Nieuws waterschapsbelasting

Landelijk grote verschillen in tarieven waterschapsbelasting

Er bestaan grote verschillen tussen de belastingen die de waterschappen opleggen aan de bewoners van hun gebieden. In Delfland betaalt een meerpersoonshuishouden gemiddeld – net als voorgaande jaren – veruit het meeste aan waterschapsbelasting (457,17 euro), in De Dommel is men met 242,08 euro het goedkoopst uit.

Het Ir. D.F. Woudagemaal van het Wetterskip Fryslân bij Lemmer. Beeld Harry Cock

Dit blijkt uit een analyse van de Volkskrant van de financiële cijfers van de Unie van Waterschappen over 2019. De grote verschillen tussen de belastingen van de 21 waterschappen roepen de vraag op of de totale kosten niet over heel Nederland uitgesmeerd moeten worden. We leven immers achter dezelfde dijken en aan dezelfde rivieren.

‘Het klopt dat als het misgaat in Delfland iedereen daar last van heeft’, zegt Neelke Doorn, hoogleraar ethiek van waterbeheer aan de TU Delft. ‘Maar dat geldt vooral voor de primaire waterkeringen en daar draagt iedereen wel gezamenlijk aan bij. De resterende verschillen in belasting vind ik niet zo buitenproportioneel dat het onredelijk is. Als inwoner van Delfland kun je weten dat je in een gebied woont met flink wat wateruitdagingen.’

De hoge belastingen in Delfland komen met name door de vele gemalen die nodig zijn voor het wegpompen van water op de laaggelegen veengronden. Ook is het grotendeels een stedelijk gebied, wat de watersystemen complexer en duurder maakt tussen alle wegen, bruggen en gebouwen door.

‘Met een investering van zo’n miljard euro in het verbreden van vaarten, waterbergingen, gemalen en een grote waterzuivering hebben we inderdaad een flinke schuldpositie en daardoor een hoge belastingdruk’, zegt dijkgraaf Piet-Hein Daverveldt van het Hoogheemraadschap van Delfland. ‘Maar daarmee hebben wij na de grote wateroverlast van eind vorige eeuw de investeringen gedaan die andere waterschappen nu moeten doen.’

Geen drinkwater

De waterschappen gaan primair over de rioolwaterzuivering, waterlopen en andere waterwerken, zoals gemalen en sluizen. Het drinkwater valt buiten de verantwoordelijkheid van de waterschappen, dat is belegd bij waterbedrijven als Vitens, Evidens en Waternet. Het versterken van de belangrijkste waterkeringen zoals dijken is ook een verantwoordelijkheid van de waterschappen, maar wordt gezamenlijk betaald met het Rijk.

Die dijkversterkingen vinden maar in enkele waterschappen plaats, maar alle waterschappen dragen daar financieel aan bij – waardoor dit deel belastingdeel wel is gesocialiseerd. Met andere woorden: bewoners van inlandse provincies als Drenthe en Limburg betalen evenveel mee aan de zeedijken als Friezen en Zeeuwen. In totaal gaat het hier om 13 procent van de belasting die de waterschappen heffen.

Dat de rest van de belastingheffing per gebied wordt bepaald, draagt volgens de Unie van Waterschappen bij aan het zogenoemde ‘waterbewustzijn’. In 2014 concludeerde de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat het Nederlandse systeem van waterschappen uitstekend functioneert en tegen lage kosten zijn werk doet, maar dat het gevaar is dat mensen dit als vanzelfsprekend gaan beschouwen.

Het Ir. D.F. Woudagemaal van het Wetterskip Fryslân bij Lemmer. Beeld Harry Cock

‘Als je direct bijdraagt aan iets in je eigen omgeving, dan krijg je daar ook meer binding mee’, zegt Toine Poppelaars, bij de Unie van Waterschappen als bestuurder verantwoordelijk voor de financiën. ‘Daarom zijn de aanstaande verkiezingen van 20 maart ook van belang, die maken inzichtelijk wat partijen willen gaan doen met ons belastinggeld.’

De reacties op klimaatverandering en de droge afgelopen zomer laten volgens Poppelaars zien dat het waterbewustzijn onder Nederlanders sinds het OESO-rapport uit 2014 is verbeterd. ‘Vier jaar geleden werd in aanloop naar de verkiezingen nog gesproken over het opheffen van de waterschappen, nu hoor je daar bijna niemand meer over.’

Volgens Doorn van de TU Delft toont de hete zomer ook dat het waterbewustzijn onder Nederlanders nog te wensen over laat. ‘Vanwege de hitte werd de druk op waterleiding verlaagd’, zegt ze. ‘Toen hoorde je reacties als: ‘Dan douch ik toch wat langer’. Het laat zien dat wij Nederlanders verwend zijn met waterschappen die efficiënt werken en waar we in vergelijking met andere landen heel weinig voor betalen.’

Gemiddeld stijgen de belastingen die ten goede komen aan watersystemen, -zuivering en -keringen met 2,1 procent, iets onder het inflatiepercentage van 2,4. De waterschappen maken gezamenlijk 2,9 miljard euro aan kosten.

Het onderzoek is gedaan door Serena Frijters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden