Landschap van levenslijnen niet groter dan een waterdruppel

De wereldliteratuur kent slechts twee thema's: Liefde en Dood. Natuurlijk zijn er ook andere onderwerpen waarover je eventueel een aardig boek zou kunnen schrijven, maar in de grote werken gaat het om die twee, in al hun verschijningsvormen....

Vlak voor zijn dood verscheen een nieuwe bundel gedichten onder de weinig toepasselijke titel Stemtest. Weinig toepasselijk, omdat deze poëzie weliswaar goed klinkt, maar toch het best tot haar recht komt wanneer ze in stilte en eenzaamheid wordt genoten. Jellema is geen uitbundig woordmuzikant, maar een mijmeraar. Door het moment waarop de bundel uitkwam, is het onmogelijk de gedichten niet te lezen als commentaar bij Jellema's overlijden, hoewel hij waarschijnlijk nog kerngezond was toen hij het manuscript inleverde. Maar Jellema is als dichter nooit wezenlijk veranderd: ook dertig jaar geleden schreef hij al licht weemoedige gedichten over het ongrijpbare verband tussen lichaam en ziel, natuur en dood, God en mens.

Daarbij laat hij het raadsel steeds in stand, want zijn gedichten zijn nooit eenduidig. Jellema is een zoeker die grootse structuren vermoedt, maar niet kan bevatten. In het eerste gedicht van Stemtest staan twee vrienden bij zonsondergang onderaan een zeedijk:

Op de palm van jouw hand, in dat landschap

van gevormde levenslijnen, niet groter

dan een flinke waterdruppel

(. . .)

die babykrab, voorzichtig

van tussen de basaltblokken geraapt,

zijn onderkomen waar hij wachtte op de vloed.

Het onooglijke dier is 'verontrust/ dat bodem warmte geeft'. Wanneer het teruggevallen is in de 'veiligheid van spleten, zeezand, steen', laat het bij de beschouwer - en bij de lezer - een beeld achter, 'haast een naam'. De vrienden hebben dan het gevoel dat zij worden gezien, 'terwijl het water stijgt/ en in doorschijning spiegelt hoe de hemel kleurt'. Dat Jellema hier speelt met de gedachte aan de hand Gods, is duidelijk, maar wat het gedicht zo bijzonder maakt, is dat de krab bang is voor de tedere mensenhand en zijn heil zoekt tussen kille basaltblokken. Liever laat hij zich meevoeren in het kosmisch verband van de vloed, zoals ook de heren in het landschap verzinken.

Omdat het gedicht het eerste uit de bundel is en eindigt met de verzekering dat er tijdens het gehele tafereel geen woord werd gezegd, is het aannemelijk dat hier ook iets over poëzie wordt beweerd. Het gedicht is immers ook een 'landschap van gevormde levenslijnen', dat in staat is een bijna onzichtbaar schepsel een naam te geven, hoewel het wezenlijke altijd ongezegd moet blijven.

Zo nodigen Jellema's bedachtzame regels uit tot nadenken, herlezen, nog eens nadenken en opnieuw de woorden proeven op de lippen. Soms is hij al te zeer de intellectueel die zijn grote voorgangers paraat heeft. Hij noemt de Prediker, Eckhart, Spinoza en Goethe, Bachs Kunst der Füge komt tweemaal voorbij en vier gedichten zijn geschreven naar aanleiding van beelden of schilderijen. Daar staat tegenover dat ook de metaforen van het moderne leven in zijn werk een plaats hebben gekregen. Alles wat ooit bestaan heeft, wordt bewaard in een 'telescopisch onbespied geheugen/ als ruimte waarin het heelal uitdijt,/ de megabytes van wie we noemen God'. Elders constateert Jellema dat men woont waar men kiest om te wonen, 'men leeft in het web van de websites'.

Jellema was een denker die - als de meeste denkers - bij tijd en wijle doodmoe werd van al die bespiegeling en snakte naar het eenvoudige bestaan van de landman die onder de Groningse hemel zijn koeien melkt en zijn rozen snoeit. Net als in eerdere bundels bespreekt hij de moeizame relatie die hij met zijn lichaam en zijn eigen gedachten heeft: 'Zit, benen, in jullie de onrust/ naar buiten of, ogen, zijn jullie belust'? Beter is het te trachten in het landschap op te gaan: 'Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,/ ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.' Men zou één moeten kunnen worden met de eeuwige cycli van de natuur:

Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.

Geeuw je een gat in het hart en proef het

zo rood als sap van bramen. Wees langzaam

door vogels gezongen het wordende licht.

Deze opdracht tot totale onthechting, die tegelijk een innige versmelting inhoudt, kan men misschien alleen ten uitvoer brengen door te sterven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden