wat hier gedaan wordt ertoe doet en dat men zich daar bewust van is.’

Wat doet dat met u persoonlijk, dat u degene bent die miljoenenboetes kan uitdelen? Geeft dat een kick? Bezorgt het u slapeloze nachten?

‘Geen van beide. Het is een gevolg van wat er gebeurd is bij die bedrijven. We leggen niet voor niets een boete op. Het enige instrument om eerlijke concurrentie te bevorderen op de reusachtige eengemaakte Europese markt van 27 landen en bijna 500 miljoen burgers, is deze portefeuille.’

Hebben uw beslissingen u vijanden opgeleverd?

‘O, ongetwijfeld. Mijn lijst met vrinden zal ongetwijfeld krimpen, maar ik geloof er nooit zo in dat mensen zoveel vrienden hebben. Dus laat mij mijn hechte vrinden koesteren, dat is voldoende.’

Voor uw aantreden twijfelden veel critici, ook in het Europese Parlement, openlijk aan uw objectiviteit, vanwege uw banden met het bedrijfsleven.

‘Dan ben je besmet, werd gezegd. Maar het tegendeel is waar, ik weet juist hoe het in de keuken gaat, want daar heb ik zelf gestaan.’

Wegkijkend: ‘Dat was niet het meest gezellige onderhoud dat ik in het Parlement heb gehad.’

Nu hebben haar grootste critici van destijds toegegeven dat ze zich toen in haar vergist hebben. ‘Men is zich langzaam bewust van het belang van mijn werk voor de Europese economie.’

Onlangs heeft u zich uitgesproken vóór quota voor vrouwen in topposities. Als beginnend staatssecretaris zei u: mijn vrouw-zijn heeft mijn loopbaan nooit beïnvloed. Vanwaar die omslag?

‘Bij mij is het allemaal redelijk goed gegaan, maar dat is niet voor iedereen weggelegd. Het duurt te lang voordat vrouwen doordringen tot de top. De glazen plafonds zijn er nog altijd.’

Aanvankelijk had u het nog over een gedragscode of -verandering, waarom nu over quota?

‘Iedereen práát mooi, maar het levert nog niets op. We kunnen het ons helemaal niet permitteren om zoveel talent te laten liggen. Kijk maar naar landen waar wel met quota gewerkt wordt.

‘Ik ben zélf het product van een quotasysteem en daar ben ik trots op. Ik was hier nooit gekomen als Barroso (de Portugese voorzitter van de Europese Commissie, red.) geen quotum had ingesteld. Hij wilde per se acht vrouwen, en Nederland wilde wel een vrouw leveren in ruil voor de belangrijke mededingingsportefeuille. Anders – dat weet ik zeker – had hier een Nederlandse man gezeten, op een andere portefeuille.’

Vindt u dat niet bezwaarlijk, dat u niet alleen op talent bent uitgekozen, maar ook op geslacht?

‘Nee hoor. Je moet het daarna wel waarmaken. Dat is keihard, maar dat is de uitdaging en daar zet ik mijn schouders onder.’

De fotograaf vraagt of ze nog een keer in de lens kan kijken. Kroes schakelt om, tovert een waarachtige glimlach om haar mond en gaat elegant rechtop zitten.

Beneden lijken de mensen die op en rond de terrasjes krioelen net mieren. De meeste EU-ambtenaren gaan dagelijks uitgebreid lunchen ‘op z’n Brussels’, maar de Nederlandse eurocommissaris doet dat zelden: ‘In het begin moest ik vreselijk wennen. Ik hoef niet steeds uitgebreid te eten. En bovendien kan ik die tijd heel goed gebruiken om stukken te lezen.’ Kroes staat om zes uur op, is voor half negen op kantoor en verlaat het pand meestal niet voor diezelfde tijd ‘ s avonds. Via ‘een kop soep’ in ‘een café op de hoek’ keert ze huiswaarts. ‘Dat kan natuurlijk alleen omdat ik geen partner en kinderen heb die thuis op me zitten te wachten.’ Of vrouwen met een topbaan überhaupt wel een relatie kunnen hebben? ‘Het kan alleen als je partner geen eisen stelt. Er moet wederzijds begrip zijn.’

U was al jong ambitieus in een tijd waarin dat voor vrouwen helemaal niet vanzelfsprekend was. Waar komt dat vandaan?

‘Het is een soort innerlijke drive, denk ik. Ik ben grootgebracht in een ondernemersgezin. Mijn vader was een startend ondernemer, mijn moeder zat thuis te wachten met de pot koffie. Eén ding wist ik zeker: dát wilde ik niet. Het ondernemende van mijn vader trok mij veel meer.

‘Mijn ouders wilden mij de kans geven te studeren als ik mijn best zou doen. Dus zittenblijven was er niet bij en piepen ook niet. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: anders ga je maar een baantje zoeken. Ik hield mezelf voortdurend voor: het is een voorrecht dat je mag gaan studeren en dat moet je dan ook wel goed doen.’

Heeft u dingen moeten laten voor uw carrière?

‘O ja!’ Roept theatraal uit: ‘Als het mooi weer is, ga ik niet naar het strand. Je kunt niet zomaar zeggen: ik ga met vriendinnen de stad in.

‘Ik behoor zo’n beetje tot de eerste generatie vrouwen die carrière wilden maken. De keuze om als moeder buitenshuis door te blijven werken moest je in mijn tijd elke keer weer verdedigen, terwijl mijn mannelijke collega’s dat soort vragen nooit kregen.’

‘Kijk’, zegt ze aanmoedigend, ‘zo moet het!’ Ze houdt een ansichtkaart omhoog met daarop de bekende propagandaplaat uit de Tweede Wereldoorlog van de Amerikaan J. Howard Miller, die vrouwen wilde aansporen aan het werk te gaan in de fabrieken terwijl hun mannen vochten aan het front. Een huisvrouw met een theedoek om het hoofd geknoopt heeft haar mouw opgestroopt en laat een gespierde arm zien. ‘We can do it!’ staat er in vette letters boven gedrukt.

‘Jullie gaan langer werken dan de oudere generatie.’ Kroes corrigeert zichzelf glimlachend: ‘Dan de méésten van de oudere generatie. Tot je zeventigste waarschijnlijk. Overigens vind ík het een voorrecht om zo lang te werken.’

Hoe bent u in de politiek beland?

‘Heel down-to-earth. Na mijn afstuderen werkte ik als wetenschappelijk medewerkster. Ik hield me bezig met vervoer- en haveneconomie en merkte dat er een heleboel anders moest op dat terrein, maar dat er nooit iets veranderde.

‘Ook in de Kamer van Koophandel, waar ik inzat als eerste vrouw in Nederland, kwamen we altijd weer bij dezelfde problemen uit. Ik dacht: als ik veranderingen tot wil stand brengen, moet ik de politiek in, bij de VVD in mijn geval.’

Kroes begon als gemeenteraadslid verkeer- en vervoerzaken in Rotterdam. Op haar dertigste kwam ze in de Tweede Kamer terecht. Het was 1971, en de weinige vrouwen in het parlement moesten genoegen nemen met de ‘zachtere’ portefeuilles. ‘Met Hans Wiegel, op dat moment fractievoorzitter, moest je bespreken welke commissies je toebedeeld kreeg. Ik was de jongste, de nieuwste, en Hans vroeg aan mij: wat zou je willen doen? Ik zei: Verkeer en Waterstaat, en Economie. Toen zei hij: Verkeer en Waterstaat, oké, maar geen Economische Zaken. Ik sputterde tegen, omdat niemand anders in de fractie economie had gestudeerd. Wiegel zei: dat wordt goed door anderen afgedekt, jij gaat kleuteronderwijs doen. Daar had ik hélemaal niets mee. Maar Hans zei: je mag kiezen: Of je krijgt niets, óf dat pakket.’

In 1989 verliet u na achttien jaar de politiek. U liet doorschemeren in te zijn voor een bestuursfunctie. Maar Nederlandse bedrijven hapten niet toe.

‘Ik kreeg wel aanbiedingen uit het buitenland, dat is het fascinerende. Maar daar ben ik toen niet op ingegaan omdat mijn toenmalige man zei: als je dat doet, stap ik op. En dat was niet de bedoeling. (glimlacht) Later gebeurde het toch, maar goed.’

Uit welke hoek kwam die aanbieding uit het buitenland?

‘Aanbiedingén. Maar ik ga niet zeggen welke. ’

Na een decennium durend presidentschap van universiteit Nyenrode werd Kroes benaderd voor het eurocommissariaat. ‘Ik had nog nooit aan een eurocommissarispost gedacht. Toen de Nederlandse regering en de VVD-fractievoorzitter destijds vroegen om me hiervoor kandidaat te stellen, zei ik: kom op, je bent absoluut niet aan het goede adres. Maar ze bleven aandringen. En dan vind ik: op een gegeven moment kun je, als de regering een beroep op je doet, niet weigeren.’

Waarom twijfelde u?

‘Het was financieel een grote aderlating (Kroes verdient nu als eurocommissaris 270.363 euro bruto per jaar, dat is anderhalf keer zoveel als premier Balkenende, red.), en bovendien werd mijn vrijheid beknot. Ik moest alles opgeven: commissariaten en andere nevenfuncties.’

En, doet u het goed? Of wilt u dat niet van uzelf zeggen?

‘Waarom zou ik dat niet mogen zeggen? Dat vind ik valse bescheidenheid, dat zou niemand geloven.

‘Maar ik doe het natuurlijk niet alleen. Ik heb ruim zevenhonderd medewerkers.’

Niet het enorme ambtenarenapparaat dat mensen zich bij Brussel voorstellen, benadrukt ze. ‘Als ik dat vergelijk met het ministerie van Verkeer en Waterstaat, hebben we het alleen over de afdeling die over de kanalen gaat.’

Hoe is uw contact met de andere eurocommissarissen?

‘Met de vrouwen ga ik geregeld een hap eten, dan houden we wat je vroeger ‘theekransjes’ genoemd zou hebben.’

Ze glimlacht even, denkt na en gaat weer verder: ‘Dat had ik eerder willen zeggen: een of twee vrouwen in een team zetten helpt niet echt. Dat heb ik zelf ook ervaren: ik heb een keer in een ministerraad gezeten als enige vrouw, en een keer met nog één vrouwelijke collega. Dan pas je je aan aan de spelregels en cultuur van de mannen. Pas als er een aantal vrouwen zijn krijg je ineens die ommezwaai. Er zetelen nu negen vrouwen in de Commissie, op een totaal van 27. Dat maakt zoveel verschil: die meiden kletsen korter, zijn veel meer to the point. Met alle respect voor mijn andere collegae: we vergaderen heel anders.’

Zou u deze baan omschrijven als het hoogtepunt van uw carrière?

‘Ik heb nooit een saaie baan gehad. Woorden als ‘bekroning’ of ‘beloning’ zou ik niet gebruiken, die termen passen niet bij me. Ik ben a. nog lang niet klaar en b. doe ik wat ik interessant vind.’

In het verleden bent u beschuldigd van ongeoorloofd nauwe contacten met mensen die niet geheel zuiver op de graat waren, zoals met Jan-Dirk Paarlberg (vermeend ‘bankier’ van Willem Holleeder, red.).

Kroes verstrakt onmiddellijk: ‘Onterecht. Totaal onterecht. Jullie zijn overigens de eersten van de Volkskrant die weer een interview krijgen. Als mensen mij terecht beschuldigen, dan moet ik mijn argumenten geven. Maar als ik onterecht beschuldigd word, word ik rabiaat.’

In 2009 loopt uw mandaat af. Gaat u voor een tweede termijn als eurocommissaris?

‘Het werk is niet klaar, maar het is de Nederlandse regering die bepaalt wie voorgedragen wordt, dus we zien wel.’

Maar u zou wel willen?

‘Ik zeg dat het werk niet klaar is.’

U heeft bij uw aanstelling wel beloofd om niet meer terug te gaan naar het bedrijfsleven.

‘Ik ben nu 66. Als ik hier klaar ben, ben ik bijna 69, dus laat ik maar even kijken.’

U klinkt niet bepaald alsof u wilt stoppen met werken.

‘Ik ga zeker geen rozen kweken als je dat bedoelt, even los van het feit dat ik dat niet kan.’

Ze heeft nergens spijt van, zegt ze. ‘Het heeft geen zin te denken: ‘als dit’ of ‘als dat’. Ik ben nogal vooruitkijkerig. Alles heeft zijn zin gehad, al met al ben ik van elke fase wijzer geworden. Er zit nu een heel gelukkig mens tegenover jullie.’

Ze wil blijven werken ‘tot haar laatste snik’. ‘En ik hoop dat dat nog heel lang mag duren.’

Bij het verlaten van het kantoor wijst Kroes op een affiche van een Europese campagne die kansen bepleit voor mensen van alle leeftijden. Een oudere dame in circusoutfit vraagt verbaasd: Too old for the job? ‘Kijk, daar draait het allemaal om’, zegt ze.

Ze vraagt de verslaggeefsters waar zij over tien jaar willen staan. ‘Geen hoofdredacteur? Dat had ik eigenlijk verwacht.’

Het is inmiddels kwart over zes. Ze loopt mee tot aan het bureau van haar secretaresse en vraagt: ‘What’s next?’ *

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden