Landgoed voor het algemeen belang

De eigenaar van het landgoed Linschoten weet de projectontwikkelaars nog op afstand te houden. Maar zijn 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' brengt wel ontsluiting voor het publiek met zich mee....

Het wordt gekenschetst als 'het laatste bos vde kust'. En Paul Schnabel - directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau - merkte (in zijn hoedanigheid van columnist) hetzelfde gebied aan als het enige harmonieuze stuk natuur dat hij passeert als hij zich van Utrecht naar Den Haag begeeft.

Het landgoed Linschoten, want daarop hebben deze waarnemingen betrekking, oogt, inderdaad, als een Fremdkr in de zich verdichtende Randstad. Wie het niet kent, zou het ergens in het Sticht of in het oosten van het land situeren. Maar niet in de nabijheid van de A12. Niet in de nabijheid van booming Woerden. En niet aan de periferie van het dichtbevolkte westen.

Het is in zijn volledige omvang (circa 450 hectare) gedurende een reeks van eeuwen vrijwel ongewijzigd gebleven. En op een stille winterdag lijkt het onaanraakbaar door de verstedelijking en het nutsdenken. De naburige snelweg behoort tot een andere wereld en een andere tijd. De geluiden van de beschaving dringen hoegenaamd niet door tot het park - een schepping van landschapsarchitect Jan David Zocher. De waterpartijen zijn nog grijzer dan de egale lucht. Fazanten vliegen klapwiekend weg bij de nadering van de wandelaar.

Het hoofdgebouw, dat met gevoelvan vde negentiende eeuw. Een cateringbedrijf zag het huis als de gedroomde ambiance van bedrijfsfeesten. Een cineast wilde er het Andran Duin-vehikel De Boezemvriend draaien (waarbij hij enige schade aan het interieur voorzag). En een rijksdienst wilde er een computercentrum vestigen. Het hiervoor benodigde koelwater zou kunnen worden onttrokken aan de slotgracht - waarvan de temperatuur dientengevolge met 'hooguit' vier graden zou stijgen.

Tot dusverre heeft de stichting moeiteloos het hoofd weten te bieden aan dergelijke commerci verleidingen, zegt bestuurslid Simon Reinink - familielid van Gerlachvoor understatement als 'Huis' wordt omschreven, heeft sinds de tweede helft van de achttiende eeuw geen ingrijpende uiterlijke veranderingen ondergaan. Het wordt al ruim honderd jaar niet meer bewoond. En in deze tijd van het jaar is het niet voor het publiek opengesteld. In de zomer dient het als decor van (goedbezochte) concerten. Maar bij de nadering van de winter worden de luiken weer voor lange tijd gesloten. Bij de eigenaar, de Stichting Landgoed Linschoten, hebben zich in het verleden aspirant-kopers of -huurders van het pand gemeld. Een musicus met voorliefde voor de barok wilde het interieur terugbrengen in de toestandRibbius Peletier (1887-1969), de laatste particuliere eigenaar van het landgoed. Maar de stichting wil evenmin volstaan met een strenge handhaving van de beslotenheid. Ze erkent, zegt Reinink, haar 'maatschappelijke verantwoordelijkheid', en wil het publiek laten delen in de genoegens van het buitenleven. Zij het met mate. 'Bij de eerste editie van de open dagen ontvingen wij ruim vijfduizend mensen. Zo'n massale bezoekersgunst kun je je niet regelmatig veroorloven.'

In de eerste plaats laat de kleigrond geen intensieve bewandeling toe, maar bovenal is het verstilde karakter van landgoed Linschoten niet verenigbaar met een ongelimiteerde openstelling. Tastend verkent de stichting de grenzen van haar mogelijkheden. 'Wij overwegen de mogelijkheden voor wandelaars te verruimen', zegt Reinink. 'En wellicht zouden we hier kanovaart kunnen toestaan. Maar ook daarbij loop je het risico dat je ongewenste commerci activiteiten aantrekt.'

De 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' krijgt vooral gestalte tijdens de zomerconcerten in het hoofdgebouw. Die blijken in een grote behoefte te voorzien, zij het dat niet alle bezoekers de huisregels respecteren. 'We hebben wel eens meegemaakt dat twee oudere gasten de gelegenheid aangrepen voor een vrije rondgang door het koetshuis. Ik heb ze als belhamels moeten wegsturen.'

Maar tot grotere ongerechtigheden heeft de beperkte openstelling tot dusverre niet geleid. De stichtingheeft er zelf ook alle belang bij om publiek tot het landgoed toe te laten, erkent Reinink - die zelf een van de bijgebouwen als tweede huis gebruikt. 'Daarmee vergroten wij ons draagvlak in de plaatselijke samenleving.' En dat is nodig, omdat de stichting voortdurend het hoofd moet bieden aan aanslagen op het zogenoemde groene hart. 'Wij hebben niet de illusie dat wij die ontwikkeling kunnen stuiten', zegt Reinink. 'Maar zelfs als grote planologische ingrepen achterwege blijven, dreigt de ruimtelijke ordening volgens het salamimodel: telkens worden er kleine stukjes uit het groene hart gesneden. Geruisloos rukt de Randstad op.'

Daarvan getuigen, zegt Reinink, de lichtbak van een naburige vestiging van McDonalds, de 'foeilelijke' en zeer zichtbare bedrijfsgebouwen die bij Montfoort en Oudewater zijn verrezen, en de elektriciteitsmasten aan de noordkant van het landgoed. Het stichtingsbestuur is vooral bezorgd over de windturbines die mogelijk langs de A12 zullen verrijzen. 'Die zullen niet alleen pal in de zichtlijn komen te staan, maar produceren ook nog eens geluid. Ik heb begrepen dat de overlast zich kan uitstrekken tot een straal van twee kilometer.'

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de stichting gaat ook weer niet zover, dat ze hier genoegen mee neemt. Misschien kan ze moed putten uit het recente pleidooi van de Utrechtse commissaris der koningin, Boele Staal, voor een bouwstop in het Groene Hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden