Landschap

Wat was het weer een mooie mediaweek!..

Het begon nog heel ingetogen met de herdenking van de watersnoodramp, maar al snel maakte het water plaats voor iets veel spectaculairders: de ontplofte raket, afgelopen weekend breeduit op televisie en op maandag bijkans nog brederuit in de kranten. Ontploffende raketten zijn typisch van die onderwerpen waarvan vooral mannelijke journalisten heel erg opgewonden raken. Diep in hen schuilt nog steeds het jongetje dat in juli 1969 mocht opblijven om naar de landing op de maan te kijken. Vanaf dat moment stond voor hem vast dat hij later piloot worden. Toen las hij The Right Stuff van Tom Wolfe en besloot dat de journalistiek ook heel spannend was.

Het hoogtepunt van de mediaweek was dinsdag, toen op twee televisienetten de programmering werd omgegooid ten faveure van twee bijzondere interviews: eentje met Saddam Hussein op Nederland 3 en eentje met Michael Jackson op Yorin. Dat beloofde nog een heel heen en weer-gezap.

Gelukkig was het interview met Saddam godsliederlijk saai. De man was in twaalf jaar tijd niet geïnterviewd en nu was er geen houden meer aan. De ene onnavolgbare krulzin na de andere rolde van zijn lippen en hij werd geen enkele keer hinderlijk onderbroken door een hijgerige journalist op jacht naar een lekkere soundbite. Het ging daarentegen helemaal over inhoud. De critici van de televisiedemocratie, de mediacratie, de beautycratie, de dramademocratie, de arenacratie en welke andere originele variaties op het thema ze ook verzinnen, zullen er derhalve wel mee in hun nopjes zijn geweest; maar wat een ellende.

Zijn ondervrager was dan ook geen journalist maar het Britse ex-parlementslid Tony Benn. Ik heb de goede man één keer een aarzelend 'mister president, may I ask...' horen mompelen en nog een keer iets over zijn kleinkinderen en hop, daar ging Saddam weer. Dat de gastenredactie van Nova voor de broodnodige duiding Willem Oltmans had gevraagd, was in al zijn dwaasheid toch ook een vondst; elk interview krijgt de duider die het verdient.

Nee, dan het vraaggesprek met Michael Jackson.

Dat werd wel afgenomen door een journalist. En wat voor een! Martin Bashir, de man die eerder Diana aan het huilen maakte. Meedogenloos, vasthoudend, onverzettelijk. Zei Michael dat hij maar twee neusverbouwinkjes had ondergaan? Bashir geloofde er niks van en vroeg keihard door. Dacht Michael dat het niet erg was om na het spelen nog even met een paar jongens na te stoeien in de slaapkamer? Bashir dacht van wel.

Hij deed me een beetje aan Felix Rottenberg denken, de deze week opgestapte anchorman van Nova. Die jaagt (joeg) iedereen tegen zich in het harnas, blaft (blafte) en brult (brulde) er op los, maar het levert (leverde) wel prachtige programma's op, waarvan ik van harte hoop dat hij ze blijft maken, desnoods voor Yorin. Hij noemt zichzelf nog steeds geen journalist, maar hij is het inmiddels natuurlijk wel.

En daar mag hij trots op zijn.

Oeps, wat zeg ik nu! Journalist en trots, dat is immers een contradictio in terminis. Als er één beroepsgroep een bloedhekel aan journalisten heeft, is het die van de journalistiek wel.

Hoe groot die hekel is zag je vorige week weer, bij die herdenking van de watersnood. Op weemoedige toon memoreerden journalisten die goede oude tijd, toen er goddank geen live televisie bestond en mensen nog gewoon netjes hun mond hielden als ze doodgingen. Erover praten had, zo zonder camera en microfoon in de buurt, toch geen zin.

Ik citeer Maarten Huygen in NRC Handelsblad: 'Al die ophef over Enschede en Volendam is nog geen garantie dat deze rampen minder snel worden vergeten. Zouden de Enschedese en Volendamse slachtoffers die aandacht kregen van tv en therapie minder ongelukkig zijn dan de Zeeuwen die familieleden zagen verdrinken en die alle aandacht moesten missen? Therapie en het erover kunnen praten zal wel ergens goed voor zijn, maar televisie en reeksen onderzoeken?'

Nergens las ik de verzuchting dat het zo ongelooflijk treurig was dat televisie en radio er níet met hun neus bovenop stonden.

Hadden ze dat wel gedaan, en was de televisiedemocratie/mediacratie/drama-democratie/arenacratie in de jaren '50 al een feit, dan zouden de Zeeuwen en Vlamingen vast en zeker gestoord zijn geworden van al die camera's, opschrijfboekjes en fototoestellen.

Maar ze zouden het water wel hebben zien aankomen.

Als de rivieren tegenwoordig vollopen, wordt de stijging van het water van millimeter tot millimeter in de nieuwsrubrieken bijgehouden. Van ontplofte raketten wordt elk neerstortend stukje gefilmd. De vorderingen in een dreigende oorlog worden op zeven netten tegelijk vertoond en in de kranten pagina's lang uitgesponnen.

Knettergek word je ervan, zeker. Maar de burger is nog nooit zo goed geïnformeerd geweest.

Leve de media!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden