Landbouwschap

WIE HEEFT er eigenlijk last van het opheffen van het Landbouwschap? Uiteindelijk vooral de werknemers in de land- en tuinbouw is te verwachten....

Voor de werkgevers verandert er weinig als minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het schap opheft. Alle regelingen en verordeningen waarmee het Landbouwschap zich bezighoudt, kunnen worden overgenomen door andere organen. Maar dat geldt niet voor de sociale en scholingsprogramma's voor werknemers. Zo bezien snijden de vakbonden die boos uit het schap stappen, dus vooral in eigen vlees.

Het conflict dat leidt tot de ondergang van het Landbouwschap, is op het eerste gezicht weinig meer dan een ordinair cao-conflict dat nooit zo ver op de spits gedreven had hoeven worden. Per slot van rekening waren bonden en werkgevers elkaar dicht genaderd. Zo dicht, dat beide partijen het concept-akkoord aan hun leden durfden voorleggen.

De werknemers konden ermee instemmen, maar de tuinders - die het minste belang hebben bij het voortbestaan van het schap - wezen het compromis van de hand en tekenden daarmee tevens voor het einde van het Landbouwschap. De akkerbouwers en veehouders hebben het nakijken.

Onderhuids draait het conflict vooral om de manier waarop werkgevers en werkgevers met elkaar omgaan. Hoe serieus nemen partijen elkaar?

Het mogelijke verdwijnen van het Landbouwschap kan grote gevolgen hebben voor de andere produkt- en bedrijfsschappen. Nog steeds twisten vier ministeries over de toekomst van dit onderdeel van de overlegeconomie. In de schappen regelen werkgevers en werknemers de gang van zaken in de bedrijfstakken. Tegenstanders van deze vormen van zelfregulering (vooral te vinden in VVD en D66 en op het ministerie van Economische Zaken) zeggen dat de schappen zorgen voor ongewenste kartelvorming en prijsopdrijving. De voorstanders (op het ministerie van Sociale Zaken) prijzen de goede verstandhouding in de bedrijfstakken en de arbeidsrust.

De strijd tussen de ministeries en de politieke partijen kreeg deze zomer een nieuwe impuls toen uit een onderzoek bleek dat de slechte naam van de schappen niet terecht is. In weerwil van wat de dereguleerders denken, functioneren ze goed en is van prijsopdrijving geen sprake.

Dat onderzoek heeft nog niet geleid tot Haagse besluitvorming, maar nu de vakbonden zelf uit het Landbouwschap stappen, krijgen de tegenstanders van de overlegeconomie een geducht wapen in handen. Als de ruzie over het Landbouwschap overslaat op andere schappen, heeft de vakbeweging helemaal het nakijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden